Het mooiste wat er is

Dat is natuurlijk relatief. Afgelopen maand heb ik een rondleiding gehad door de laagveenmoerassen van de Weerribben. De ontzettend fanatieke gids leidde ons over een pad van een kilometer of anderhalf waar we in de stromende regen werden gewezen op mooie of belangrijke natuur. “Dit is toch het mooiste wat er is?” meende de oud-biologiedocent die ons wees op een prachtig stukje pluisdraadmos. Wij stonden er druipend bij te kijken.

Hoewel ik (ondanks de regen) erg van de wandeling genoot, was ik vanaf dit moment een beetje afgeleid. Want zou deze meneer dit nu écht menen? Zou er nu niets op deze wereld zijn wat hij mooier vindt dan een stukje pluisdraadmos?

Een paar weken later heb ik een studiedag (‘Oh wat lekker mevrouw, nu heeft u ook een dag vrij!’ nou nee dus). Terwijl ik enorm sta te fangirlen bij een lezing van mijn favoriete taalkundige, hoor ik hem ineens het volgende zeggen: “[..] want zo’n werksfeer, dat is toch het mooiste wat er is?” Opnieuw vraag ik me af of deze meneer niet liever een lekker etentje bij kaarslicht heeft met mevrouw taalkundige, een dagje uit gaat met het hele gezin of desnoods meer houdt van een perfect ontlede zin. Maar nee: een werksfeer, dat is het mooiste wat er is.

Natuurlijk, er zijn ook andere dingen mooi. Een toetsvraag over de collectieve vraaglijn kan bijvoorbeeld mooi zijn, aldus een collega economie. Ook een live-uitvoering van de stelling van Pythagoras op het sportveld kan je gelukkig maken, volgens twee wiskundigen op school. Ik kan niks anders dan ze een klein beetje uitlachen. Typisch wiskunde-, biologie- en economiedocenten… toch?

Maar als ik zelf nog geen dag later sta te jubelen bij het leerwerk van een nichtje (‘formuleren is ZÓ leuk!’) valt bij mij het kwartje. Shit, ik ben net zo gek.

Saartje

Foto's:


0

Geef een reactie op dit bericht...

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.