Stuurman: Ik word een oldtimer

Wanneer weet je als autojournalist dat je écht op leeftijd begint te raken? Zodra je voor allerlei klassiekermedia artikelen mag aanleveren over modellen die je ooit nieuw bij de importeur ophaalde. De schade blijft bij mij nu nog beperkt, want het overkomt me vooralsnog alleen bij youngtimers, maar de jaren schrijden voort. Eén van de eerste keiharde confrontaties beleefde ik met de Fiat Multipla en dan niet eens vanwege het schokkende model, want dat weet ik juist wel op waarde te schatten. De Mercedes-Benz A-Klasse, de Lincoln Town Car, het voelde als de dag van gisteren en dat terwijl hun tijdperk toch wel een jaartje of twintig achter ons ligt.

Kruip ik nu weer aan boord, dan merk ik natuurlijk direct op wat de evolutie gedaan heeft. Auto’s getuigen van een oneindig veel hogere afwerkingsgraad, met strakke naden, fraaie materialen en gelikte tierelantijnen. Alles wat je vastpakt lijkt voor de eeuwigheid gebouwd en de algehele rijbeleving sluit bij die beeldvorming aan, al vertellen reviews uit de praktijk soms een ander verhaal over de levensduur. Ondertussen eist het hoofdstuk infotainment al je aandacht op, want als je zelf niet nieuwsgierig door al die menu’s gaat scrollen, melden de systemen zichzelf wel bij je met allerlei waarschuwingen en wetenswaardigheden. Minstens zulke sprongen hebben automobielen gemaakt op het gebied van veiligheid, brandstofverbruik en prestaties, zeker sinds de intrede van hybridetechniek en efficiënte turbomotoren. Wat de levensduur daarvan bedraagt, dat laat zich nog even bezien, maar ze zijn er.

Toch begin ik langzaam maar zeker iets opmerkelijks vast te stellen, iets dat zich het beste laat illustreren aan de hand van een voorbeeld. Rond 1998 erkende mijn toenmalige werkgever mijn oldtimerpassie en zochten we in goed overleg een Toyota Celica uit 1972 uit, die als auto van de zaak zou gaan functioneren. Een geweldige klassieker met bakken karakter, maar wel uitermate spartaans en alleen geschikt voor iemand met de bereidheid om af te zien. Dat paste mij prima, hoewel de nukkige handchoke, de lekkende voorruit en het dweilerige weggedrag me soms frustratiemomentjes bezorgden. Geheel toevallig bezit mijn vriendin sinds een poosje een Japanse coupé met dezelfde leeftijd als die Celica toen, namelijk een Subaru SVX uit 1992. Primitief? Allerminst. Verouderd? Amper. Hij profileert zich vandaag de dag nog steeds als een fantastische rijmachine met zorgeloze, hoogst geraffineerde techniek en een luxegraad waarmee het geenszins behelpen is. Automatische airco, cruise control, stoelverwarming, het zit er allemaal op en aan. Afgezien van wat toeters en bellen ervaar ik met mijn even oude Alfa Romeo 164 iets vergelijkbaars, namelijk dat zo’n auto je amper het idee geeft je in een klassieker voort te bewegen. Ik zou het zelfs bijna saai durven noemen. De evolutie begint dus blijkbaar te vertragen en als ik dan naar mijn eigen situatie kijk, dan biedt dat een soort van troost. U mag het ook ontkenningsgedrag noemen.

Aart van der Haagen

Foto's:


0