In de Biechtstoel: Marinus van de Ven, vergroeid met de Mortel

DE MORTEL – Marinus van de Ven is dorpsondersteuner avant la lettre. Nee, geen officiële bekleder van die functie, maar vervlochten met het rijke verenigingsleven van het dorp. Van kerkkoor tot en met het opspeuren van energieverslinders met het buurtteam, van ex-prins der Krulstarte tot en met gemeenteraadslid met extra oog voor het Mortels belang, Marinus deed of doet het allemaal. Een kerkdorp-biecht.

Geloof je?
Ik ben een gelovig mens. Ik heb vertrouwen in de oprechtheid van de mensen. En waar ik kan help ik op mijn manier mee aan een ietwat vrediger wereld.

Wat is je grootste deugd?
Dat ik goed kan luisteren en iets wil betekenen voor de mensen, ze op weg helpen, goede raad geven. Dat komt wellicht voort uit het vroege sterven van mijn ouders. Ik was nog geen tien toen ze, binnen het jaar, beide overleden. Vanaf die tijd weet ik hoe belangrijk het is dat mensen die dat nodig hebben, bij de hand worden genomen.

Wat is je grootste zonde?
Ik ben soms te ongeduldig en dan wil je nog wel eens oordelen over de mensen die in jouw ogen te traag zijn. Dat is niet goed.

Wat koester je het meest?
Ik koester heel veel dingen, maar mijn gezin, kinderen en kleinkinderen, die zijn mij dierbaar. Koesteren doe ik dit mooie dorp. Ik ben geboren in Helvoirt, en in 1962 samen met mijn vrouw – we waren net één dag getrouwd – naar de Mortel gekomen. Ik heb daar nooit ook maar één minuut spijt van gehad. Ik voel me géén import.

Wat stuit je het meest tegen de borst?
Als mensen hun afspraken niet nakomen, daar kan ik niet goed tegen. Dat geldt ook voor oneerlijkheid.

Waar kun je heimelijk van genieten?
Ik ben sowieso een levensgenieter. Ik geniet van de mensen en de vele contacten die ik heb. Het verenigingsleven in een dorp als de Mortel, dat is de kalk tussen de stenen. Ik doe graag aan zoveel mogelijk dingen mee.

Van wie kun je nog wat leren?
Ik kom in dat maatschappelijk leven dus heel veel mensen tegen. Van hen, maar ook van andere mensen, wil ik graag weten hoe we een kleine kern als de Mortel leefbaar kunnen houden. We hebben gelukkig nog een school, een winkeltje en een pinautomaat. Ik hoorde pas een oproep die in de Rips werd gedaan: laat iedereen in het dorp per week minstens een tientje per week uitgeven in de dorpswinkel. Dan vraag ik me af: zou dat ook iets voor hier zijn?

Achter welke deur zou je wel eens een kijkje willen nemen?
Is er nog ergens een deur waarachter potentiële bestuursleden zitten? Want dát is een steeds vaker voorkomend probleem. Een bestuursfunctie bekleden, dat is niet meer zo gewild. En als het verenigingsleven dan het bindmiddel van de kleine dorpssamenleving is, dan hebben we zulke mensen echt heel hard nodig!

Met wie zou je wel eens een weesgegroetje willen bidden?
Ik bid nog regelmatig een weesgegroetje vóór iemand. Niet speciaal mét iemand.

Heb je verder nog iets op te biechten?
Ik weet nog wat biechten is. In die vorm zoals wij dat kenden hoeft het van mij niet. Ik wil wel in het openbaar opbiechten dat ik dankbaar ben. Dankbaar voor de ontmoeting en omgang met zoveel hartelijke en aardige mensen.

Foto's:


0