Gerard Hendriks en Riek Tinnefeld 65 jaar getrouwd

GEMERT – Ik heet u wederom welkom in de bizarre wereld die zich achter de poorten van het coronarijk uitstrekt. Gerard en Riek Hendriks-Tinnefeld mogen zich op 8 juni aanstaande een briljant(en) echtpaar noemen, maar kunnen elkaar slechts ontmoeten aan de weerszijden van een hek.

Door Simon van Wetten

Gerard, 87 jaar, woont in de Ireneflat in Gemert, in een aanleunwoning, Riek, een jaar jonger, in Hove Vogelsanck. Beiden zijn nog zeer helder van geest, maar fysieke beperkingen maakten dat Riek anderhalf jaar geleden moest verhuizen. Sindsdien zocht Gerard haar tweemaal per dag op. Tot de coronacrisis uitbrak… Nu stuurt Gerard zijn scootmobiel elke dag naar het hek van de tuin van Vogelsanck. Aan gene zijde van die versperring wacht zijn Riek hem op.
Ik tref de aanstaande feestelingen samen met hun zonen Johan en Cor, op een zonovergoten Hemelvaartdag, bij dat hek. Riek en Gerard hebben nóg twee zonen, Gerard en Stefan. Zij zijn blijkbaar bezig met toch ‘iets’ voor het feest te regelen, want zo’n mijlpaal laat je natuurlijk niet zomaar voorbij gaan. “We laten ons door dat virus niet álles afnemen.”

Riek en Gerard ontmoetten elkaar lang geleden voor het eerst op ‘t Mertveld, en meteen daarna op de stoep bij Van Extel in de Deel. Daar bracht de harmonie een serenade aan een gouden bruidspaar. Het aloude credo ‘van een huwelijk komt een huwelijk’ klopt ook hier, want het raakte aan tussen Gerard en Riek en in 1955 trouwden zij, 22 en 21 jaar oud. “We waren nog snotneuzen”, zegt Riek zelf. Dat had echter een reden. Riek was al op haar negende wees. Haar vader, kapper in Gemert, maar een Rijksduitser, werd in de oorlog gedwongen terug te keren naar Duitsland. Hij weigerde, kwam in de gevangenis terecht en overleed daar. De moeder van Riek stierf aan een ziekte. Het meiske is toen door haar opa aan moederszijde opgevoed. “Ik had geen broers of zusters, geen ouders. Dat gemis blijft altijd hangen.”
Gerard daarentegen komt uit een gezin met tien kinderen. “We woonden op Boekend, later in De Mortel.” Begin jaren ’50 trok Gerard een militair uniform aan en is gaan vechten in de Koreaanse oorlog. Dat leverde vele jaren later nog iets leuks op: de regering van Zuid-Korea nodigde kleinkinderen van oorlogveteranen uit om naar ginds te komen en er een opleiding te volgen. Kleindochter Laura heeft zodoende in dat verre land een jaar lang Koreaans gestudeerd.

Na hun huwelijk woonden Riek en Gerard aanvankelijk in bij de ouders van Gerard, in De Mortel. Daarna in een huisje aan wat nu de Meester Derksstraat is, toen nog een zandpad. “Onze Johan is daar geboren, de andere drie zonen in de Borretstraat in Gemert, want ons huisje brandde af. We konden alleen Johan, de kinderwagen en wat kleding redden.”
Gerard was wever bij textielfabriek Raijmakers, maar werd op z’n 43ste afgekeurd. “Toen heette het zwaar overspannen, nu heet het PTSS. Die tijd in Korea heeft dus ook minder leuke dingen opgeleverd.”
Maar Gerard zat niet stil. Zeven jaar lang was hij ‘het busmenneke’; hij vervoerde leerlingen van de Petrus Dondersschool. En vervolgens reed hij zeventien jaar rond met maaltijden van Tafeltje Dekje. Ook Riek was heel actief. Ze assisteerde bij de dagopvang in het bejaardencentrum, hielp dertig jaar bij de organisatie van het ziekentridiuüm, werkte voor de Zonnebloem en de EHBO, ging op huisbezoek bij zieken en is de medeoprichtster van zwemvereniging Hydra. Voor al dat vrijwilligerswerk ontving zij een Koninklijke Onderscheiding.

“En nu zijn we gescheiden van tafel en bed, door een hek. We hopen dat we onze vier zonen en onze vijf kleinkinderen binnenkort gewoon weer kunnen aanraken. En vooral: elkaar. Zonder een hek ertussen.”

Foto’s: Gerard en Riek Hendriks-Tinnefeld toen en nu.

Foto's:


TI0