05 februari 2018

Ut téndje

Deze keer maar weer eens een verhaal uit de oude doos. Uit de tijd dat ik in de supermarkt in Deurne werkte. Oud-collega’s zullen precies weten over wie ik het heb. Een mooi mens met een prachtig verhaal.
Ze kwam elke donderdag om 10.00 uur boodschappen doen. Een oudere dame krom en traag door de reuma. Ze had nog één tandje in haar onderkaak. Dat ene tandje bewoog ze de hele tijd over haar bovenlip. Voor er pauze werd gehouden gingen collega’s altijd even in de eerste gang kijken of ze al binnen was. ‘Frens , ut téndje is binnen , die doe gij wel effkes hé?’ En iedereen snelde dan richting kantine. “Goedemorgen Anna! Wat mag het zijn vandaag?” Domme vraag, want ik wist precies wat ze elke week bestelde. Elke week vroeg ze hetzelfde , elke week hetzelfde verhaal. Doe maar unne schenkel vur de goei soep. En ze liet me vervolgens het hele schaaltje leeg graaien om uiteindelijk bij de onderste te zeggen “Ja , doe die mar”. Later , om het hele proces te versnellen , haalde ik het schaaltje uit de toonbank , kieperde die om , nam de onderste schenkel en liet die dan aan haar zien. “Dizze Anna?” Totaal verbaast door mijn actie knikte ze dat het goed was. “ En doe mar unne skonne schnitzel vur onze Jos , want die moet verrekes hard werken”. En terwijl ze onverstoorbaar doorging met het sabbelen aan het ene tandje keek ze toe hoe ik het mooiste stukje vlees voor haar uit de toonbank pakte.
Jaren later kwam ik Anna weer tegen in het bejaardenhuis waar mijn moeder verbleef. Haar handen en vingers pijnlijk vergroeid door de reuma , traag schuifelend achter haar rollator. Ik groette haar dan altijd vriendelijk en vroeg me af of ze me nog herkende uit de tijd dat ze nog zelf boodschappen kon doen. Eén ding was echter nog steeds hetzelfde: het ene téndje had de tand des tijds doorstaan en ze sabbelde daar nog steeds onverstoorbaar op.
Anna leeft niet meer, maar leeft voort in een mooie herinnering… (Foto: MJ Fotografie).

Francis van Gils