03 oktober 2020

Jeffrey Otten en Nicky Zoontjens willen in buggy naar Dakar

GEMERT – In een buggy meedoen aan de Dakar Rally. Dat is het doel van Jeffrey Otten (De Mortel) en Nicky Zoontjens (Berghem). De rallyrijder en zijn navigator willen in 2022 aan de start staan van de wereldberoemde woestijnchallenge. Om zich te kwalificeren neemt het duo komend jaar deel aan de Africa Eco Race en de Rallye du Marcoc.

Door Marcel Bosmans

“Dakar staat al lang op mijn verlanglijstje”, zegt Otten. De ondernemer houdt van snelheid en heeft –op zijn Brabants gezegd- ‘ginne schrik’. “Remmen is angst. Gang is alles. Dat is mijn motto. Ik 2018 viel ik in volle vaart van mijn motor. Toen was ik tijdelijk vanaf mijn middel verlamd. Dat kwam gelukkig goed. Daarna besloot ik mee te doen aan de Peugeot 206 Cup. Dat werd nog geen doorslaand succes. Eerst vloog de rallyauto in brand en later gooide corona roet in het eten. Toen kwam de oude droom Dakar weer bovendrijven. Ik heb een snelgroeiend bedrijf in zonnepanelen. Daar gaat veel tijd en energie inzitten. Eigenlijk komt het dus helemaal niet uit. Maar het komt nooit uit. Als je iets echt wilt, dan moet je het gewoon doen.”

Op de motor de woestijn in was geen optie voor Otten. “Een truck of auto zag ik ook niet zitten. Een Buggy is meer basic. Het gaat minder hard, maar je hebt wel meer snelheidsbeleving. Omdat alles open is. Een buggy veert ook beter en is veel behendiger. Het is puur rijgenot.”

Veel zandraces konden dit jaar niet doorgaan. Zoontjens: “Pas in september konden we ons opmaken voor de Breslau Rallye. Het was mijn debuut als navigator en onze eerste wedstrijd in de buggy. We wisten niet wat we konden verwachten. Dat was dus best spannend. Vooraf mikten we op een plek in de top dertig. Dat we in Polen als vijftiende eindigden en in de vijfde en laatste etappe nog zicht hadden op het erepodium was een grote verassing. Zowel voor ons als de voor de andere deelnemers. Na de eerste dag werd gezegd : ‘Jullie hebben geluk’, na de tweede dag ‘Jullie zijn gek’ en de op derde dag wonnen we de rit.”

Rijden is volgens Otten ook lijden. “Er zit geen raam in een buggy. Zand en water komen vol gas in je gezicht. Een helm en een bril houden lang niet alles tegen. Om elkaar te kunnen verstaan praten we via de intercom. Een microfoon en luidsprekers zitten in onze helmen ingebouwd.”

Onderweg is de navigator de baas. “Ik bestuur de auto. Nicky stuurt mij. Van de organisatie krijgen we een ‘roadbook’ met routes en aanwijzingen. Op basis daarvan bepaalt Nicky de koers en geeft aan waar ik op moet letten. Het gevaar zie je meestal niet aankomen. Door zand en modder is je zicht vaak beperkt. Je kunt ook niet door heuvels heenkijken. In het donker zie je helemaal niks. Je moet dus blindelings op je navigator vertrouwen. In Polen ging het boven verwachting goed. We wonnen de avondrit. Dat wisten we pas achteraf, want in de duisternis zie je niet waar de anderen rijden.”

De start van het grote Dakar-avontuur was veelbelovend: “Dat geeft moed, maar we zijn er nog lang niet. In januari rijden we in Afrika en dan zijn de etappes veel langer, zwaarder en heter. Ik zie vooral op tegen de zandduinen, want daar hebben we nog geen ervaring mee.”

De twee kunnen wel rekenen op de support van een serviceteam. “Die ploeg regelt alles. Als we aankomen staat de tent al klaar en is het luchtbed al opgepompt. ’s Ochtends voor vertrek staat de buggy weer rijklaar.”

Zoontjens sleutelt zelf mee aan het voertuig. “Dat hoeft niet, maar het is wel handig. Als we tijdens de rit ‘stuk gaan’ moeten we het ook ter plekke kunnen repareren.”

De missie van Otten en Zoontjes blijft niet onopgemerkt. De twee zijn al benaderd door Ziggo Sport. “Zij willen onze Road to Dakar graag in de huiskamer brengen. Dus misschien zijn we binnenkort wel op tv te zien.”

Foto: Buggyrijders Jeffrey Otten en Nick Zoontjens

Foto's:


0