‘Een sterke persoonlijkheid hoeft zich niet te vertalen in veel lawaai’

GEMERT-BAKEL – Hij rijdt nog iedere dag met plezier naar Gemert-Bakel. Toch maakt Jan van Zomeren (63) zijn eerste ambtstermijn als burgemeester van Gemert-Bakel niet vol. Maart 2016 stopt hij. In het Gemerts Nieuwsblad blikt hij terug op de afgelopen periode en legt hij uit waarom hij voortijdig vertrekt.

Van Zomeren kwam niet in een gespreid bedje terecht. Bij zijn aantreden als burgemeester van Gemert-Bakel in maart 2011 verkeerde de gemeente in zwaar weer. Als gevolg van een sterk opgelopen schuldenlast stond Gemert-Bakel financieel aan de rand van de afgerond. Dat leidde ertoe dat de gemeente onder verscherpt toezicht van de provincie kwam te staan, dat er rigoreus bezuinigd moest worden en dat de inwoners een flinke lastenverzwaring voor de kiezen kregen. Daarnaast stond de bestuurlijke integriteit van bestuur, politiek en organisatie ter discussie naar aanleiding van een onderzoek dat Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (BING) in opdracht van het gemeentebestuur had laten verrichten. Deze kwestie zorgde voor een verdere polarisering binnen de plaatselijke politiek. Er was sprake van een tweedeling in de gemeenteraad.

Gemert-Bakel was daarom op zoek naar een burgemeester die de bruggen kon slaan. Van Zomeren denkt dat hij daarin geslaagd is. “Het vermogen om te verbinden is zeker in de beginperiode van grote waarde geweest. Een sterke persoonlijkheid hoeft zich niet vertalen in veel lawaai. Als je er met de houwdegen ingaat, dan vergroot je juist de verschillen. Integriteit is een lastig item. Waar leg je de grens? Daar wordt verschillend over gedacht. Een raadslid moet de schijn van belangenverstrengeling vermijden, maar wordt tegelijkertijd geacht om midden in de samenleving te staan. En dat is juist het probleem, want dat bijt soms. Het is daarom vooral belangrijk om transparant te zijn. Naar elkaar en naar de samenleving. Dat gebeurt nu in Gemert-Bakel.”

Volgens Van Zomeren is dat een gemeenschappelijke verdienste. “Dat is het gevolg van een zorgvuldig proces dat we samen hebben doorlopen en waarbij we onze ervaringen op dit vlak met elkaar gedeeld hebben. Daardoor is meer wederzijds begrip ontstaan. Als voorzitter van de raad heb ik daarbij de nodige afstand bewaard. Want als je teveel met de een meegaat, dan word je dat door de ander niet in dank afgenomen. In die zin is de gemeenteraad een andere wereld, want naar de inwoners toe wil je juist betrokkenheid uitstralen. “De warmste herinneringen bewaar ik aan de bijzondere momenten die ik in de dorpen heb mogen meemaken en aan de gesprekken bij mensen thuis. In vreugde en verdriet. Die betrokkenheid wordt zeer gewaardeerd, zo heb ik gemerkt. Gisteren ben ik nog bij een pleeggezin op bezoek geweest. Ik zou dat veel vaker willen doen, want dat is buitengewoon leerzaam. Terwijl wij allerlei moeilijke dingen aan het bedenken zijn, wordt daar het echte werk gedaan. Deze mensen zijn de kurk waarop de samenleving drijft.”

De gemeenschapszin is de afgelopen jaren op de proef gesteld in Gemert-Bakel. “We hebben fors moeten ingrijpen om het hoofd boven water te kunnen houden. Bezuinigen op voorzieningen en het verenigingsleven en tegelijkertijd snijden in de ambtelijke organisatie en de belastingen verhogen. Dat is geen boodschap om trots op te zijn. Het was wel nodig en heeft resultaat opgeleverd. Dat het gelukt is om het tij te keren is een hele prestatie en vooral te danken aan het begrip dat de gemeenschap hiervoor heeft kunnen opbrengen. Doordat we het verlies in één keer genomen hebben, hoeven we nu niet meer de pijnlijke maatregelen te nemen waartoe andere gemeenten wel genoodzaakt zijn. De eerste vraag die ik bij het regionale burgemeestersoverleg kreeg was steevast ‘hoe gaat het met Gemert-Bakel?’ Dat is veranderd. We staan niet meer te boek als de gemeente waar altijd iets in de hand is. “

“Als je kijkt waar we vandaan komen, dan kunnen we trots zijn op waar we nu staan. Het gaat goed met Gemert-Bakel. Ik maak het waarschijnlijk niet meer mee als burgemeester, maar we naderen de magische grens van 30.000 inwoners. Gemert-Bakel heeft toekomst als zelfstandige gemeente, maar vanuit deze zelfstandigheid is het wel zaak om samen te werken met anderen gemeenten in de Peelregio. Door de aanwezige kennis en ervaring gezamenlijk in te zetten, kan de regio als geheel versterkt worden. Voor Gemert-Bakel in het bijzonder geldt, dat er nog veel meer uit te halen valt. De kernen hebben een unieke geschiedenis en identiteit. Met het groene buitengebied, voorzieningen als de golfbaan en de natuurpoort en kasteel en kerk in Hartje Gemert hebben we iets bijzonders in huis. Dat biedt kansen, maar dan moeten we die wel zien te benutten.”

Van Zomeren zal zich nog enkele maanden onder ‘we’ uit de vorige zin scharen. “Toen ik op deze baan solliciteerde, heb ik al aangegeven dat meer dan één termijn een lastige eis was, omdat ik dan aan het einde van de tweede termijn 70 zou zijn. Ik had wel voor ogen om tot maart 2017 burgemeester te zijn.” Een combinatie van factoren leidt tot een vervroegd vertrek. “Als je meer dan een jaar van tevoren aankondigt dat je stopt, wordt je positie automatisch een andere. Mensen zouden dan iedere beslissing die ik neem kunnen pareren met ‘Ja maar u gaat toch weg?’

Dat hij niet meer kon voldoen aan de wettelijke eis dat de burgemeester moet wonen in de gemeente waar hij werkzaam is, speelde ook mee in zijn beslissing. “Mijn vrouw en ik wilden nog een keer modern bouwen, maar daarvoor moest eerst ons huis in Didam verkocht worden. Een koper is tot op heden niet gevonden. Zelfs al zou dat nu nog lukken, dan nog zou het nieuwe huis niet voor maart 2017 klaar zijn. Als burgemeester van Heumen heb ik daarom vijf jaar woonruimte in Malden gehuurd en ik in mijn huidige functie heb ik ruim twee jaar in Gemert gewoond. Dat huis was van de gemeente. In 2014 kon deze woning verkocht worden. Daar heb ik mee ingestemd, omdat het algemeen belang voor het privébelang gaat. Ik dacht snel nieuwe woonruimte te vinden, maar daar heb ik me op verkeken. Er was nauwelijks aanbod in de vrije sector. De enkele woning die beschikbaar was, bleek onhaalbaar omdat de huur niet op te hoesten bleek of de huurtermijnen te lang waren.” Sindsdien pendelt hij noodgedwongen op en neer. “Mijn buurman in Didam noemt me de nachtburgemeester, ‘want ’s ochtends als ik opsta ben je al weg en ’s avonds als ik naar bed ga ben je nog niet thuis.’ Gemiddeld werk in 60 tot 70 uur uur, reistijd niet meegerekend. Maar ik ga nog iedere dag fluitend naar mijn werk en zal dat tot maart blijven doen. Er komen nog mooie maanden aan.”

Foto's:


0