Stuurman: Gerespecteerde Japanners

In de jaren zeventig trokken conservatief ingestelde mensen een heel vies gezicht als je vertelde dat je een Toyota, Datsun, Mitsubishi, Honda of Mazda had aangeschaft. Producten uit het verre oosten kopen, dat was verraad aan de Europese industrie en een loyaliteitsbreuk met bewezen merken. Na zoveel jaar wederzijdse trouw kon je (je) Opel, Ford, Renault of Fiat toch niet de rug toekeren? De immer kritische Nederlandse consument bleek echter bijzonder gevoelig voor de troeven die de Japanse merken uitspeelden: een royale standaarduitrusting en een scherpe prijsstelling. Met het verstrijken van de jaren kwam ook steeds meer naar buiten dat de kwaliteit van de techniek op een hoger plan stond dan bij Europese auto’s en zo veroverden de Jappen vooral in de jaren tachtig stormenderhand de markt. Nog steeds zitten ze stevig in het zadel, al ondervinden ze op hun beurt concurrentie van de Koreanen en hebben de fabrikanten op ons eigen continent in prijs-kwaliteitverhouding een inhaalslag gepleegd.

Als nou die Japanners van toen over zulke onverwoestbare techniek beschikten… waar zijn ze dan allemaal gebleven? Wanneer kom je nog een Toyota Carina, een Mitsubishi Galant of een Mazda 323 in het wild tegen? Er valt een tweeledig antwoord op te geven. In de eerste plaats hield de roestduivel wel van deze pittige oosterse gerechten en liep hij vooruit op het latere fenomeen ‘all you can eat’. Zo belandden technisch kerngezonde auto’s met een dramatisch aangevreten koets voortijdig op de sloop, maar lang niet allemaal. Integendeel, exporteurs zagen er wel brood in, want Afrika zat volop in de ontwikkeling van massamotorisering en daar maakte niemand zich druk om APK en onderhoud. Die Japanners bleven wel tokkelen, in het beste geval bijeengehouden door lasrupsen. Ik sluit niet uit dat wanneer je nu door Ghana toert, je nog wel een Honda Integra (wie kent hem nog?) of een Nissan Bluebird uit het jaar kruik tegenkomt met een Nederlandse dealersticker achterop.

Er bestaat ook nog een ander antwoord op de tweede zin van de vorige alinea. Wie op 7 juli jongstleden het weiland achter De Kokse Hoeve passeerde, weet wat ik bedoel. Toen vond daar de jaarlijkse Japan Classic Sunday plaats, een evenement voor alle old- en youngtimers uit het Land van de Rijzende Zon. Het begint inmiddels uit te groeien tot een treffen van internationaal kaliber, dat deelnemers uit heel Europa trekt en daarmee tijdens de afgelopen editie een recordaantal van bijna 600 voertuigen liet noteren. Verloren gewaande Prelude’s, Silvia’s, 929’s, Cressida’s, Justy’s, Samurai’s en Lancers schitterden daar als in hun gloriejaren en tientallen modellen die allang in de vergetelheid zijn geraakt wisten volop de aandacht op zich gevestigd. Ze maakten bij de bezoekers een hoop positieve sentimenten los. Niet raar, als je bedenkt dat dezelfde auto’s die ooit het straatbeeld danig veranderden nu massaal hun oude dag slijten op een kerkhof of in een ver oord. Ze verdienen en krijgen eindelijk écht respect. Houd de eerste zondag van juli volgend jaar vast vrij.

Aart van der Haagen

Foto's:


0