Zinnige zorg (3)

Onze radioloog dacht een bijdrage te moeten vragen aan de mensen die naar hun huisarts gaan. Dat is onverstandig, mensen moeten zonder drempel naar de huisarts kunnen. De mogelijkheid om zonder drempel een arts te kunnen bezoeken die een beetje weet van alles (huisarts) levert een belangrijke bijdrage aan een goede gezondheidszorg. Landen waar dat niet mogelijk is en waar je als patiënt naar een arts moet die veel weet van weinig (specialist), hebben allemaal een slechtere en duurdere gezondheidszorg. Daar is veel onderzoek over gedaan.

Maar ook de huisarts kan een bijdrage leveren aan zinnige zorg door minder te doen. Voorbeelden? Minder röntgenfoto’s laten maken bij verdenking op slijtage van knie of heup (zal onze radioloog blij mee zijn), minder bloedprikken voor vitamine-bepalingen, minder antibiotica voor luchtweginfecties (al schrijven Nederlandse huisartsen veel minder voor dan elders), minder verwijzen voor hernia-operaties en verwijderen van amandelen (al doen onze KNO-artsen al weinig van die ingrepen), minder medicijnen voorschrijven voor depressies.

Maar het is niet gemakkelijk. De patiënt heeft een vraag over een bloedprik, een röntgenfoto of een verwijzing en de huisarts zal duidelijk moeten maken waarom dat onverstandig is. Vroeger, in de tijd van de vaderlijke autoritaire arts, was het gemakkelijk. Je zei gewoon ‘nee’ en de patiënt kon onverrichterzake naar huis. Dat is gelukkig veranderd. Maar het stelt wel hoge eisen aan het gesprek tussen huisarts en patiënt. De huisarts zal eerst de precieze vraag van de patiënt boven tafel moeten krijgen; dat is lang niet altijd simpel en sommige mensen durven gewoon niet zo goed een duidelijke vraag te stellen. Als de vraag en het verhaal duidelijk zijn, doet de huisarts lichamelijk onderzoek. Meestal weet zij daarna wat er aan de hand is. De volgende stap is dat zij dit goed uitlegt aan de patiënt. Daar zit wel een probleem want dokters worden niet opgeleid om uit te leggen hoe het kan dat je buikpijn hebt of moe bent terwijl er geen ziekte te vinden is. Het komt dus neer op communicatie, een goed gesprek, luisteren, begrijpen wat de ander wil. Het allerbelangrijkste is echter dat de patiënt de huisarts vertrouwt. Dat is essentieel. En vertrouwen bouw je samen langzaam op, door ook met ‘PHPD’ (pijntje hier, pijntje daar) naar je vertrouwde huisarts te kunnen gaan, zonder enige drempel, waarbij je huisarts jou goed vertelt wat er aan de hand is.

Het helpt enorm als je elkaar kent en vertrouwt.

Peter Lucassen
Oud-huisarts Bakel

Foto's:


0