Jongerenwerker Jonathan van Hout: ‘Het belang van de jongere staat altijd voorop’

GEMERT – Het jongerenwerk in Gemert-Bakel is de laatste tijd onderwerp van politieke discussie. De gemeente wil het werk van de LEV Groep overnemen. “Inhoudelijk verandert er voor de jongerenwerkers weinig”, belooft wethouder Wilmie Steeghs. Onze redacteur betrapte zich op de gedachte dat hij eigenlijk niet zo goed weet wat die inhoud is. Daarom sprak hij met Jonathan van Hout, een van de drie jongerenwerkers die actief is in Gemert-Bakel.

Door Wim Poels

Jonathan merkt dat wel meer mensen een niet helemaal juist beeld van het jongerenwerk hebben. “Ik ben bijvoorbeeld zeker geen hulpverlener”, benadrukt hij. “Wat wij doen is welzijnswerk. De bedoeling is juist dat we voorkomen dat jongeren – en bij ons is dat de doelgroep van 10-23 jaar – in de hulpverlening terechtkomen. Welzijn voorkomt zorg. En ja, dat kost misschien wat, maar het is veel duurder als ze wel in het hulpcircuit komen. Of, erger nog, in de gevangenis. Ik ben ervan overtuigd dat we heel wat problemen hebben voorkomen.”
Al mag het af en toe wat losjes lijken, het jongerenwerk kent wel degelijk een strakke structuur. Er is een aantal pijlers. Jonathan vindt het ambulante werk een van de leukste kanten van zijn werk: het aanspreken van jongeren daar waar ze zijn. Op de kermis, op de schaatsbaan of op een hangplek. Het levert vaak een schat aan informatie op. “Je begint gewoon een gesprekje over voetbal, over mooie vrouwen. En als je het vertrouwen wint en me zien als grote broer, dan vertellen ze je bijvoorbeeld dat ze al drie weken niet meer thuis wonen, maar bij een vriend op de bank slapen. Zoiets gebeurt vaker dan je denkt. Van daaruit kun je verder werken.”

Het is daarbij geen kwestie van ‘zomaar’ jongeren aanspreken. “Al in onze HBO-opleiding en later in de praktijk leer je heel goed in een oogopslag het verschil te zien tussen groepen waar het goed zit en die welke je wel moet hebben.”
Jongeren zijn sinds het begin van de eeuw steeds minder op straat te vinden. “Ze gaan geleidelijk van straathoek naar Facebook, zoals iemand het eens gezegd heeft”, legt Jonathan uit. Binnen het Gemert-Bakelse team is Jonathan degene die het meest online bezig is. Hij geeft een voorbeeld. “Het is een beetje op het randje, want het gaat om een jongen waar verschillende zorginstanties zich al mee bemoeiden. Het leek de LEV Groep toch een goed idee als ik met hem zou gaan praten. Dus ik kom in zijn kamertje thuis, waar hij Fortnite zit te spelen. We hebben het een tijdje over dat spel en zonder het over zijn problemen en mijn functie te hebben ben ik weer gegaan. Daarna heb ik verschillende keren tegen hem gespeeld. Daarbij heb je contact met elkaar via een headset. Pas dan komen de echte gesprekken. Over de situatie thuis, over de dingen waar hij mee zit. Zo heb ik toch een beeld van hem gekregen.”

Zelf zijn vriendin ergert zich wel eens als Jonathan een hele avond spelletjes zit te spelen. “Maar dan ben ik gewoon aan het werk. Het is geen doel, het is een middel”, benadrukt de jongerenwerker. “Bij alles wat ik doe zit een pedagogisch doel in mijn achterhoofd.” Sterker nog, zo leuk vindt hij veel computerspelletjes niet eens. De meeste jongeren zijn er immers veel beter in.
Om een goede band op te bouwen, kun de jongerenwerkers hun pappenheimers niet vroeg genoeg leren kennen. De jongerenwerkers gaan daarom al langs op de basisscholen om zich voor te stellen. “Dat lijkt vroeg, maar al op de basisschool vallen sommige kinderen op. Ons streven is dat ieder kind in Gemert-Bakel ten minste een jongerenwerker ooit gezien heeft voor hij werkelijk het jongerenwerk nodig heeft.”

Ook op middelbare scholen komt het jongerenwerk langs. Om – al dan niet op verzoek van de school – over typische jongerenthema’s als drugs te praten, maar andere maatschappelijke onderwerpen komen eveneens aan de orde. Zo bezoekt Jonathan regelmatig met ervaringsdeskundige Tess van Schijndel derde klassen om over armoede te praten. “Als je iemand hebt die het zelf heeft meegemaakt, maakt dat het verhaal natuurlijk een stuk interessanter. We denken dat het goed is dit soort thema’s in de klas bespreekbaar te maken.”
Het jongerenwerk organiseert ook activiteiten in bijvoorbeeld de Bunker in Gemert en de Bakelse Fuse. Die zijn lang niet alleen bedoeld voor jongeren met een probleem, net als bij de pijler ‘facilitair’. “Onder jongeren hebben we een hoop talenten”, vertelt Jonathan. “Zij kunnen bij ons workshops volgen en dan mogen ze hun eigen project presenteren. Als ze willen mogen ze die zelf uitvoeren, waarbij wij ze ondersteunen. Zo is er een eigen inloop in de Bunker ontstaan en er zijn verschillende groepen die bijvoorbeeld wekelijks gaan sporten buiten; calishenics. Wij hebben daar geen omkijken meer naar.”

Individuele begeleiding is een andere taak van het jongerenwerk. “Daar vallen bijvoorbeeld jonge mantelzorgers onder. Volgens landelijke cijfers is dat zo’n twintig procent van de jeugd. Ze voelen zichzelf meestal niet ongelukkig, maar tegelijkertijd gedragen ze zich vaak erg volwassen en komen ze weinig bij leeftijdsgenoten. Ze slaan de puberteit over. Maar puberen doe je niet voor niks, het is een noodzakelijke stap op weg naar zelfstandigheid. Vaak is het lang geleden dat ze echt iets leuks voor zichzelf gedaan hebben, iets wat andere jongeren ook doen. Met dat soort jongeren ga je dan individueel een activiteit ondernemen. Bij voorkeur niet te dichtbij, want dan zit je even samen in de auto en daar ontstaan de beste gesprekken.” Echte zorg moet het trouwens niet worden, dan verwijst Jonathan door naar andere instanties.
Het jongerenwerk is immers onderdeel van een netwerk. Het onderhoudt contacten met allerlei organisaties die hulp en ondersteuning kunnen bieden. De belangrijkste partner voor het jeugdwerk is het CJG, het Centrum voor Jeugd en Gezin. Daar zitten de mensen die zich richten op hele families en ondersteunen bij de opvoeding.

Doorverwijzen doet Jonathan niet zomaar. Vertrouwen is bij het contact met jongeren immers heel belangrijk. “Soms vertellen jongeren me dingen die de ouders niet weten”, vertelt Jonathan. “Dan is het soms lastig de balans te vinden. Het kan voorkomen dat ik de jongere probeer zo ver te krijgen dat hij het zijn ouders zelf gaat vertellen. Of ik geef aan dat ik persoonlijk met ze ga praten. ‘Over drie jaar zul je me er dankbaar voor zijn’, zeg ik dan. Uiteindelijk staat het belang van de jongere bij ons altijd voorop.”

Jongerenwerker Jonathan

Foto's:


0