Peelverhalen: Wolven, een plaag of een zegen?

GEMERT – Schapen, geiten en runderen droegen vroeger om hun hals vaak een stekelband met pinnen naar buiten tegen een wolvenbeet. De allerlaatste werd geschoten in 1872 aan de Heihoekbij Escharen. Maar sinds vorig jaar laat de wolf weer van zich horen.

Verhaal Wil van Lierop, tekst Bernard Janssen

In Lieshout had men in 1758 een roedel van acht rondtrekkende wolven gesignaleerd die onder het vee veel schade aanrichtte. Er werd fel jacht gemaakt. In het begin van de negentiende eeuw zijn bij enkele grote klopjachten de meeste wolven uit de Peel verdwenen. Bij die jachten was soms een heel dorp betrokken. Doch wolven bleven aanwezig, vooral in de Kempen en in de Peel. De schade door wolven in de Peel was enorm. In 1804 werd weer een grote jacht gehouden. Op last van de Schout en gemeentebestuur van Someren, ontstond gezamenlijk met bijna alle dorpen in de Peel een grote klopjacht.
Op een Limburgs communieprentjevan ruim driehonderd jaar geleden staat te lezen: ‘Marieke en de wolf’. Sevenum was vroeger omgeven door dichte bossen en open heidevlakten, een thuis voor wilde dieren. Even buiten het dorp, aan de Voorste Steeg, woonde een arm gezin, ouders en dochtertje Marieke, een vrolijk meisje met blauwe ogen, blonde haren en ze droeg vaak een rood door moeder gebreid jurkje. Vader had voor haar zesde verjaardag een paar mooie groene klompjesmet gouden biesjes gemaakt. Als Marieke ’s morgens naar school ging zei moeder altijd: “Dag Marieke, goed opletten en veel het Ave Maria zingen onderweg, dan hoef je nooit bang te zijn.” Toen zij op een wintermorgen opstond en door het dakvenstertjekeek genoot ze van de sneeuw die ’s nachts was gevallen. Opgewonden was ze in haar rood kleedje met haar warme klompjesnaar buiten gegaan om te genieten van de sneeuw. Het werd het tijd voor school, stap voor stap door de zachte sneeuw. Ze vergat het Ave Maria, en een hongerige wolf zag haar over het besneeuwde veld dansen en springen. Langzaam sloop het dier naderbij, toen zij opeens omkeek naar haar huisje in de verte turendof moeder daar nog stond. Maar Marieke verstijfde van schrik, ze stond oog in oog met een grote boze wolf. Angstgillend schreeuwde ze Ave Maria, en alsof het dier aangeschoten was kromp het ineen en vluchtte het bos in.
Een Mariagedaante stond opeens naast Marieke, en ze nam haar bevende handjes, troostte haar en veegde de traantjes weg. Vader had de noodkreet gehoord, en wilde met een bijl verder onheil voorkomen. Daar aangekomen trof hij ze alleen aan, en hoorde haar wonderbaarlijk verhaal. Vader en moeder danktenOnze Lieve Vrouw, die hun dochtertje had gered. Uit blijdschap beloofden zij een kapelletje ter ere van Maria te bouwen, op de plek waar Marieke zo wonderbaar was gered. In Sevenum kregen kinderen bij de Eerste H. Communie een extra prentjevan de O.L. Vrouw v/d Voorste Steeg met sprookjeslegende ‘Marieke en de Wolf’. Sinds 1676 staat daar het kapelletje van O.L. Vrouw v/d Voorste Steeg.
Het Wolfsbosch in Gemert en onder andere het Wolfsvenin Mierlo herinneren nog aan vroeger. Of nu iedereen zo blij is met de terugkeer van deze dieren valt te betwijfelen.

 

Foto's:


0