In de Biechtstoel: Mieke Vos-Pennings

GEMERT – Het is weleens nodig dat een pelgrim rust. Mieke Vos-Pennings weet alles van pelgrimsrust. En van kaarten. Zij verklaart zich nader. Biechten, heet dat bij ons.

Geloof je?

Vroeger moesten we in de Mariamaand en in de St.-Jozefmaand, mei en oktober, elke dag naar de kerk en zondags naar het Lof. Dat geloof is gebleven. Niet dat ik elke week in de kerk zit, maar mee en dan een kerske aansteken in Handel, dat wel. En ik ben lid van het kerkkoor van de Sint Jan. Het zingen daar staat nu uiteraard op een laag pitje.

Wat is je grootste deugd?

Ik maak zelf kaarten, als vrijwilligster bij de ouderen. We hebben een knutsel-creatieve groep. Ook weer vanwege de corona op een laag pitje. Maar door die crisis is het maken van kaarten sterk uitgebreid. Ik maak er steeds tweehonderd, en dat heb ik al tien keer gedaan, en ook nog voor het koor en het Boerenbondsmuseum, voor de dementerenden, noem maar op. De kaarten, met een mooie spreuk, fleuren het bestaan van de ontvangers heel even op.

Wat is je grootste zonde?

Ik kook nooit. Hoeft niet, mijn man Leon doet dat altijd. Hij zei: “Als ik gepensioneerd ben, dan hoef jij nooit meer te koken.” Tja, ik ben vaak in mijn hobbykamer op zolder bezig, en dan gaat er een belletje, en dan kan ik beneden meteen aan tafel. Een beetje decadent, niet? Wat ik echt zonde vind, dat is dat het leven zo snel gaat. Ik wil nog zoveel.

Wat koester je het meest?

Heel veel. Mijn man, zijn kinderen, schoondochters, kleinkind, eigen familie, m’n buren en mijn vrienden in Zwitserland.

Wat stuit je het meest tegen de borst?

Rommel. Er ligt overal zoveel rommel. Mensen laten het vallen waar ze staan. Zonde voor het aanzicht van de straat, zonde van het aanzicht in de natuur.

Waar kun je heimelijk van genieten?

Van werken in mijn hobbykamer. Borduren, naaien, kaarten maken. Ook buiten, in de tuin. En van onze vakanties in Zwitserland. We hebben vrienden in een dorpje bij Bern, daar gaan we regelmatig naartoe.

Van wie kun je nog wat leren?

Van mijn kleinkind. Hij wilde dat ik een filmpje van hem maakte. Ik wist niet hoe. Blijkt het met het telefoontje te kunnen. Weer wat geleerd. “Als je iets niet weet, oma, dan hoef je maar te bellen, dan kom ik.” Twaalf jaar is ie!

Achter welke deur zou je wel eens een kijkje willen nemen?

Achter geen enkele deur. Het is overal iets, en nergens alles. Ik ben ook absoluut niet nieuwsgierig, en zal ook nooit iets verder vertellen als me gevraagd is dat niet te doen.

Met wie zou je wel eens een weesgegroetje willen bidden?

Met vader en moeder. Ook over onze tijd in de Pelgrimsrust, het bekende café aan de Lodderdijk/Handelse weg. Dat was weliswaar altijd gezellig, maar er moest ook hard worden gewerkt. Moeder stond als eerste op en ging als laatste naar bed. Een moeder uit duizenden. Vader was heel muzikaal en heeft dat aan zijn tien kinderen doorgegeven. Ik zing, mijn broers en zusters spelen of speelden orgel, of zijn bij de drumband, spelen piano, saxofoon, gitaar, klarinet, schuiftrombone, viool, tuba. We zouden, als we er nog allemaal waren – er zijn er inmiddels vier overleden – een heel orkest kunnen beginnen.

Heb je verder nog iets op te biechten?

Ja. Ik wil nog vertellen dat ik heel tevreden ben. Ik heb alles wat m’n hartje begeert, en ik heb ook nog ne goeie mens. Ik hoop dat we met z’n allen goed door deze coronatijd heenkomen. En tot slot: ik heb in 2018 een lintje voor mijn vrijwilligerswerk gekregen. Daar ben ik héél trots op!

Foto's:


0