Dorpscamping Gemert geopend

GEMERT – De entree? Dat viel jongstleden zondag – met een stevige knipoog – nog niet zo mee. Strenge controle van de ‘pliessie’, gescheiden ingangen voor facebookvrienden en “andere bekenden” en pas dan een stralende Hans Crooijmans die de vele gasten verwelkomde.

Door Simon van Wetten

De Pandelaar, toch al een van de mooiste straten van Gemert, is een hotspot rijker. Het voordeel van de lange, lange aanloop die Hans heeft genomen, is een letterlijk en figuurlijk volgroeid campingterrein, waar elk van de vijfentwintig plaatsen omgeven wordt door flink uit de kluiten gewassen bossages, die zorgen voor veel privacy en voor een even-weg-van-de-drukke-wereld gevoel. Al die staanplaatsen hebben een eigen naam. Ter rechterzijde zijn dat bijvoorbeeld de Gemertse bewoordingen voor ons dagelijks voedsel: erpel, petazzie, flodderbonen, mik en streuf. Die Hollanders hebben straks geen idee. Vlamingen strijken ongetwijfeld neer op de plaatsen ter linkerzijde, die met veelal Belgische biernamen zijn aangeduid. Op weg naar het toilet- en douchegebouw kom je langs een emmer water met daarbij een bordje. “Te koop: sneeuwpop, bouwjaar 2016.” Of langs een in de grond geplante riek: “Je moet de groeten van Riek hebben.” Een op de stam van een boom geschroefde stekkerdoos belooft, zonder verdere bedrading, groene stroom. En, gelukkig niet permanent, maar wel bij de opening, was een soort van familie Flodder rond een aftandse caravan bezig in snel tempo een onmogelijke tent én een oudijzerhandel op te zetten, daarbij belaagd door een gemeenteambtenaar die, nota bene op een zondag, het tonen van de juiste vergunningen eiste. Dit alles gecompleteerd met feestelijke muziek van het in speciaal aangeschafte zomertenues gehuld Soa (Showkorps Octaaf Alaaaf Gemert, het strakste en tevens kleinste korps van Nederland) en overkoepeld door een stralend blauwe lucht. Ja, de voortekenen voor de Dorpscamping zijn gunstig. Een prachtig recreatiegebouw, aan de achterzijde onwaarschijnlijk mooie vergezichten en een romantische avondzon, zelf een eitje uit de hennenkooi halen, aandachtig bestudeerd worden door een kleine kudde koeien, het is precies wat een stadmens van het platteland verwacht. Al ruim tweehonderd jaar geleden, midden in de zogenaamde Franse Tijd, bevonden zich op deze plaats in de Pandelaar een huis, hof, weiden en landbouwgrond, “van ouds bekend onder de naam Nieuwen Schans en Ouden Schans.” Het weidse uitzicht van toen is vrijwel onveranderd. De gloednieuwe jeu de boulesbaan geeft het kampeerterrein de sfeer van een Franse camping municipal, en de recreatieruimte is voorzien van een bar, een jukebox, terrasjes en een opgang naar een lounge met een fantastisch uitzicht op de Kampen.
Hans Crooijmans is tevreden en voldaan. Hij leidt rond met een elan en enthousiasme dat je bij zijn collega-beheerders van Franse Campings Municipal zelden tegenkomt. En het is waar: Hans heeft heel wat waar hij met trots op kan wijzen. Tegelijkertijd is er ook de verdrietige herinnering aan het overlijden van zijn zus Marjon, nu twee jaar geleden. Zij zou gaan helpen met de opvang van de gasten. Hans: “Dat was haar op het lijf geschreven. Maar ja…”
Toch kijkt Hans uit naar zijn nieuwe bestaan als campinghouder. “Het wordt vast heel skon.” Ik kijk nog een keer om me heen en kan dat alleen maar beamen. Het ís trouwens al heel skon op de Gemertse Dorpscamping.

Foto's:


0