Anderstalig voorlezen bevordert Nederlandse taalontwikkeling

GEMERT – De Gemertse bibliotheek leent vanaf deze week ook prentenboeken in het Pools en Arabisch uit. De driejarige Sara Hartmans-Kabacinska knipte maandagochtend het lintje van de eerste anderstalige kinderboekenplank door. Voorlezen in de moedertaal bevordert ook de Nederlandse taalontwikkeling van jonge kinderen.

Door Marcel Bosmans

“Onderzoek wijst uit dat het heel belangrijk is voor de ontwikkeling van je kind om het al op prille leeftijd in de moedertaal voor te lezen”, legt Angelique Biemans (Bibliotheek De Lage Beemden) uit. “Dat is de taal van het hart, waarin je jezelf het beste kunt uitdrukken en waarmee je lacht en huilt. Een kind dat eerst de taal leert die mama zelf als kind geleerd heeft, blijkt zich ook sneller een tweede taal eigen te kunnen maken. Omdat het al een kapstok heeft waaraan het iets op kan hangen. Het kan wat het ziet, ervaart, denkt en wil onder woorden brengen.”

Pools en Arabisch

Bibliotheek De Lage Beemden heeft daarom anderstalige prentenboeken in de collectie opgenomen. In De Gemertse vestiging staan werken in het Pools en Arabisch op de plank. Anderstalige kinderen onder de vijf waarvan de ouders vanuit Polen naar Nederland zijn gekomen om te werken of die met het gezin vanuit een Arabisch land naar Europa gevlucht zijn, zijn binnen hun leeftijdscategorie in Gemert-Bakel het rijkst vertegenwoordigd.

Jong starten

Een goed moment om te starten met voorlezen is als een baby vier maanden oud is. “Een kind is dan nog vooral gericht op kijken, voelen en proeven, maar ervaart wel de band die taal schept. Het merkt dat samen lezen leuk is, leert luisteren en zich te concentreren, ontwikkelt sociaal-emotionele vaardigheden, krijgt informatie over de wereld waarin het leeft en leert die steeds beter te begrijpen. Later op school heeft het daar profijt van.”

Grote stap

De Poolse Romana Hartmans-Kabacinska woont met haar Nederlandse man in Gemert. Ze voedt haar dochters Sara van drie en Sofia van zeven tweetalig op. “De taalontwikkeling verloopt heel natuurlijk. Voor hen is het volstrekt normaal. Mijn kinderen weten precies wanneer ze het best Pools of Nederlands kunnen gebruiken en kunnen makkelijk schakelen. Dat ik nu prentenboeken in het Pools kan lenen is voor mij een extra reden om naar de bibliotheek te gaan. Voor mij is de drempel niet zo hoog, omdat ik al veertien jaar in Nederland woon. Ik kan me voorstellen dat het voor ouders die nog nauwelijks Nederlands spreken een grotere stap is. Ik denk dat goed voorbeeld doet volgen. Mond-tot-mondreclame en informatievoorziening in de eigen taal kan ook helpen om meer mensen over de streep te trekken.”

Extra aandacht

Het Syrische gezin Al Zanghary ontvluchtte vijf jaar geleden het oorlogsgeweld. Het huis waar Fedaa Mosa met haar man en kinderen woont bevindt zich op loopafstand van de Gemertse bibliotheek. Ze is er nog niet zo vaak binnengewandeld om een boek te lenen. “In Syrische leeszalen staan geen kinderboeken op de schappen. Ik kom uit een cultuur waar we de verhaaltjes voor het slapengaan zelf verzinnen. Kinderen in Syrië lezen thuis weinig. Zij krijgen al jong huiswerk mee dat vooral gericht is op schrijven en rekenen. Ik vind het goed dat lezen en voorlezen in Nederland extra aandacht krijgt.”

Woezel en Pip

Ouders die in de week van de Alfabetisering (9 t/m 15 september) het consultatiebureau bezoeken krijgen een voorleesboekje van Woezel en Pip mee. Alle belangrijke woordjes in het boekje zijn niet alleen in het Nederlands te lezen maar ook in het Engels, Pools, Arabisch, Fries, Turks, Spaans, Tigrynia, Frans en Mandarijn.

Hoofdfoto: Sara (3) knip het lintje door in de Gemertse bieb.

 

Foto's:


bbb0