Boerenbondsmuseum

Ach, ik heb al zo vaak mijn liefde verklaard. Uiteraard aan mijn vrouw, maar ook aan Gemert, aan Amsterdam, aan de Wadden, aan mijn beroep, aan Pardoes – de beste hond van de wereld én omstreken, aan fietsvereniging ‘Lawisi’, aan het gemeentearchief, het Gemerts Nieuwsblad en Omroep Centraal, en nu voeg ik aan dat illustere rijtje het Boerenbondsmuseum toe.
Nee, het is geen opwelling, geen kalverliefde. Het zijn ook niet de hormonen, maar veeleer de nostalgie, de gemoedelijkheid, de begroetingen van de vrijwilligers wanneer je vanaf het kassagebouwtje naar het dorpsplein loopt, de uitstekende spekstruif die vaak mijn zondagmiddaglunch vormt, de geur van versgebakken brood, het buurten op een van de benkskes, mijn kleinzonen die de dieren verzorgen, het aanschouwen van de niet-Gemertse bezoekers en hoe zíj zich in dit anno-1900-wereldje gedragen, het geluid en de reuk van de smidse, de zoete geuren uit het snoepwinkeltje, het is die hele mix van indrukken die van mijn bijna wekelijkse uurtje op of rond het centrale deel van het museum een uitermate prettige tijdsbesteding maakt.
Vanwaar toch dat goede gevoel? Het heeft wellicht te maken met het voorouderlijk sentiment. Het dorp waar mijn vader werd geboren, mijn grootvader jenskampioen werd – jensen is de biljartvorm van beugelen – en mijn overgrootvader de beroepen van kroegbaas, aannemer en keuterboer verenigde om zo zijn grote gezin aan het eten te houden. Díe dorpse sfeer kun je achter op de Pandelaar terugvinden.
Van de themazondagen is de oogstdag mijn favoriet. Het silhouet van Gemert aan d’n einder vormt het decor van het gezwoeg op het veld. Het plaatje klopt. Moe van het kijken naar al dat werken? Dan sjok je met Gerla het paard en de hoogopgetaste hoogkar terug naar het museumdorp en bestel je iets dat je weliswaar niet hebt verdiend, maar toch uitstekend smaakt.
De enige wolk die de zon soms verduistert, is de gedachte dat al die vrijwilligers die verstand van boeren- en ambachtelijke zaken hebben, van een steeds dunner gezaaide beroepssoort zijn. Hoe moet dat in de toekomst? Een opleiding tot vrijwilliger? Een boerenbondspraktijkschool? Ik heb al zitten piekeren wat ik zou kunnen doen. Nou, ik kan heel goed de biecht afnemen. Ook al zoiets nostalgisch. Een skonne biechtstoel in het Gerlachuskapelleke levert een opmerkelijke nieuwe attractie op. De rij wachtenden reikt binnen de kortste keren tot minstens de witte haver. En over de penitenties kan worden onderhandeld…

Simon

Foto's:


0