11 oktober 2015

In de Biechtstoel: Wim van de Steeg

GEMERT – Velen in Gemert kennen Wim van de Steeg als de – inmiddels gepensioneerde – directeur van de Petrus Dondersschool. Maar Wim was en is van meer markten thuis. Kijk niet vreemd op wanneer, als je hem op z’n mobieltje belt, hij in Madrid of Stockholm blijkt te zitten.

Hij werkt namelijk als koerier en vermaalt op die manier duizenden autokilometers. Ook tref je hem samen met zijn vrouw José vaak aan op het Boerenbondmuseum, waar zij als vrijwilligers werken. Misschien wel de juiste plaats voor zo’n mooie, ouderwetse biechtstoel.

Geloof je?

Nog steeds blijf ik geloven. Anders dan ik heb geleerd. Anders dan het mij de laatste tijd (soms) wordt voorgehouden. Ik ben niet zo sterk met de leer bezig in mijn geloof. Wel met vragen als: Waar kan ik iets van het geloof terugvinden? Hoe werkt dat tussen mensen? Kunnen we elkaar helpen, iets betekenen voor elkaar? In het buitenland wil ik graag zien hoe mensen in de kerk zijn, hoe ze de viering en vooral ook het samenzijn beleven.

Wat is je grootste deugd?

Het niet zeggen dat ik een grootste deugd heb! Van de deugden die voor anderen zichtbaar of merkbaar zijn, is “klaarstaan voor de ander” er eentje van. Ik vind het plezierig om met en voor anderen bezig te zijn. Dat heb ik van vroeger meegekregen. Dat kan er niet meer uit en dat wil ik ook zo houden.

Wat is je grootste zonde?

Te weinig nee zeggen. Soms doe ik mezelf tekort. Maar erger nog, mijn vrouw doe ik daarin weleens tekort. Tegelijkertijd weet ik dat mijn vrouw dezelfde zonde begaat. Heel veel last van deze zonde heb ik trouwens niet. Ik zal er mijn biechtvader niet voor opzoeken!

Wat koester je het meest?

Mijn vrouw, kinderen en kleinkinderen. Steeds meer gaan genieten van deze mensen, van klein naar groot. Het beste kun je dat doen als je gezondheid goed is. Samen wat ondernemen brengt veel plezier. En dat is ook het mooie van met de caravan onderweg zijn. Nieuwe omgevingen en nieuwe mensen ontmoeten.

Wat stuit je het meest tegen de borst? Het groter worden van het IK bij vele mensen. De vrijheid van velen gaat over de grens van anderen, die daardoor in de verdrukking komen. Daar kan ik niet tegen. Brutaliteit lijkt tegenwoordig een goed recht in de strijd om overeind te blijven, en dat is geen beste ontwikkeling.

Waar kun je heimelijk van genieten?

Zo maar van heel veel dingen, groot en klein. Rondkijken hoe mensen zich vermaken of druk aan het buurten zijn. Als je ziet dat het goed gaat tussen mensen. Maar ook in een onbekende omgeving zien dat het mooi is of mooi gaat!

Van wie kun je nog wat leren?

Van mensen die creatief zijn in geschreven taal en tekenen. Dan ben ik jaloers op mijn twee oudste broers die dat zo gemakkelijk in zich hebben. Zij brengen veel zaken van vroeger naar boven, waardoor ik die nu beter kan begrijpen. De geschiedenis van onze familie en het dorpsleven van mijn jeugd gaan zo weer meer voor mij leven.

Achter welke deur in Gemert-Bakel zou je wel eens een kijkje willen nemen?

Mijn nieuwsgierigheid is niet meer zo groot. Door mijn werk als directeur van de Petrus Dondersschool ben ik al achter veel voordeuren geweest. Dan mocht ik genieten van het geluk van de gezinnen en soms kon ik ook helpen om uit de zorgen te komen.

Met wie zou je wel eens een weesgegroetje willen bidden?

Met mijn zusje. Ze was twee jaar toe ze stierf, twee maanden vóór ik geboren werd. Het was aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, in 1945. Voor mij is ze een grote onbekende en toch van zo dichtbij.

Heb je verder nog iets op te biechten?

Dat ik het hier in Gemert zo ontzettend naar mijn zin heb. Het is toch even wennen als je als “durdepilse” hier komt werken en wonen. Ik zou niet meer terug willen. Als ik door de straot fiets, dan gaat mijn hand nogal eens van het stuur om goeiedag te zeggen.

Foto's:


W