Toiletgedrag

Gaat u buitenshuis ook wel eens naar het toilet? Ik wel. In de horeca of op een vliegveld. Of bij vrienden, tijdens een feestje. Soms ligt er een velletje toiletpapier op de grond. Kan gebeuren, zo’n gevallen blaadje, zeker in de herfst of winter. Dan raap ik dat op en gooi ik het in de toiletpot. Ik las ergens: ‘Laat het toilet achter zoals je het zou willen aantreffen’.
Soms liggen er twee velletjes papier. Geen probleem. Soms liggen er vier velletjes. U voelt hem aankomen. De twijfel wint terrein. Soms ligt er een half afgerolde, natte wc-rol. Thuis zou ik die opruimen. Bij vrienden of op mijn werk misschien ook. Op Schiphol daarentegen volg ik zeker een andere aanpak. Want dan zijn we de grens voorbij. ‘Ik werk hier niet bij de schoonmaakdienst!’
Vergelijkbare twijfel doet zich voor bij het aantreffen van remsporen van voorpoepers. Sommige gasten volgen nog de benadering die ik als kind ook hanteerde: wc-borstels raak je niet aan. Die staan er voor anderen. Inmiddels heb ik thuis al lang de gewoonte om even om te kijken. Zo’n veeg veeg je weg. Ik wil spoorloos vertrekken. In een restaurant meestal ook. Soms hangt het, gek genoeg, af van de haast in mijn hoofd. Alsof die zeven seconden iets uitmaken. Maar er speelt meer. Namelijk of ik, nauwkeurig luisterend naar wat er zich aan de andere kant van de deur afspeelt, hoor of er collega’s of feestgenoten staan te wachten tot ze mijn hokje kunnen binnengaan. Dan wil ik toch wel als een proper pietje overkomen. Bovendien kruis ik de paden met mijn opvolger liever zwijgend, dus liever geen mondelinge toelichting .
Nu komt het: de lastigste situatie doet zich dus voor als je buitenshuis een toilet wilt verlaten, waar én veel nat papier op de grond slingert én andermans opgedroogde sporen zichtbaar zijn én aan de andere kant van de deur overduidelijk een bekende wacht. Dan ga ik aan de slag. Want wat zal mijn opvolger wel niet denken… En mijn ‘het-was-echt-al-zo-toen-ik-binnenkwam-blik’ is volgens mij nog niet zo erg overtuigend. Daarom ben ik thuis voor de spiegel begonnen om die mimiek goed in te studeren. Want er zijn grenzen. Ik wil me ontlasten van wat je andermans eigen plee-plichten zou kunnen noemen. Dus als u me binnenkort ergens een toilet uit ziet komen met een niet goed te begrijpen gezichtsuitdrukking, dan bedoel ik de ‘it-wasn’t-me-look’.

Maarten Mols