Kroniek van een Kommanderij gidst door zes eeuwen Gemertse geschiedenis

GEMERT – ‘Van wor ik bén? Kéénde gaj óns laand?’ De eerste regels van het Gemerts volkslied geven het al aan: vroeg of laat willen we weten waar we vandaan zijn. ‘’ Het verleden vormt de sleutel tot heden. Het verklaart wie we zijn en wat we doen. In Kroniek van een Kommanderij komen onze voorouders zelf aan het woord.

Door Marcel Bosmans

Het nieuwe boek van de Gemertse historicus Simon van Wetten biedt een uniek en laagdrempelig inkijkje in het Gemert tussen 1200 en 1800. “Er is veel over Gemert en de Duitse Orde geschreven, maar wat het betekent om in een Commanderij te wonen hebben we ons nooit zo afgevraagd. Zes eeuwen lang was Gemert bezit van die illustere ridderorde en daarmee een vrije, neutrale en soevereine heerlijkheid. De dorpsgrenzen waren landsgrenzen. Gemert, hoe Brabants ook, hoorde niet bij Brabant. Het was een apart landje. Hoe leg je zo´n uitzonderlijke en staatsrechtelijk best wel ingewikkelde situatie prettig leesbaar uit? Door de Gemertenaren van weleer commentaar te laten geven op alles wat de Duitse Orde met zich meebracht.”

Bescherming

Aan het leven in een Commanderij kleefden voor- en nadelen. “De Duitse Orde was goed georganiseerd en werd professioneel geleid. De administratie was zogezegd op orde en de regels waren voor iedereen helder. Je was dus niet afhankelijk van de nukken van een lokale heer. De Duitse Orde bood daarnaast bescherming. Bij de bouw van het kasteel zullen mensen met ontzag naar die hoge muren hebben gekeken en gedacht hebben dat niemand het nog zou aandurven om die aan te vallen. Het was ook veel veiliger om in Gemert te wonen, dan in omringende dorpen. In Aarle-Rixtel was de kans veel groter dat je huis geplunderd of platgebrand werd. Toen vijftig jaar later de kerk verrees moet dat ook met gejuich begroet zijn. Mensen hoefden daardoor niet meer via een modderig pad door de Peel om in Bakel de mis bij te wonen. De komst van de Latijnse School gaf nog meer glans aan Gemert. Het dorp had voor die tijd een ongekend hoog voorzieningenniveau.”

Prijzen

Dat alles had wel een prijs. “Inwoners dienden belastingen (‘cijnzen’) te betalen en de heerlijke verplichtingen na te komen. De nachtwacht lopen of helpen bij het uitbaggeren van de kasteelgracht of het transport van stenen en granen kon zo’n heerlijke verplichting zijn. Daarin was Gemert overigens niet uniek.”

Leven

Leven was ook overleven: “Of je nu landbouwer, wever of ambachtsman was, je werkte van zonsopgang tot zonsondergang en je werkte hard. Alleen op zon- en heiligendagen mocht er geen arbeid geleverd worden. Je had dus vrije tijd. Die werd ingevuld door in thuis of in de herberg te kaarten of een bordspel te spelen of in de buitenlucht te kaatsen of te jagen. Als er geen pest heerste of een dorpsbrand was dan kon het bestaan bijna net zo aangenaam zijn als nu.”

Zwarte dood

Er lagen wel meer dreigingen op de loer. “Tegen de zwarte dood was geen medicijn. Als de pest het dorp naderde werd het vee het veld in gejaagd, werden de doodskisten in voren besteld en onwettige kinderen nog haastig erkend. Mensen gingen er vanuit dat ze het niet zouden overleven. Dat was een terechte vrees. Ter illustratie: in 1636 bleef er na een pestepidemie nog maar 10% van de oorspronkelijke bevolking van Gemert over. 90% was aan de ziekte bezweken of het dorp ontvlucht.”

Waargebeurd

Anders dan zijn eerdere werken heeft Kroniek van een Kommanderij een echte verhaallijn. “Het leest als een roman, maar is geen fictie. Wat vertelt wordt is waargebeurd. De citaten zijn bijna letterlijk. Ik heb ze alleen gemoderniseerd. Dankzij de Duitse Orde staat er veel op schrift. Die brede administratie is bewaard gebleven. Daarin is meestal letterlijk terug te vinden wat mensen zeiden.”

Overal in terug

Van Wetten graaft al decennia in deze archieven. “Het lijkt heel saai werk, al die oude papieren ontworstelen aan de vergetelheid en vertalen. Het tegendeel is waar. Mensen dromen ervan om door de tijd te reizen. Ik doe dat al dertig jaar. Daardoor vallen steeds meer puzzelstukjes op zijn plek. Virtueel kan ik door het Gemert van 1600 lopen. Ik weet precies op welke plek een kastanjeboom stond, waar mensen woonden en met wie ze ruzie hadden. Daardoor begrijp ik het Gemert van nu beter. Op voetbaltenues en straatnaambordjes en in de vrijgevochtenheid van de Gemertenaar: de Duitse Orde zie je overal in terug.”

Foto: Simon van Wetten.

Foto's:


0
  1. Wieger van der Burgt zegt:

    Waar kunnen we dit boek kopen en hoe heet het precies? Ik kan niet wachten om het boek te lezen. Als Simon het verteld komt het direct tot leven.