Edith Vissers verdiept zich in het Erps dialect

ERP – Worrem zèn de roame van de Èrpse kéérk zo hog? Anders springe de bírre d’raojt. Het is een grap die iedereen in Erp kent, maar ze zullen hem daar beslist anders uitspreken dan in Gemert. Geboren en getogen Erpse Edith Vissers verdiept zich graag in het Brabantse dialect, vooral het Erps, maar is ook heel geïnteresseerd in de verschillen tussen de dialecten van de twee aangrenzende dorpen Erp en Gemert.

Door Ine van Gerwe

Op haar keukentafel in Uden ligt het Gemerts Woordenboek van W.J. Vos. Geleend van haar vriendin Marleen van Zeeland uit Gemert, met wie ze graag spart over de plaatselijke dialecten. De twee leerden elkaar kennen op het Zwijsen College. Taal interesseerde Edith al als jong meisje: “Liefst zat ik altijd te lezen, maar mijn moeder vond dat maar niks. Lezen was goed voor de zondag. En werken in die richting was ook niet voor de hand liggend.” Toch koos Edith voor de studie taal- en literatuurwetenschap in Tilburg. Haar opleiding leidde tot een professionele loopbaan als onderwijsadviseur; haar voorliefde voor de dialecten – in alle verschijningsvormen en ontwikkelingen – werd een levenslange hobby. “Streektalen hebben mij altijd geboeid. Ik ben natuurlijk opgegroeid met het ‘Errups’. Later in mijn studie, die zich ook erg richtte op hoe minderheden het Nederlands als tweede taal leren, zag ik veel paralellen. Denk bijvoorbeeld aan hoe mensen die meertalig zijn, afwisselen van taal. Daarmee kwam de ook de ‘wetenschappelijke’ belangstelling. Je kunt dialect immers ook zien als tweede taal.”

“Wat mij altijd al heeft geïntrigeerd aan dialect, is dat we onszelf – en onze gevoelens – vaak beter uit kunnen drukken in het dialect. Toch is er vaak ook een gevoel van schaamte. Maar waarom eigenlijk? Als je het mij vraagt, zouden we het méér moeten waarderen dan we nu doen.” Edith noemt een voorbeeld: “Ik zag pas in een zorgcentrum hoe een verpleegkundige heel liefdevol omging met een oudere patiënte en haar in haar eigen taal – dialect dus – aan kon spreken. Hoe vertrouwd moet dat voelen! En hoe belangrijk is het daarom, dat we dat niet verloren laten gaan.”
Toch kan Edith alleen maar constateren dat dialecten aan het verdwijnen zijn, of op zijn minst aan het veranderen. Ze ziet een duidelijke verschuiving van dialecten naar regiolecten: “Daarbij beweegt het Erps mee met de taal voor Noordoost Brabant. Tussen het Erps en het Veghels hoor je nauwelijks nog verschil.”
Komen we op het onderscheid tussen het Erps en het Gemerts: “Die talen lijken helemaal niet op elkaar,” constateren Edith en haar vriendin. “ Vergelijk het Gemertse ‘kieken’ met het Erpse ‘keeken’, of het Gemertse knèèl met het Erpse ‘kunnaal’, voor kanaal. Maar ook hier zien we dat de scherpe randjes er vanaf gaan. Bijvoorbeeld ‘nôr haus’, dat horen we eigenlijk niet meer.”
Brabants mooiste woord ‘hawdoe’ zal nog wel even bewaard blijven, maar voor Edith’s persoonlijke favoriet ‘zibbedeeske’ moet worden gevreesd. Edith legt haar hand nog maar eens op het dikke boek van Vos: “Hier kan ik echt geen genoeg van krijgen. Weet je dat ik hier best jaloers op ben? Ooit hoop ik nog zoiets te maken over het Erps.”

Edith Vissers werkte mee aan ‘Witte gij di òk’

Foto's:


0