Gemert als ministaatje: Hernieuwde aandacht voor de Duitse Orde

 

GEMERT – Heemkundekring “De Kommanderij Gemert” wil de Duitse Orde weer méér onder de aandacht brengen. De verbintenis tussen Gemert en de ridders van weleer is nu eenmaal groot, groots en onmiskenbaar.

Ook de jeugd dient te worden aangesproken. Al naar gelang de doelgroep kunnen we voortaan putten uit een door Ad Otten en Jan Timmers geschreven basistekst over de invloed van de Duitse Orde. Uit deze tekst kan worden geput voor folders, brochures, onderwijs en toeristische informatie. Ad: “Gemert was eeuwenlang als Vrije Rijksheerlijkheid onafhankelijk van welk land dan ook. Een ministaatje. Monaco in Brabant.” Jan vult aan: “Ooit, zo’n achthonderd jaar geleden, is een lid van de adellijke familie Van Gemert toegetreden tot die toen net opgerichte Duitse Ridderorde. Zo verwierf de steeds machtiger wordende Orde langzaam maar zeker het gezag over het gehele Gemertse grondgebied.” Ad: “Vanaf 1366 is de Orde, in de persoon van de commandeur van Gemert en later diens meerdere, de landcommandeur van Biesen, vorst van Gemert. Het is de parel aan de kroon van de landcommanderij Biesen van de Duitse Orde. Dat zegt iets over het strategisch belang van Gemert en het zegt iets over de grandeur van het minivorstendom dat we tot 1794, het begin van de Franse Tijd, zijn geweest.”
De zelfstandigheid van Gemert als onafhankelijk vorstendom bleef dus eeuwenlang in stand. De macht van de Duitse Orde in Europa dwong respect af bij hertogen en landsheren en stond garant voor blijvende zelfstandigheid. Natuurlijk, er werden weleens pogingen gedaan om dat rare ministaatje bij het grotere geheel te voegen. Jan: “De grootste bedreiging vond plaats in 1648. Gemert werd bezet door Staatse troepen van de Verenigde Republiek der Nederlanden. Uiteraard protesteerde de Orde, maar pas na veertien jaar procederen tegen wat we nu Den Haag zouden noemen, werd Gemert weer zelfstandig.” En Ad voegt daaraan toe: “Een staatje waarin, heel zeldzaam voor die tijd, zowel de katholieke als de protestantse godsdienst vrij konden worden uitgeoefend. De Commanderij benoemde en betaalde zowel de pastoor als de dominee.”
Het ging goed met Gemert. Het dorp Handel groeide uit tot een florerend bedevaartsoord van Maria, de patrones van de Duitse Orde. Gemert kreeg een Franse School en voor de afgestudeerden van de Latijnse School werden studiebeurzen gesticht aan de universiteiten van Keulen en Leuven. Vanaf september 1794 evenwel werd alles anders. De Fransen kwamen naar hier om hun revolutionaire idealen te exporteren. Gemert werd ingelijfd bij Frankrijk en in 1800 verkocht aan de Bataafse Republiek, het latere Koninkrijk Holland, dat onder Napoleon weer onderdeel werd van het Franse keizerrijk. In 1813 ontstond het Koninkrijk Nederland en Gemert ging voortaan verder als een gewone Nederlandse gemeente.
En wat is dan de erfenis van de Duitse Orde? Jan: “We hebben natuurlijk het markante kasteel, daarnaast drie kerken, veel kapellen, de Latijnse School, het bedevaartsoord Handel, boerderijen, ontginningen, een bijzonder historisch archief, kerkschatten, straatnamen, een aparte volksaard en relaties met andere oud-commanderijen.” En Ad wijst op maar liefst 69 kaarten in de Bosatlas van de Geschiedenis van Nederland (2011). Gemert wordt op die kaarten aangegeven als een witte vlek, “niet horend bij Brabant of Nederland”. Het is duidelijk: Gemert was eeuwenlang een onafhankelijk staatje, een Vorstendom .
Inderdaad. We zullen, ook in deze krant, vaker stilstaan bij de betekenis van en de verbintenis met de Duitse Orde! Bijvoorbeeld over hoe we dat woord ‛Duitse’ nu eigenlijk moeten interpreteren…

Foto's:


O