Oogsten op het Boerenbondsmuseum: meer binnenhalen dan graan alleen

GEMERT – Harde arbeid, voor mens én dier. Zweetdruppels. De dansende rug van het paard en de fier knikkende kop. Pardon: hoofd. De snijdende messen. Het twijfelende licht van de zon, aanvankelijk verborgen achter laaghangende bewolking met daaruit een zegenend buitje. Het is zondag 2 augustus en oogstdag op het Boerenbondsmuseum.

Door Simon van Wetten

Het is ook de oogst van het eerdere zwoegen, vroeg in het jaar. Toen het glimmend ploegijzer diepe voren in de aarde sneed. Aarde die de hele winter toegedekt gerust had, werd opengesneden in steeds maar weer gaan en keren. En daar plukken we nu de vruchten van. ‘We’, dat is het publiek, maar ook de vrijwilligers van het museum. Ze hebben zichtbaar plezier in het uitoefenen van hun oude stiel.
De typische dorpssfeer van anno 1900, die daar achter het geboortehuis van pater Van den Elsen geproefd kan worden, verplaatst zich op de oogstdag naar de achterliggende akkers. En daarna weer naar het dorp, want dáár wordt de oogst naartoe gereden. Met een dokkerende kar.

Nog even naar het veld. Los van het oogsten en hoe dat vroeger precies in z’n werk ging, is het uitzicht óók van ver voor de oorlog. Het veldkapelletje van Gerlachus markeert de uiterste rand van de akker, en vér daarachter is enigszins wazig de toren van de aloude Sint Jan te zien, in een weelderige omzoming van groen. Ja, er valt meer te oogsten dan alleen rogge, gerst, tarwe en haver. Je haalt op zo’n plek ook de ervaring binnen van: het is er soms nog, die goeie, ouwe tijd. Dat zet zich dan met een dokkerende kar vast in je geheugen… Ik bedenk daarbij dat volgend jaar het museum tijdens de oogstdag iets eerder open zou moeten gaan, opdat we om twaalf uur het klokje van de Gerlachuskapel kunnen horen luiden, bij wijze van Angelusklokje. Voorheen staakten de mensen dan voor even hun veldwerk om te bidden, en ik heb de oude schilderijtjes die dat devote moment in beeld brachten, altijd zeer gewaardeerd.
Aan het begin van de middag dient de hoogkar uit de schuur gehaald te worden. Dat valt niet mee, want de tent met de luchtschommels staat in de weg. Met passen en meten, een stukske teruguit en nog eens teruguit, lukt het. Kelly het paard wordt opgetuigd met haam en bellen, ingespannen en stapt vervolgens op haar gemak naar het veld. De kar is nog leeg, dat zal straks anders worden, wanneer de korenbussels hoog opgetast naar de nog aan te leggen hooiberg worden gereden.

Het andere paard, Gerlach, trekt de grote ijzeren maaimachine om het vierkante perceel, dat dus per ronde wat kleiner lijkt te worden. Opvallend is dat de wilde haver zich toch heel makkelijk laat oogsten.
Er wordt door het publiek véél gefotografeerd en gefilmd. Daarbij is het streven om mede-fotografen buiten beeld te houden, want dat doet afbreuk aan het nostalgische plaatje en de suggestie dat de foto een eeuw geleden is gemaakt. Daar helpt dan noch sepia noch een lief moedertje aan.
Uiteindelijk wandel ik met de plots drie keer zo hoge aardkar mee naar het Boerenbondsdorp. Tegenover de luchtschommels wordt een aanvang met de hooiberg gemaakt. Ik blijf het tafereel nog een tijdje aanschouwen, maar ook kíjken naar mensen die hard werken maakt hongerig, en ik krijg trek in zo’n fameus lekkere boerenbondsmuseum-spekstreuf. Ook al van nostalgische kwaliteit! Voor mij is dat al een beetje oogstfeest. Ik eet mijn streuf op aan een tafeltje vlakbij de nostalgische draaimolen. Het staat er ook op: nostalgische carrousel. Een kleine inbreuk op het gevoel van 1900. Want dát stond een eeuw geleden niet op de mallemolen, dat ie nostalgisch was. Niettemin: mijn zondagmiddag was goed. Ik hoop de uwe ook!

De wilde haver wordt geoogst

Foto's:


0