Peelverhalen: 10 en 11 mei 1940

GEMERT – Op 4 mei herdenken we, een dag later vieren we onze vrijheid. Dat kunnen we dit jaar voor de 75e keer op een rij; vrijwel een unicum. Daar gingen vijf jaren bezetting aan vooraf. Dit verhaal gaat over de gevechten op 11 mei 1940 bij Keldonk.

In de vroege ochtend van die tiende mei daverde het Duitse leger Nederland binnen. Legerplaatsen werden gebombardeerd, de coördinatie bij het Nederlandse leger was een chaos, van gecoördineerde weerstand was geen sprake. Duitse militairen, verkleed als Nederlandse spoorwegbeambten, kregen zo de spoorbrug bij Gennep in handen, en de pantsertreinen daverden tot ver achter de daarmee achterhaalde Peel-Raamstellingen.

Het verdedigingswerk van het Nederlandse leger bij de Zuid-Willemsvaart in Keldonk werd bemand door het vierde sectie Eerste Compagnie. Eind april kreeg men ook daar de opdracht om zich in te graven met zogeheten schuttersputjes. De commandopost werd ingericht bij het woonhuis van de familie vd Velden, in het zichtveld van de brug. Toen alle onderdelen aan de veilige kant (Zijtaart) van de Zuid-Willemsvaart waren, blies men de bruggen bij Keldonk en Veghel op.

In de vroege ochtend van de elfde mei was in de verte al het gerommel van Duits geschut te horen. De ordonnans meldde in de loop van de voormiddag dat de vijand via Beek en Donk tot in het tussenliggende beboste deel was opgetrokken. Het treffen vond rond 13.00 uur plaats. De Nederlandse tegenstand was geen partij voor de zwaar bewapende Duitsers, de beschietingen over en weer duurden desondanks tot ruim vijf uur die middag. In het buurtschap Doornhoek in Zijtaart sneuvelde samen met enkele maten de 26-jarige Piet Vogelsangs uit Bakel. Even was er hoop dat er Franse troepen voor versterking zouden zorgen, men zag enkele gevechtswagens met oranjegele vlaggen naderen richting Keldonk. De vergissing bleek al snel: dit waren Duitse pantserwagens die de Nederlandse soldaten in de rug aanvielen. Met grote snelheid en vurend bereikten ze de plek waar de brug was geweest. Er sneuvelden diverse Nederlandse militairen. De Duitsers sommeerden voor overgave en de wapens neer te leggen. De ongelijke strijd was gestreden. 76 werden krijgsgevangen gemaakt en afgevoerd naar een school in Erp, een klooster in Veghel en een kerk in Uden. De gewonden bleven achter met de gesneuvelden A. van Beers, J. vd Linden, J. Doornheim, W. Blankers, H. v Oosterhout, W. Prinsen en enkele onbekenden. Na drie dagen kreeg iedereen te horen dat Nederland was gecapituleerd. Men werd vervoerd naar Bocholt en later naar krijgsgevangenkamp Neubrandenburg.

Opvallend genoeg konden deze soldaten op 14 juni 1940 per trein naar Nederland terugkeren, en werden enthousiast ontvangen in Enschede. Door Duitse oorlogshandelingen raakten ze elkaar kwijt en na omzwervingen en vaak ondergedoken trokken velen via de Belgische kust naar Duinkerken. Onder andere H. v. Liempd en M. vd Akker konden veilig het evacuatieschip ‘Pavon’ bereiken. Deze Franse kustvaarder zou ruim duizend Nederlandse soldaten naar Cherbourgh brengen. De Duitsers brachten het tot zinken. Karel de Bruin, de neef van v. Lierop’s moeder, kwam daarbij eveneens om. vd Akker kon zich redden en bereikte Calais, v. Liempd kwam na gevangenschap terug in Schijndel. Velen waren niet zo gelukkig. We herdenken op 4 mei alle slachtoffers, en koesteren op 5 mei onze vrijheid.” (Verhaal Wil van Lierop, tekst Bernard Janssen)

Nederlandse soldaten bij Keldonk

Foto's:


0