Ruimte vinden in de regio

GEMERT – Is de vraag naar woon- en werkruimte in de regio in overstemming met de vraag? Welke ontwikkelingen zijn er? Wat zijn de kansen en bedreigingen? Bouw & Interieur bespreekt deze thema’s met een aantal professionals. Vandaag deel 1 over ruimte vinden op de markt en voorkomen dat verduurzaming ontspoort.

Door Marcel Bosmans

Recente cijfers wijzen volgens makelaar Paul Hullegie (Berk & Kerkhof) uit dat het aanbod van woon- en werkruimte in Zuidoost-Brabant niet in overeenstemming is met de vraag. “Binnen deze de regio zijn in het vierde kwartaal van 2018 5% minder huizen verkocht dan in het laatste kwartaal van 2017. De prijzen zijn gemiddeld met 7,6 % gestegen. In Gemert-Bakel zijn in die periode 19% minder huizen verkocht en prijzen met 20% gestegen, in Laarbeek respectievelijk 33% en 10%. Van de woningen in Gemert-Bakel die in de laatste drie maanden van 2028 verkocht zijn, is de gemiddelde transactieprijs 303.000 euro. In Laarbeek is dat 318.000 euro. “In de dorpen is sprake van een inhaaleffect. Het aanbod op de woningmarkt daalt en daardoor stijgen de prijzen. Eerst gebeurde dat in de steden en nu ook op het platteland. Ook in Zuidoost-Brabant zie je dat mensen die een woning willen kopen hun zoekgebied vergroten.”

Het plafond komt volgens Hullegie wel in zicht. “In de Randstad zie je al dat de prijzen minder hard stijgen, omdat het voor een groeiende groep mensen niet meer te betalen is. In Zuidoost-Brabant zijn we nog niet op dit punt aanbeland.”

Vraag en aanbod zijn in meerdere opzichten niet in balans. “In de dorpen komen vooral oudere vrijstaande woningen op de markt met veel grond. Vraag is er vooral naar moderne woningen met kleine tuinen. Tweeverdieners hebben namelijk weinig tijd voor groenonderhoud. Daarnaast is er een groeiende behoefte aan seniorenwoningen. Die wordt steeds vaker ingevuld met levensloopbestendige appartementen. Ouderen zien daar steeds vaker de voordelen van in.”

Ook jongeren kiezen steeds vaker voor een appartement: “Een eigen huis –het liefst zo groot mogelijk- is niet langer het ideaal. Locatie is voor deze groep belangrijker dan grootte. Compact en centraal gelegen heeft de voorkeur. Vrijetijd wordt steeds vaker online of buiten de deur ingevuld. Een badkamer met wc, een ruimte om te zitten, te koken en te slapen, meer heeft de jeugd niet nodig. Gebieden met een beperkt voorzieningenaanbod,-zoals Noord-Groningen en Zuid-Limburg- lopen leeg, omdat jongeren massaal naar de stad trekken.”

Dat heeft ook een keerzijde, omdat de steden dreigen dicht te slibben. Door te investeren in de infrastructuur, denk aan het ov, kunnen de verbindingen tussen stad en platteland verbeterd worden. De voordelen van wonen op het platteland -rust, ruimte, meer aandacht en respect voor elkaar- kunnen dan makkelijker gecombineerd worden met de voordelen van de stad -meer voorzieningen en werkgelegenheid.

In de zakelijke markt is de vraag eveneens groter dan het aanbod. “In de dorpen komen er vrijwel geen vierkante meters bij en ook in de stad is de groei aan geschikte kantoor- en bedrijfsruimte beperkt. Van overaanbod is nauwelijks meer sprake. Trend is dat kantoren naar een stedelijke omgeving verhuizen. De provincie stuurt daar ook op aan. Startende en lokaal verzorgde ondernemingen op het platteland clusteren zich steeds vaker in bedrijfsverzamelgebouwen. Door de aantrekkende economie en de schaalvergroting in de markt kappen vooral grote bedrijven in de regio met ruimtegebrek.”

Zowel voor de particuliere en de zakelijke markt geldt dat er nu en in de komende jaren een verduurzamingsslag gemaakt moeten worden. Adviseur verduurzaming Tijmen Jansen (Bureau JREA): “Er wordt nu vooral geïnvesteerd in zaken die op korte termijn rendement opleveren, zoals ledverlichting en zonnepanelen. De overheid zet bedrijven en particulieren steeds nadrukkelijker op het groene spoor. De Haagse ambities zijn hoog, maar je moet naar mijn idee niet te snel te veel willen. Om iedereen mee te krijgen dienen doelstellingen haalbaar te zijn en het gewenste effect te sorteren. Dat betekent eerst een goed inzicht verkrijgen, daarover duidelijk communiceren en vervolgens gestructureerd stappen zetten en niet andersom. Veel ontwikkelingen, zoals waterstof en warmtepompen, staan nog in de kinderschoenen en zijn nog niet breed toepasbaar of simpelweg te duur. Voor particulieren en bedrijven is wel het zinvol om inzichtelijk te maken waar direct winst te behalen valt en wat op langere termijn van meerwaarde kan zijn.”

Investeren in verduurzaming is voor een verkopende partij nog niet lonend, maar kan voor een koper wel aantrekkelijk zijn. Hullegie: “Vaak wordt het pand toch verbouwd voordat het betrokken wordt. Zaken als isolatie kunnen dan meteen meegenomen worden.” (Lees meer in de volgende Bouw & Interieur)

Professionals aan het woord.

Foto's:


0