In de Biechtstoel: Harrie Klaus

BAKEL – Hij is een exponent van de oude gemeente Bakel en Milheeze. Geboren in De Rips, zijn vader kwam uit Milheeze, zelf woont hij in Bakel. Harrie Klaus was bijna 35 jaar beroepschauffeur en – zijn grote passie – 40 jaar slagwerkinstructeur.

Geloof je?

Vroeger móést je naar de kerk, dat was onomstreden. Tegenwoordig ligt dat anders. Maar mijn vrouw steekt nog elke morgen, zeven dagen per week, een kaarsje bij Maria aan, ook uit dankbaarheid voor een genezing. Wie ben ik dan om daar iets van te zeggen?

Wat is je grootste deugd?

Toch wel dat slagwerk-instructeurschap. Daar ben ik mee begonnen toen ik 25 was. Er is in al die tijd véél veranderd. Mijn zoon heeft het ooit van mij geleerd, nu leer ik van hem. Zo snel gaan de ontwikkelingen. Van traditionele drumband tot uitgebreide slagwerkgroepen. Och, mijn vader sloeg al op de grote trom. Het zit in de genen.

Wat is je grootste zonde?

In militaire dienst speelde ik bij een muziekkorps. Ik had toen als beroepssoldaat in de muziek verder kunnen gaan. Maar ons mam – ik was de enige zoon, ik heb zes zussen – was erop tegen, en ja, in die tijd luisterde je nog naar je moeder. Maar het is zonde dat ik niet voor die militaire muziekcarrière heb gekozen.

Wat koester je het meest?

Zoals zo vaak het antwoord bij deze vraag is: mijn gezin. Mijn zoon en dochter en al mijn kleinkinderen wonen hier in Bakel. Dat is fijn! Maar het meest van alles koester ik mijn vrouw. Zij cijfert zich helemaal weg, voor mij, voor ons gezin, en voor iedereen die ze kan helpen.

Wat stuit je het meest tegen de borst?

Wij wandelen veel. Ik zie dan dat hondenpoep een overlast vormt, maar meer nog de paardenpoep, die je op fiets- en wandelpaden overal ziet liggen. Voor de hond hanteren veel eigenaren nog zo’n zakje, maar paardenmoppen, die mogen blijkbaar gewoon blijven liggen. Raar toch?

Waar kun je heimelijk van genieten?

Van muziek, maar ook van PSV, Ik heb 34 jaar een seizoenkaart gehad, maar sinds de vaste zaterdagavond als tijdstip voor de thuiswedstrijden is losgelaten, ben ik afgehaakt. Verder geniet ik van het feit dat mijn zoon het stokje, of eigenlijk de stokjes, van mij heeft overgenomen. Hij is ook instructeur, geeft les, op dit moment vanwege de coronamaatregelen online. Ja, daar ben ik trots op.

Van wie kun je nog wat leren?

Zoals al gezegd: van mijn zoon!

Achter welke deur zou je wel eens een kijkje willen nemen?

Ik ben niet zo’n reiziger, maar ik zou wel eens in Rome bij de paus in zijn kamer willen kijken. Hoe hij leeft, wat hij doet. Ik vind de huidige paus heel aardig.

Met wie zou je wel eens een weesgegroetje willen bidden?

Met Rudie van Geel uit België. Hem heb ik op een dirigentencursus leren kennen. Rudie werd altijd een beetje afgezeken door die leraren. Terwijl het een hele sociale man was. Ik ben hem uit het oog verloren, maar ik zou hem graag nog een keer spreken.

Heb je verder nog iets op te biechten?

Ja. Ik wil nog wel kwijt dat ik 64 jaar lid ben van Concordia in De Rips. In mijn jeugd ben ik dáár begonnen. Ik heb er veel geleerd, later ook van de heer Van Wakeren in het leger. Door hem ben ik instructeur geworden. Ik heb zes verenigingen gediend, ook Musis Sacrum in Bakel en Sint Willibrordus in Lierop. Tel daarbij op de tijd die ik heb besteed aan concerten, concoursen en de bijbehorende repetities, dan stond mijn leven toch wel in het teken van het slagwerk. Een mooie tijd!

Foto's:


0