27 juli 2016

Gemert-Bakel wil meer geld voor groot buitengebied

GEMERT-BAKEL – Gemeenten als Gemert-Bakel worden ook de komende jaren onvoldoende gecompenseerd voor het feit dat ze een relatief groot buitengebied hebben. Dat vindt het gemeentebestuur van Gemert-Bakel.

Door Marcel Bosmans

Het college van burgemeester en wethouders reageert daarmee op de herverdeling van de middelen voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing per 2017. Daaruit blijkt weliswaar dat de gemeente Gemert-Bakel op deze terreinen meer geld krijgt van het Rijk, maar veel minder dan waarop zij recht meent te hebben.

Hoe groter het buitengebied hoe meer kosten, bijvoorbeeld omdat er meer kilometers aan wegen en fietspaden aangelegd en onderhouden moeten worden. “Als we daar te structureel te weinig middelen voor krijgen, dan kan dat niet meer of onvoldoende op geïnvesteerd worden”, geeft wethouder Financiën Miranda de Ruiter aan.

Uit onderzoek is gebleken dat gemeenten met een relatief groot buitengebied onvoldoende gecompenseerd worden, vergeleken met stedelijke gebieden. Deze gemeenten willen een eerlijkere verdeling. Tijdens de Algemene Ledenvergadering van de Vereniging Nederlandse Gemeenten steunde een meerderheid van de leden daarom een motie van Zeeuwse gemeenten waarin de minister opgeroepen werd om de vast te houden aan de verdeling die daar recht aan doet. Op grond daarvan zou de gemeente Gemert-Bakel structureel 800.000 euro extra kunnen bijschrijven. Uit de verdeling die het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft vastgesteld blijkt dat echt veel minder te zijn. Het bedrag blijkt dan in de periode 2017 – 2020 trapsgewijs opgehoogd te worden van 215.000 tot 364.000 euro per jaar. “Teleurstellend”, noemt wethouder Anke van Extel dit besluit. “Dit is ruim de helft minder dan wat verwacht werd op basis van de onderzoeken en adviezen waar de minister zelf om heeft gevraagd. Toch heeft hij gemeend om de motie van het VNG-congres naast zich neer te leggen.”

De Zeeuwse indieners willen het besluit bij de minister aan de kaak stellen. “Als de concept-brief nog verder aangescherpt wordt, zullen wij en vier andere Peelgemeenten deze ondersteunen. Zoniet dan schrijven we de minister zelf aan.”

Dat landelijke gemeenten met relatief veel buitengebied financieel achtergesteld worden, komt volgens burgemeester René van Diessen vooral omdat ze op nationaal niveau ondervertegenwoordigd zijn: “Verreweg de meeste Kamerleden komen uit de Randstad. De belangen van andere delen van Nederland komen dus nooit op de eerste plaats. Om nog een voorbeeld te noemen: binnen Nederland woont meer dan 15% van de bevolking in Noord-Brabant, terwijl naar 5% procent van de landelijke cultuurgelden naar onze provincie vloeien. Gemeenten in Brabant moeten met minder geld dezelfde taken verrichten als gemeenten in de Randstad. Inwoners kijgen daarvan de rekening gepresenteerd. Want als de kosten niet gedekt kunnen worden gaan de lasten omhoog. Daar kan alleen verandering in komen als buiten de Randstad de krachten gebundeld worden. Een districtenstelsel zoals in Engeland, waarbij inwoners stemmen op Kamerkandidaten uit de eigen regio noemt van Diessen een interessante optie.”