Ontheemd naar Gemert

GEMERT – Johanna Matagora– van der Putten (89) is laatst nog levende van de eerste generatie Indische-Nederlanders in Gemert. Zo senang’ als ze zich voelt in zorgcentrum Ruijschenbergh, zo vol met zorgen was het begin van haar volwassen leven. Een indrukwekkend relaas.

Door Bernard Janssen
Op 21 april 1930 werd Johanna van der Putten geboren in Salatigaop midden Java. Ze trouwde in 1948 met Louis Matagora( Matje voor de Gemertenaren) en werd begin jaren ’50 gerepatrieerd naar Nederland. Ze kwam met haar man, twee kinderen, twee broers en twee zussen naar Gemert.

Twee culturen

In haar appartementje blikt ze terug op haar leven. De hectische geschiedenis weet ze nog helder te herinneren, maar de gevorderde leeftijd komt niet zonder problemen. Dochter Inge (57) vult hier aan. “Mijn opa (Van der Putten) kwam uit Rotterdam, mijn oma was Indisch. Ik had dus twee culturen in mij.”

Ware hel

Aan haar zorgeloze Indische kinderjaren kwam abrupt een einde tijdens de Tweede Wereldoorlog. “De Japanse bezetting was een ware hel. Tijdens de onafhankelijksstrijdwerd het niet beter.”

Onbekend

Op 30 juni 1948 trouwde Johanna met Louis Matagora. De twee oudste kinderen werden in Nederlands-Indië geboren. Vanwege de politieke situatie in het land koos het jonge gezin ervoor om de overtocht naar het ‘onbekende’ Nederland te maken. “Onderweg werd moeder erg ziek. Op haar sterfbed in het ziekenhuis in Maastricht beloofde ik haar om mijn twee broertjes en zusjes (13 tot 19 jaar) op te vangen” . Zo arriveerde het gezin met dochtertje Trees en baby Charles met broers en zussen in Nederland. Via Valkenburg kwam de familie in Gemert terecht. President Verhofstadtstraat 5 werd het nieuwe thuis.

Succesvol

In december 1949 werd de soevereiniteitsoverdracht tussen Indonesië en Nederland getekend. De gevolgen waren dat in de jaren ’50 veel Indische Nederlanders naar Nederland kwamen. Veelal luchtmachtmilitairen van het KNIL vonden hun plek in Gemert, centraal tussen Vliegbasis Eindhoven en Volkel. Toenmalig burgemeester De Bekker had een vooruitziende blik. Er heerste in de jaren ’50 en ’60 enorme woningnood, en met zijn plan om 120 Indische gezinnen te huisvesten kreeg hij de kans om ook 120 Gemertsegezinnen een woning te bieden. Deze zogeheten ‘Bogaerswoningen‘, genoemd naar de toenmalige minister van volkshuisvesting, waren klein maar doeltreffend. De wijken Molenakker en Berglaren werden een smeltkroes van eensgezindheid, en Gemert werd een landelijk voorbeeld voor succesvolle integratie. Het Indiëmonument aan de Pater vd Elsenstraat is een blijvende herinnering met een ware inscriptie: ‘integratie moet van twee kanten komen’.

Goede gevoel

“De laatste periode in Nederlands-Indië en de zoektocht naar een nieuw bestaan was een verschrikkelijke tijd. We waren in feite ontheemd en alles werd anders. Daar stond je dan met een jong gezin en met broers en zussen in een Gemert dat in bijna alles verschilde van wat je gewend was. Wat me nog altijd ontroert is hoe fijn de Gemertse bevolking ons heeft begeleid en opgevangen. Natuurlijk waren er wel eens spanningen, maar het goede gevoel tussen de beide culturen overheerste en nog steeds. In Gemert zijn later nog vier kinderen geboren, Guus in 1954, Yvonne in 1956, Inge in 1962 en Nancy in 1963. Mijn man was tot z’n pensioen adjudant bij de luchtmacht op vliegbasis Volkel. Hij overleed in 1996.”

Mes en vork

Inge herinnert zich nog veel van haar jeugd: “De kinderen moesten wel eens boodschappen doen. Bij supermarkt De Kroon in de Molenstraat, Bij Noud van Schijndel gingen we groente halen. Die zei regelmatig: ‘als je ma wat lekkere loempia’s voor me maakt hoef je dit niet te betalen’. Zo zag een bekende mijn moeder eens zonder bestek gadogado eten, wat in Nederlands-Indië gebruikelijk is. Hij zei: ‘heeft je moeder niet geleerd om met mes en vork te eten?’ Maar wie de bal kaatst.. ik zag hem kort daarna bij de viskraam een nieuwe haring verorberen. Ik tikte op z’n schouder met de mededeling: ‘heb jij niet geleerd met bestek te eten?’ Dat was hilarisch.”

Indorock

De ‘babyboomers’ van na de Tweede Wereldoorlog werden in de voor hen ontluikende sixtiesop ‘Indorock’ getrakteerd door hun Indische schoolgenoten. Dat fenomeen kwam op het juiste moment, voor de opkomende generatie tieners. Er ging een heuse muziekwereld open. Daarmee werd het fundament voor de Nederpop gelegd. Deze muziek bleek een hechte band te creëren tussen de twee culturen. Diverse muziekavonden bevestigden dat. Tussen de van oorsprong Gemerts jeugd en de kinderen van de eerste generatie Indische-Nederlanderswerden vriendschapsbanden gesloten voor het leven.

Bingo

Mevrouw Matagora: “Mijn man was penningmeester op de gezellige Bingo-avonden, en ik hielp mee met kaartverkoop en zo. Muziek verbroedert, en dat maakte deze avonden zo bijzonder. Je had de Indische en Nederlandse cultuur. We hebben van elkaar geleerd en geaccepteerd. Het woord ‘discriminatie”kennen we hier niet’.

Loempia’s

Inge springt bij: “Mijn moeder was een echte keukenprinses. Indische rijsttafel was een van haar specialiteiten. Maar ook heerlijke loempia’s. Theo Vlemmingszei eens: ‘die kan ik wel tien op’. Die weddenschap liep, en er werden enkele geprepareerd met lombok rawit. Het moet gezegd, hij kreeg ze weg, maar de parels zweet stonden op z’n voorhoofd. Vrienden en vriendinnen waren altijd welkom en mochten mee eten. Die gastvrijheid was heel gewoon.”

Negentig

Haar moeder beleeft met haar leeftijdgenoten in woonzorglocatie Ruijschenbergh een fijne verzorgde oude dag. In april 2020 hopen kinderen, klein- en achterkleinkinderen een fantastische negentigste verjaardag met haar te mogen vieren. “Dat verdient ze.”

Op woensdag 14 augustus vindt de regionale Indiëherdenking plaats in de Cacaofabriek in Helmond. Details staan op indischgemert.nl.

Foto: Inge en Johanna Matagora.

 

Foto's:


I
  1. Yolanda van der Meulen-Heijligers zegt:

    Prachtig verhaal en voor mij zo herkenbaar want deze 2 dames zijn mijn tante en nicht van moeders kant. Trots op mijn familie 💖💋