Ex-coronapatiënte waarschuwt voor ingrijpende gevolgen

GEMERT – Als José Geurts de lezers van deze krant een ding zou willen meegeven, is het dat ze voorzichtig moeten blijven. “Doe je ding, altijd binnen zitten is ook geen optie. Maar blijf opletten, het virus is nog niet weg”, waarschuwt ze. Hoe hard het kan toeslaan, weet ze als geen ander. Op 16 maart werd de 65-jarige Gemertse ziek en ze is nog altijd zwaar aan het revalideren. Of ze ooit weer normaal kan lopen is nog niet duidelijk, al knokt ze er keihard voor.

Door Wim Poels

Met een rollator beweegt José zich door het huis. “Ze loopt nog steeds niet zoals het hoort”, zegt haar man Broer. Want zodra ze een been optilt, gaat de voet naar beneden hangen. Alleen dankzij anti-slipkousen blijft ze overeind. De spieren daar functioneren nog lang niet naar behoren. “De een heeft een probleem met de longen, de ander met zijn armen. Ik ben voor zover mij bekend de enige die het zo zwaar aan de voeten heeft. Heel veel mensen ondervinden langdurig gevolgen van het coronavirus, maar allemaal op een andere manier. Dat maakt het heel apart.” En verder kan ze gewoon nog niet veel. “Een beetje voor de tv hangen. Zelfs een blikje open maken lukt niet.”

Terug naar de dag waarop het begon, die gewraakte maandag 16 maart. José voelt zich hondsberoerd en appt zoon Anthony aan het eind van de nacht dat hij haar man Broer op moet komen halen. “Mijn moeder was bang dat ze corona had. En mijn vader heeft hartproblemen, als iemand tot de risicogroep behoort, is hij het”, legt hij uit. Broer zelf denkt er anders over: hij moet en zal zijn vrouw verzorgen. Dat hij daarbij zelf ook risico’s loopt, vindt hij op dat moment niet belangrijk. “Ik heb heel veel geluk gehad”, beseft hij nu.
Vanaf dat moment is José al haar herinneringen kwijt, tot ze 6,5 weken later in Helmond wakker zal worden. Aanvankelijk blijft ze thuis, haar toestand verslechtert geleidelijk. Precies een week nadat ze ziek is geworden, op maandag 24 maart aan het eind van de nacht, wordt ze per ambulance naar het ziekenhuis van Helmond gebracht. De arts geeft Broer toestemming zijn vrouw een afscheidskus te geven. Hij zou haar immers zeker drie weken niet meer wakker zien, voorspelt de medicus. “Het verbaasde mij dat het mocht”, zegt Anthony nu. “Ik denk dat de dokter vermoedde dat het ook helemaal fout zou kunnen gaan.”

Nog diezelfde dag wordt José in een kunstmatige slaap gebracht en overgebracht naar de IC in Dordrecht. De eerste twee weken mogen Broer en Anthony niet eens op bezoek komen. Wel hebben ze drie keer per dag telefonisch contact en het ziekenhuis stuurt af en toe filmpjes. “Die zitten nog in mijn telefoon en als ons moeder ze wil zien, dan mag dat natuurlijk. Maar ik heb ze zelf ook nog niet bekeken. Ik weet dat mijn moeder een paar keer op haar buik werd gelegd en ik heb nog niet zo’n behoefte haar zo te zien liggen.”
Na twee weken mag er wel bezoek komen. Tegen de regels in rijden Anthony en Broer samen dagelijks naar Dordrecht. Telkens mag er één persoon op bezoek komen, de ander blijft in de auto zitten. Ze hebben een gesprek met het hoofd van de IC. “Die dag vertelde hij dat het fifty fifty was. “Het wordt niet beter, het wordt niet slechter”, aldus de arts. José hield hoge koorts, soms boven de 40 graden. De zuurstofopname was aan de lage kant, het was duidelijk dat haar longen het zwaar te verduren hadden. “Daardoor kregen we onderweg en thuis een voor ons nieuw soort gesprekken”, vertelt Broer. “Wat als José het niet haalt?”

Na vijf en een halve week wordt José op verzoek van Broer en Anthony overgeplaatst naar de IC in Helmond. Toeval of niet, vanaf dat moment is de koorts gezakt en kort daarna wordt ze wakker. “De eerste verpleger die ik zag kwam toevallig uit Gemert, dat gezicht kende ik. Ik kan me herinneren dat ik me in het begin niet kon bewegen en niet kon praten”, vertelt José. “Ik dacht dat ik slachtoffer was van een ongeluk. Maar het personeel vertelde me dat ik corona had. Daar had ik nog nooit van gehoord. Dat er niemand op bezoek kwam, ik begreep het niet. Ik dacht dat iedereen om me heen gek geworden was.” José was dus ook veel informatie uit de weken net voor haar ziekte kwijt, want dat was de periode waarin dit soort maatregelen werden ingevoerd.

Waren Broer en Anthony al lang blij dat José er nog was, voor haarzelf begon het toen pas. Ze had niet half door hoe verzwakt ze was, ook door het lange verblijf op de IC. “Ik bleef maar roepen dat ik fysiotherapie wilde, dus op een dag werd ik in een rolstoel naar die therapeut gebracht. “Jij denkt dat je er al aan toe bent. Dan sta maar op”, begon hij. “Nou, ik bleek helemaal niks te kunnen. Dus zette hij me overeind tussen twee steunen. ‘Ga maar lopen.’ Ik kon het niet.”

Twee weken later mocht ze toch naar Blixembosch, het revalidatiecentrum in Eindhoven waar ze veertien dagen zou verblijven. “Ik ben José en op 2 juni, mijn 65e verjaardag, ben ik thuis”, stelde ze zich voor. Ze koos voor de harde aanpak, knokte keihard. “Ik heb daar gezien hoe anderen zijn gebroken. Ze zijn weken van hun leven kwijt, kunnen dingen niet meer en hebben er moeite mee dat te dragen. Ik heb ergere dingen meegemaakt – (José en Broer verloren enkele jaren geleden een dochter aan kanker, red) – en ik wil vooruit.”
Hoe dan ook, op 31 mei was ze inderdaad thuis. “Dat was heel raar. Ineens was ik totaal afhankelijk. Beneden was een bed neergezet, maar dat deed me te veel aan mijn dochter denken. Dus kroop ik met handen en voeten de trap op. Eenmaal boven was ik kapot. Het bed verdween na een paar dagen. Nu doe ik fysiotherapie in Gemert, ga ik langzaam vooruit. Maar niemand kan me zeggen hoe lang ik nog zo afhankelijk ben en in hoeverre ik zal herstellen.”

“Mensen nemen het tegenwoordig minder nauw met afstand houden”, ziet ook Anthony. “Anderhalve meter gaat gewoon niet altijd, kijk maar in de supermarkt.” Juist daarom vindt José het belangrijk om haar verhaal te vertellen. “Ik blijf ook niet achter de geraniums zitten, ik ga echt wel de deur uit. Maar blijf alert . Het virus is er nog en het kan ingrijpende gevolgen hebben.”

Foto: Anthony, José en Broer

Foto's:


0