06 september 2017

Peddelen naar Alden Biesen

GEMERT/ALDEN-BIESEN. Postduiven, hotsebotsende karren met niettemin dommelende voermannen en ruiters op snelle paarden gingen hen voor. De pedaalridders van TWC Gemert overbruggen op zaterdag 9 september de 110 kilometer van Gemert naar Alden Biesen en draaien daar weerom.

Uw verslaggever heeft die tocht ook wel eens gemaakt, op zijn gemak, met de roemruchte fietsvereniging-zonder-statuten Lawisi. Helder staat mij de geweldige aankomst bij dat schitterende moederkasteel voor de geest. Je komt namelijk bóven het imposante gebouwencomplex aan. Het kasteel ligt immers in een dal, en het voor het eerst ontwaren van het slot, daar beneden je voorwiel, levert waarschijnlijk dezelfde emotie op die al die Gemertenaren van eeuwen her óók voelden, als ze naar de landcommandeur moesten om daar heel beleefd iets te gaan vragen.

Ik bespreek met Bert Mickers van de toerclub het hoe en waarom van de tocht. Bert: “In de jaren ’90 fietsten we vaak naar Alden Biesen. Ton Thelen van de Heemkundekring is nog ooit mee geweest om ons daar van deskundig commentaar te voorzien. Een jaar of zes geleden hebben we dit voor Gemert toch wel zeer historische reisdoel weer opgepakt. Fietsers zoeken nu eenmaal altijd een uitdaging in langere tochten met een overduidelijk eindpunt, in ons geval keerpunt. Dat is leuker dan op een zondag gewoon honderd kilometer fietsen. Daar komt bij dat in het Gemertse de uitdaging is aanvaard om de Duitse Orde weer meer onder de aandacht en in beeld te brengen. Wij gaan naar de landcommanderij Alden Biesen van de Duitse Orde. We dragen ons steentje bij.”

Bert heeft gelijk. Het opperbestuur van de Commanderij Gemert ligt bijna zes eeuwen lang bij de Duitse Orde, die in de persoon van Zijne Hoogmogende Genade oftewel de landcommandeur, of diens ‛stadhouder’ de commandeur, bepaalt wat er in Gemert moet en mag. Moeten en mogen worden per koerier vanuit het hoofdkwartier van de Balije – zeg maar provincie – Alden Biesen, overgebracht naar die verre commanderij Gemert in het noorden. Dat moeten en mogen wordt vervolgens gecontroleerd en onderstreept door de commandeur, die, indien aanwezig, opereert vanuit het huijs van Ghemert, het kasteel, dat nog immer in zijn grachten weerspiegeld staat te dromen – en te hopen op betere tijden. Het tweede couplet van het Gemerts volkslied rijmt derhalve: Wor ’t kestaël már deeger stí in ’t aawe graft te droome, òf ’r van ’t laand van óvverzaë wír Daojtse Ridders kòmme.
Ach ja, verzending per postduif? Nee, los van het gewicht van al dat heen en weer gestuurde papier is er de beschikking over bodes die regelmatig het traject tussen Alden Biesen en Gemert afleggen. Een duif die aanlandt op een toren van het kasteel is wel romantisch maar bepaalt toch met name de smaak van de soep die wordt opgediend in de Ridderzaal.

De tocht van onze fietsende ijlbodes vindt plaats aanstaande zaterdag, 9 september. Andere fietsverenigingen mogen ook deelnemen. Géén inschrijfgeld, wel aanmelden. Start op het Ridderplein, om 7.00 uur. Eerste rustplaats: Ittervoort. De lunch wordt genoten in Bilzen, het dorp bij het kasteel. Pas ná de laatste hap zegt iemand dat de 110 kilometer heen logischerwijs gevolgd worden door 110 kilometer terug. Gelukkig is er nog een laatste pauze, op de terugweg, in Hamont. Bert wrijft zich in de handen: “En in Gemert eindigt de tocht traditioneel bij de Engelenburcht en daar worden wij dan op overheerlijke spaghetti getrakteerd!”
Kijk, dat is nu precies wat die hotsebotsende voerlieden en snelle ruiters in hun tijd ontbeerden.

Foto's:


0