Een vergeten oorlog

GEMERT – Als in een bliksemflits ben je als Gemertse jongen ineens betrokken bij de grote wereldpolitiek. Heren als Kennedy, Soekarno en Luns spelen een spelletje blufpoker en jij zit tegen wil en dank in het kaartspel. We hebben het over de – inmiddels bijna vergeten – kwestie Nieuw-Guinea.

Door Simon van Wetten

Stel, een vage bekende spreekt u op straat aan. Hij wijst op een persoon in de verte en zegt: ”Ga jij voor mij met die man vechten. Ik doe het zelf liever niet, want dan wordt mijn pak vuil. Dus doe jij het maar.“ U wijst terecht op uw voorhoofd. “Ik kijk wel uit.” Heel verstandig, maar zulke verstandige praat werd begin jaren zestig niet getolereerd. Voordat Gerard van Schijndel er goed en wel erg in had, stond hij als achttienjarig menneke zomaar ineens in de vochtige, klamme en vooral onbekende wereld van het tropisch oerwoud.
De reden? Papoea Nieuw-Guinea was niet betrokken bij de soevereiniteitsoverdracht van Nederlands-Indië aan Indonesië, in 1949. Het bleef van Nederland, zeer tegen de zin van president Soekarno. Hij maakte handig gebruik van de ijzige Koude Oorlog-tijden en begreep dat de Amerikanen in het Verre Oosten, naast Viëtnam, er geen tweede probleem bij wilden hebben. De regering Kennedy zocht naarstig naar een oplossing voor de Nieuw-Guinea kwestie, ook al begreep de Amerikaanse president heel goed dat Nederland deze keer geen koloniale politiek bedreef, en dat het eerder Soekarno was die zich aan kolonialisme schuldig maakte. Immers, de Papoea’s zaten echt niet te wachten op aansluiting bij Indonesië. Nederland stuurde in de periode 1961-1962 bijna tienduizend Nederlandse – deels dienstplichtige – militairen naar Nieuw-Guinea, omdat Indonesische infiltranten met vliegtuigen in steeds grotere aantallen op Nieuw-Guinea werden gedropt, vaak midden in de jungle. De Nederlandse soldaten ter plekke waren nauwelijks op de hoogte van de politieke situatie. Ze hadden een radiootje en luisterden naar slecht verstaanbare berichten. De militaire top gaf ook nauwelijks informatie, waarschijnlijk omdat zij het hopeloze van de zaak inzagen. Nieuw-Guinea lag een halve wereld van Nederland verwijderd, de aanvoerlijnen waren veel te lang.

Tot zover het historisch kader. Nu het verhaal van Gerard. Hij was 18 jaar toen hij als dienstplichtige in Doorn in een half jaar tijd tot marineman werd gekneed. “Niet dat we speciaal op de rimboe werden voorbereid, we hadden toen nog geen idee dat we daar terecht zouden komen.” Toen het bericht kwam dat Gerard mee diende te gaan naar Nieuw-Guinea, mocht dat thuis nog even worden verteld. “Ons vader werd er letterlijk ziek van en ons moeder skrûwde.” Een laatste groet en op naar Schiphol. Nog een soort statiefoto op de vliegtuigtrap van een DC-7 KLM-lijnvliegtuig en hup, Gerard onderging zijn luchtdoop. De machine vloog via de Noordpool en moest vanwege problemen met een motor nog een noodlanding maken op de – vanaf dat moment wat minder – geheime Amerikaanse raketbasis Eareckson Air Station op het eilandje Shemya, één van de Aleoeten, een eilandengroep tussen Alaska en Siberië. De Nederlandse jongens, die er toch ook niets aan konden doen, werden vervolgens overgebracht naar Tokio en daar drie dagen vastgehouden in een hotel, voor de reis weer verder kon. De militairen waren trouwens allemaal in hun burgerkloffie, ze mochten onderweg uitdrukkelijk geen uniform dragen. Overigens had dat hotel iets wonderbaarlijks. Gerard: “Er was een glazen wand en als je daar vlak voor ging staan, dan schoof dat hele ding opzij. We konden maar niet begrijpen hoe dat kon.” Het was de allereerste kennismaking met een elektrische schuifdeur.

En plots stonden de Nederlandse mariniers, veelal jochies nog, in het dichte oerwoud van het eiland Biak. Alsof er een schuifdeur openging, zicht biedend op een ongekende wereld. Als Gerard probeert te beschrijven wat dat betekende, zie je de ontreddering in zijn ogen. “Indonesië dropte parachutisten, ervaren oerwoudsluipers. Soms wisten we dat ze op een paar meter afstand met ons meeliepen, maar je zag ze niet. Ze gebruikten af en toe giftige pijlen. Zeker, ze hadden ook geweren en mitrailleurs, maar dat geluid zou hun positie verraden. Eigenlijk wist je nooit wat er de volgende tel zou gebeuren. Die wurgende onzekerheid, dat veroorzaakte een angst die met geen mogelijkheid te onderdrukken viel. Het was eigenlijk gewoon doodsangst.”

Een andere keer vielen de Indonesiërs aan vanuit zee, met honderden tegelijk. “Degenen die we krijgsgevangen konden maken, werden naar het eiland Woendi gestuurd, een dag varen vanaf Biak. Daar was niet al te veel bewaking nodig, want Woendi was een klein eiland in een zee vol haaien.” Bij het ophalen van dit soort herinneringen schiet Gerard telkens vol. Hij is zéér emotioneel, en dat wordt mede veroorzaakt door de boosheid en onmacht die hij met terugwerkende kracht voelt. “We waren slecht bewapend. De handgranaten die we hadden, gingen heel vaak niet af. Toen de eerste keer het luchtalarm ging en we vliegtuigmotoren hoorden, bleek dat er geen schuilkelder was. Ik lag in een sloot en de angst gierde door mijn lijf. Later bleek het om een Nederlands vliegtuig te gaan dat vergeten was zich te melden.”
Gerard wijst op de vriendelijke bejegening door de Papoea’s. “Zij wezen ons de plaatsen waar de Indonesiërs zich verstopten. Ze stonden echt aan onze kant en voelden zich dan ook in de steek gelaten toen wij daar voorgoed weggingen. Tegenwoordig worden ze binnen Indonesië als tweederangs burgers behandeld.” Toch heeft Gerard ook nare herinneringen aan de gruwelijke manier waarop de Papoea’s soms met elkaar omgingen. “Ik heb een rechtszaak gezien. Een Papoea was vreemdgegaan. Ze hebben die man aan een paal gebonden en letterlijk doodgeslagen. Wat ging ‘die mens’ tekeer.”
De contacten met het thuisfront hielden Gerard enigszins op de been. Zijn verloofde – nu zijn vrouw – Toos van Bommel stuurde vele brieven, per luchtpost. Dat gaf afleiding en troost. Maar verder is er toch vooral verbittering. “Er zijn veel meer Nederlandse jongens gesneuveld dan iedereen denkt. Daar praat niemand over. Want sneuvelen, dat is óók doodgaan aan allerlei ziekten die wij niet kenden, zelfs aan de pest. En de ongelukken door ondeugdelijk materiaal, omgeslagen boten, neergestorte vliegtuigen. Een kameraad, een kannonier, pleegde zelfmoord, omdat ie een paar dagen eerder de opdracht kreeg een boot vol met Indonesische jongens uit het water te schieten. Dat deed hij, maar hij had verschrikkelijke spijt. Hij heeft zich opgehangen.”

Gerard is midden in de Nederlandse winter teruggekeerd. “Het was ijskoud, ik had niet eens een jas, alleen een dun bloesje. Nee, er stond op het vliegveld géén ontvangstcomité, geen legerofficier ter verwelkoming. Ook toen werden we aan ons lot overgelaten. Ik heb, eenmaal thuis, nooit meer iets van de overheden vernomen. Wel kreeg ik een medaille… per post toegestuurd.”
In de officiële berichtgeving over de verliezen onder de Nederlandse militairen op Nieuw-Guinea staat: “Afgezien van een aantal schermutselingen bleef een grootschalig gewapend treffen uit. Negen Nederlandse militairen sneuvelden in de strijd, een groter aantal kwam echter door ziekte of ongevallen om het leven.”
Gerard denkt dat er meer dan tweehonderdvijftig soldaten nooit zijn teruggekeerd. Het Nederlands Veteraneninstituut heeft het over ruim honderd militairen, maar dan in de periode 1950-1962, en de West Papua Bibliotheek somt de gevallenen met naam en toenaam en doodsoorzaak op en komt tot om en nabij de honderdzeventig doden. Op ereveld Hollandia in Nieuw-Guinea lagen ongeveer honderd gevallenen, een enkel slachtoffer werd destijds al gerepatrieerd of elders op Biak of in een ander deel van Nieuw-Guinea begraven. Ook is er een paar keer sprake van een zeemansgraf of van vermissing. Ereveld Hollandia is in 1974 opgeheven en de stoffelijke resten zijn overgebracht naar Java en daar herbegraven op de Nederlandse erevelden Kembang Kuning te Surabaya en Candi bij Semarang. Al die arme kerels hebben het nooit kunnen navertellen, maar Gerard van Schijndel nu, vijfenvijftig jaar later, wél. Het lucht hem op, het is een pak van z’n hart.

Foto: Op de vliegtuigtrap voor vertrek.

 

Foto's:


0