Klokkijken

‘Hoe vaak heb je vandaag naar de tijd gekeken?’ Nee, het stond niet op een theezakjeslabeltje, maar in een boekje. Ik schatte het op vijf à tien keer. En dat op tweede paasdag om half negen ’s morgens. Waar is het fout gegaan? In wat voor wereld leven we? Of mag ik de wereld niet de schuld geven? Is het mijn geest? Mijn vastgeketend zitten aan planningen en afspraken, aan voornemens en verwachtingen? Dat zal het zijn. Toen ik vorig jaar mijn zeventigdagentocht naar Santiago de Compostella maakte, liet ik mijn horloge thuis. Gevolg: ik ging niet lunchen omdat het half een was, maar als ik een pauzemoment wilde en honger voelde.
Tijd is een raar fenomeen. Onze cultuur heeft tijd in steeds kleinere stukjes geknipt. Lang geleden dacht men grofweg in dag en nacht en in seizoenen. Lekker overzichtelijk. Later werd een dag in vieren gesplitst: ochtend, middag, avond, nacht. Toen kwamen de uren. De kerkklokken lieten ze regelmatig over het dorp galmen. Vervolgens werden we nog preciezer: een voorstelling startte niet om acht uur, maar om kwart over acht. En in de KRO-gids lazen we dat Swiebertje begon om 16:40 uur. Geleidelijk werden tijdsaanduidingen gedetailleerder. Van dagdelen naar uren naar minuten. Vorige week nog vroeg iemand naar de tijd en toen antwoordde een collega digitaal: ‘Zevenendertig’. En waar ik vroeger bij de atletiekclub de 80 meter sprintte in 12,4 seconden, dus met één decimaal, kijken we nu naar records met honderdsten van seconden. Of een schaatser wint, na vier jaar trainen, zijn gouden plak met een voorsprong van drie duizendste seconde.
We zijn overdreven precies geworden. Als twee minuten na de aanvangstijd van een vergadering nog collega’s binnenkomen, klinkt er links en rechts gezucht. We hangen vast aan tijden en tijdstippen. En daarom kijk ik zo vaak op mijn horloge en op een klok. Kijk, nu doe ik het alweer! Het is nu 8.55 uur. Ik had me voorgenomen vandaag deze column in de grondverf te zetten en om negen uur de kelderdeur te gaan schilderen. Waarom? Wat maakt het uit hoe laat ik ga verven? Het is tweede paasdag!
Waar gaat het fout? Neem een voorbeeld aan je kleinkind. Als je bijna twee bent leef je nog bij het moment, hoe laat het ook is. Als je bijna zestig bent, kijk je zestig keer per dag op de klok. Ook als het niet nodig is. Waarom?

Maarten

Foto's:


0

Geef een reactie op dit bericht...