In de Biechtstoel: Jan van der Haas

BAKEL – Samen met zijn vrouw Riet, met wie hij 54 jaar getrouwd was, stond Jan van der Haas aan de basis van een schare van acht kinderen, vijftien kleinkinderen en acht achterkleinkinderen. Een bevoorrecht mens? Nou, het levenspad was niet altijd geplaveid met rozenblaadjes…

Geloof je?

Ik kom wel uit Zuid-Holland, maar ik ben toch katholiek. Op school had ik voor Katechismus en voor Bijbelse Geschiedenis goeie punten, want ik leerde alles tijdens het koeien melken uit m’n hoofd. Ik heb mijn schoolrapport uit die tijd nog! Hier, kijk maar.

Wat is je grootste deugd?

Van klapzand goeie grond maken. In 1954 kwam ik vanuit Delfgauw naar Bakel. Je kon hier makkelijker een boerderij kopen. We hadden moeite om de Brabanders te verstaan, maar we zijn toch heel goed ingeburgerd. Begonnen met één zeug, vier biggetjes, wat eenden, twee koeien – maar één ging al snel dood – en wat later een paard. Schillen en oud brood ophalen, de arme grond bood m’n beestjes nog geen voer. Ach, slechte grond bestaat niet, slechte boeren wel. In het begin ook nog vijf jaar de melkwagen gereden, om ‘t te kunnen redden.

Wat is je grootste zonde?

Een levensverzekering en een arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten. Dat bleek totaal onnodig. Voor mij dan toch – en dat weet je pas achteraf.

Wat koester je het meest?

Ik zag overal wát in. Ik heb van alles ondernomen. En als het dan lukt, je helpt jou en je gezin vooruit, dan voelt dat goed, en dat stemt op latere leeftijd tot tevredenheid.

Wat stuit je het meest tegen de borst?

Als het niks kost, dan willen de mensen van alles hebben. Dan worden ze graaierig.

Waar kun je heimelijk van genieten?

Dat je me overal kunt heen sturen. Ik leg altijd contact, knoop meteen een praatje aan. Zo heb ik twintig jaar schillen opgehaald in Helmond, en nóóit vervelendigheid gehad. In Helmond! Dat zegt toch iets…

Van wie kun je nog wat leren?

Je blíjft leren, je blijft mensen taxeren, inschatten hoe ze zijn, tussen de regels door lezen. Dat doe ik al een mensenleven lang en je leert dat steeds beter te doen.

Achter welke deur in Gemert-Bakel zou je wel eens een kijkje willen nemen?

Niet achter de kerkdeur, daar zit tegenwoordig geen mens meer. Maar, al zit er geen deur voor, ik ga binnenkort naar Lourdes, en daar kijk ik echt naar uit. Dat wil ik een keer meemaken. Ik mis sinds paar jaar een onderbeen vanwege de diabetes – mijn naam is haas en dan loop je soms in een strik – en misschien zijn de wonderen de wereld nog niet uit.

Met wie zou je wel eens een weesgegroetje willen bidden?

Als je lang leeft, ben je veel mensen tegengekomen, en heb je veel mensen verloren. Mijn vrouw Rietje is er al tien jaar niet meer. Ja, buurten met de mensen van weleer, dat lijkt me wel wat. Aan de andere kant, je moet niet teveel omkijken, daar krijg je pijn in je nek van.

Heb je verder nog iets op te biechten?

Ik ben de oudste in een gezin van veertien kinderen. In nam 1600 gulden mee toen ik van Delfgauw naar hier emigreerde. Ik zou geen jaar op ‘t Ven zitten, zo werd me voorspeld. Uiteindelijk zwaaide ik de scepter over 70 koeien en 120 varkens. Alles meegemaakt: oorlog, armoede, honger, schulden, zelfs bloembollen gegeten. Drie keer bijna verdronken – ik kan niet zwemmen. Ik zit nou, vanwege het prikken tegen de diabetes, vol gaatjes, maar ik lek niet. Ik hoop rap van tong en rap van been, één been, te blijven. Ik moet sowieso de 90 jaar halen, want dan komt mijn dochter uit Nieuw-Zeeland op bezoek. In juni aanstaande!

Foto's:


0