De toekomst is nabij

Het Nederlandse bedrijf PAL-V legt de laatste hand aan zijn vliegende auto, die op de Autosalon van Genève moet debuteren. Geïnteresseerden moeten er wel diep voor in de buidel tasten.

In 1999 begon een Nederlander, John Bakker, te broeden op een idee om om deur-tot-deurmobiliteit een nieuwe dimensie te geven. Professoren bevestigen dat de toekomst zit in reizen zonder files en natuurlijke obstakels. De naam, Personal Air and Land Vehicle, dekt de lading volledig. We praten over een driewielige auto met, voor de stabiliteit, een kantelsysteem à la Carver. Qua technisch principe valt hij onder de gyrocopters, wat inhoudt dat een motorisch aangestuurde propellor voor de voortstuwing zorgt en een windaangedreven rotor de stijging voor zijn rekening neemt. De fabrikant is met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat verregaand in gesprek voor het verkrijgen van vergunningen voor TUG-plaatsen: 65 minivliegveldjes in Nederland, nooit verder dan vijftien kilometer van je plaats van bestemming. Om te landen heeft de PAL-V een afstand van dertig meter nodig, om op te stijgen maximaal 180 meter. Met zijn twee 1,3-liter Rotax-motoren van elk 100 pk bereikt hij in de lucht een top van 160 km/h, waarbij de kruissnelheid op 140 km/h ligt. Over land presteert hij hetzelfde, maar dan met één krachtbron uitgeschakeld. De 0-100-sprint werkt hij in negen seconden af, het benzineverbruik ligt op 7,6 l/100 km. Met een volle tank van honderd liter euro loodvrij (95) betekent dat een actieradius van 1300 kilometer op de grond, wat in de lucht terugloopt tot 400 à 500 kilometer.

In de 664 kilogram lichte PAL-V nemen twee personen naast elkaar plaats. Qua bagage moeten ze zich redden met 80 liter laadvolume en 246 kilogram laadvermogen, inclusief zijzelf. In ‘aardse hoedanigheid’ bedragen lengte, breedte en hoogte 4,00 bij 2,00 bij 1,70 meter. Het gevaarte laat zich in vijf minuten tijd deels handmatig, deels langs pneumatische weg in een vliegend object transformeren, met meer bodemspeling, een hoogte van 3,2 meter en een spanwijdte van de rotor van 10,75 meter. Wat dat dan allemaal mag kosten? 499.000 euro zonder belastingen voor de beperkt beschikbare Liberty Pioneer-versie en 299.000 euro voor de veel eenvoudiger uitgevoerde Liberty Sport. In beide gevallen komt daar het behalen van een vliegbrevet nog bij. Verkoop geschiedt straks via dealers van exclusieve auto’s.

Foto's:


0