Mien en Martien de Bruijn-Althuizen

ELSENDORP – “Kijk eens wat er gebeurt als je met z’n tweeën begint.” Martien laat trots de statiefoto met alle kinderen, klein- en achterkleinkinderen zien. Veertig personen! Dit is het verhaal van het eerste briljanten huwelijk in het Gouden Dorp.

Door Simon van Wetten

Martien de Bruijn is nog altijd “d’n Bakker” in Elsendorp. “Zo pak ik ook altijd de telefoon op: u spreekt met d’n Bakker…” En Mien vult aan: “We woonden allebei in Venhorst. Daar konden we een winkel beginnen, maar dan moesten we wel trouwen. Ik vond mezelf nog te jong. Maar ja, de gemeente wilde een getrouwd stel in die winkel en ons pa en ma stonden erachter. Dus we trouwden. Ik heb er nooit spijt van gehad, al die 65 jaar niet.”

Goed, we vertoeven dus in Venhorst, in de Ot en Sien-tijd. Eén harde weg, voor de rest zandpaden. Mien en Martien kennen elkaar al hun hele leven, maar als kind hadden ze geen oog voor elkaar. Drie jaar leeftijdsverschil telt aan als je nog heel jong bent. Mien: “Ik zat bij een jongere broer van Martien in de klas. Ik heb nog de 8ste klas gedaan!” Martien: “En ik ging d’n boer op. Vijftig gulden per jaar en kost en inwoning. Na drie jaar kwam Cor van de Ven vragen of ik zijn bakkerij wilde werken. ‘s Morgens brood bakken, ‘s middags met de bakkersfiets brood uitventen. En naar de bakkersschool, eerst in Eindhoven, daarna naar Den Bosch. Op de fiets!” Mien: “Die andere, die bakkersfiets hebben ze later opgeknapt, die staat nu voor de bakkerij in Venhorst.” Op zeker moment is de verkering aangegaan, uiteraard met Venhorst-kermis. Er stond een draaimolen, een zweefmolen en een snoepkraam, maar Mien en Martien hadden alleen maar oog voor de danstent en vervolgens voor elkaar. “En om tien uur thuis! Anders mochten we de volgende zondag niet meer weg.”

Na hun trouwen en drie jaar de winkel in Venhorst, kwam vanuit Elsendorp het bericht dat de bakker aldaar ziek was. Of Mien en Martien de bakkerij niet wilden overnemen? “Op zijn sterfbed hebben we de overeenkomst getekend.” En zo emigreerden de twee via de Middenpeelweg naar Elsendorp. En er kwamen kinderen, soms wel drie tegelijk. Mien verzucht: “Maar toen hoefde ik in de winkel niets meer te doen. En ook geen roggebrood meer afbakken.” Niettemin was het druk. De dochters van Martien en Mien daarover: “Ons pap werkte hard, ons mam ook, maar ze waren er altijd voor ons. Dinsdagmiddag was de winkel dicht, dan gingen we met z’n allen met het bakkersbuske naar de bossen, picknicken. Er is van ons achten niemand iets tekort gekomen.”

De ligging van de bakkerij aan het beruchte Elsendorpse kruispunt en het feit dat Martien óók een EHBO-post onderhield, maakten dat er veel verkeersslachtoffers in huize De Bruijn zijn geholpen. Mien: “Ik heb ooit bij een kindje van 9 maanden de slagader dichtgehouden tot er hulp kwam.”
Rust op latere leeftijd? Martien was druk met het dorpsoverleg, en als verzorger van de voetbalclub – wel handig, dat EHBO-diploma – en ook met de carnavalsclub. Mien deed de ouderenviering, verzorgde de bloemen in de kerk, en begeleidde de hobbyclub, een voorloper van de naschoolse opvang. En ze houdt al 50 jaar een boek bij met alle krantenknipsels die Elsendorp aangaan. En toen de voetbalclub een belangrijke wedstrijd tegen Bakel speelde, goot ze stiekem een scheutje cognac in de thee van de voetballers. “Ze wonnen!”
En nu is het dus feest, op 30 juni om precies te zijn. Martien: “We beginnen die dag met een H. Mis, uit dankbaarheid. Jawel, dankbaarheid. Vijf jaar geleden lag ik op sterven. Lymfeklierkanker. Maar o wonder, ik ben er nog en we vieren feest.“ Mien knikt bevestigend. ”Vijfenzestig jaar geleden trouwden we, eerst in Boekel voor de wet, daarna in Venhorst voor de kerk. En we zijn er nog steeds. Allebei!“

Foto's:


00