In de Biechtstoel: Esther Colstee-Rooijackers

GEMERT – Vanuit de uitvalsbasis in het winkeltje aan het Ridderplein coördineert zij de toeristische arrangementen bij de V.V.V. Esther Colstee-Rooijackers is een Gemertse van geboorte én overtuiging, maar heeft ook behoorlijke periode in Soest gewoond. “Ik heb nog voor het hek van Soestdijk gestaan toen koningin Juliana overleed.”

Geloof je?

Mijn doopnamen zijn Esther – Wilhelmina (naar mijn moeder) – Johanna (naar mijn peetoom) – Berdina (naar mijn peettante) – Josephina (naar de kerk waar ik ben gedoopt). Ik kom inderdaad uit een katholieke familie. De verplichte gang naar de kerk in mijn jeugd zorgde ervoor dat ik snel afstand nam op het moment dat ik zelf mocht bepalen wat ik wilde. Toch, de herinneringen aan de verhalen van mijn moeder over ‛haar’ kerk, in Handel, koester ik. Net zo goed als het ondersteunen van die mooie herinneringen met het opsteken van een kaarsje en het geloof in de kracht van het samen zijn, samen delen, elkaar steunen en opzoeken.

Wat is je grootste deugd?

Mijn enthousiasme, mijn vrolijkheid en mijn respect naar anderen, mensen nemen zoals ze zijn. En er zit nog altijd heel veel kind in mij.

Wat is je grootste zonde?

Ach, wat is zonde? Dat ik soms te weinig tijd neem voor al het leuks dat het leven biedt? Of is het de jeugdzonde van die ene corner? Ik ben altijd gek van voetbal geweest, heb zelf óók gevoetbald, maar toen ik nog maar een jaar of zes was, mocht ik met ons pap mee naar een wedstrijd van GVV. De tegenstander kreeg een hoekschop en het publiek was het daar luidkeels niet mee eens. Ik stond aan de veldzijde van de reclameborden en heb, terwijl de speler bij de hoekvlag klaarstond om de bal voor te zetten, klein als ik was, die bal zover mogelijk weggeschopt.

Wat koester je het meest?

Mijn man en de kinderen van mijn broer en zus. Verder de familie en vrienden en zeker ook het Gimmerse zijn. Het hier weer wonen, de slootjes te zien waar we vroeger speelden, het thuisgevoel.

Wat stuit je het meest tegen de borst?

Wat mensen elkaar her en der op de wereld kunnen aandoen. Zenuwgasaanvallen, vergeldingsaanvallen. Waar zijn die wereldleiders mee bezig? En waar en wanneer houdt het op?

Waar kun je heimelijk van genieten?

Bijvoorbeeld van het weer uitschieten van de appelboompjes. Dus er komen in het najaar weer appels en dan kan ik weer appelmoes maken voor de vrienden en familie. Ja, ik kan van de gewone dingen des levens heel erg genieten.

Van wie kun je nog wat leren?

Van alles en iedereen, en dagelijks. Gewoon een tip die je van een ander krijgt, of een praktische oplossing die je wordt aangereikt.

Achter welke deur zou je wel eens een kijkje willen nemen?

Achter de deur van Vincent van Goch toen hij de amandelbloesem aan het schilderen was. Die bloesem is zó natuurlijk op het doek aangebracht en lijkt zelfs door de wind te worden gewiegd. Jammer dat die deur er al heel lang niet meer is.

Met wie zou je wel eens een weesgegroetje willen bidden?

Met oma van moeders kant. Zij werd al heel jong weduwe en stond, met nog heel jonge kinderen, er alleen voor. Ik heb haar nooit gekend, maar als ik mijn moeder over “ons moe” hoorde praten, dan wist ik: Dat moet een geweldig mens zijn geweest.

Heb je verder nog iets op te biechten?

Als iemand mij iets vraagt, dan ben ik niet altijd ad rem genoeg. Dan antwoord ik eerst met een grap en ga dan pas nadenken over wat ik echt wil zeggen. Ter geruststelling: alle antwoorden hierboven zijn goed overdacht!

Foto's:


0