In de Biechtstoel: Gerard van Geffen

DE RIPS – – Ooit maakte Gerard van Geffen een ferme carrièreswitch: van de chemische industrie naar de zorg, naar het management van De Zorgboog, naar St. Jozefsheil en de Jan de Witkliniek in Bakel. Een biecht vol van ‘deeltjes’ en begeestering.

Geloof je?

Ik moet wel in God geloven. Ik heb een meer dan normale belangstelling voor héél kleine deeltjes, voor de kwantumfysica. Fascinerend, hoe alles opgebouwd en geordend is. In ben ervoor naar CERN geweest, in Zwitserland, dat is een groot complex voor wetenschappelijk atoomonderzoek. Neutrino’s, kleine neutrale deeltjes, ze vliegen je constant om de oren…

Wat is je grootste deugd?

Dat is eigenlijk aan anderen om te beoordelen. Maar als het moet: mensen enthousiast maken voor initiatieven, het inzetten van nieuwe ontwikkelingen. Nieuwe projecten opstarten en de mensen méénemen in het proces. En als het kan er ook nog de subsidiepotten bij vinden. En onder mijn deugden schaar ik ook dat ik al ruim twintig jaar als vrijwilliger bewindvoerder ben van circa negentig verstandelijk gehandicapten.

Wat is je grootste zonde?

Och, wie is zonder zonde? Ik zou geen spectaculaire zaken kunnen noemen, géén ingrijpende dingen die ik nu nog weet.

Wat koester je het meest?

Heel cliché: mijn kinderen en kleinkinderen, en zeer in het bijzonder mijn verstandelijk beperkte dochter. Daarna komt mijn moestuin, speciaal ‘s morgens of in de late namiddag. De hoorbare stilte! En je ziet heel veel, de zon, de vogels, de paarden die nieuwsgierig naar je kijken.

Wat stuit je het meest tegen de borst?

De afbraak van de gezondheidszorg! De ouderenzorg, de zorg voor gehandicapten, het verdwijnen van verzorgingshuizen, de beperking in de psychiatrische hulp. Het draait teveel om economie, alles wordt vertaald in geld. En het steeds groter wordend verschil tussen rijk en arm stuit me óók tegen de borst.

Waar kun je heimelijk van genieten?

Van de verhalen van de kleindochters – al wat groter – en de kleinzonen – nog klein. De wereld ligt voor hen nog open. En ook ben ik vol bewondering voor de voortschrijdende techniek en wetenschap, al die snufjes die bedacht worden, de ongekende mogelijkheden. Ik denk dan aan wetenschapper Lieve Vermeire die heel leuk de kwantum- en relativiteitstheorie kan uitleggen. Ik kijk en luister graag naar deze Belg! Verder geniet ik nog heel vaak door herinneringen aan onze reizen op te halen.

Van wie kun je nog wat leren?

Ik leer van de mensen die ik ontmoet, de boeken die ik lees, van de verschillende culturen die ik gezien en beleefd heb.

Achter welke deur zou je wel eens een kijkje willen nemen?

Ik klop gewoon op zo’n deur, of ik bel aan. Meestal mag ik wel naar binnen en dan ontdek je achter al die deuren telkens weer iets nieuws, en tegelijkertijd al het wel en wee dat nu eenmaal bij ons, de mensen, hoort.

Met wie zou je wel eens een weesgegroetje willen bidden?

Met Robert Dijkgraaf, de bekende wetenschapper die heel veel weet over licht, kwantum, mechanica en die kennis ook op een prettige en begrijpelijke manier kan overbrengen. Ik ben twee keer met een kleindochter in de gashouder in Amsterdam geweest, waar Dijkgraaf dan zo’n DWDD-college gaf. Geweldig!

Heb je verder nog iets op te biechten?

Ik hoop nog lang mee te kunnen in deze boeiende wereld. Eerlijk gezegd: ik zou wel weer zestien willen zijn. Ook wil ik nog mijn bijdrage leveren aan de heemkunde. Ondanks dat we zo’n klein dorp zijn, hebben we een echte heemkundekring, d’n Blikken Emmer. En die bijdrage zal dan niet zozeer inhoudelijk zijn, maar meer in de organisatie.

Foto's:


0