Landbouwgebieden De Rips en Elsendorp meest geschikt voor grootschalige zonneparken

GEMERT-BAKEL – Productieve landbouwgronden rondom De Rips en Elsendorp zijn technisch de meest geschikte locaties voor de ontwikkeling van grootschalige zonneparken in Gemert-Bakel.

Van de redactie

Op basis van de Klimaatwet moet in 2050 de CO2-uitstoot in Nederland met 95% zijn afgenomen en is het streven om in 2030 de uitstoot van CO2 met 49% te verminderen. In het kader van het Nationaal Klimaatakkoord heeft het Rijk aan alle 30 regio’s in Nederland gevraagd te onderzoeken hoe en waar ze energie kunnen besparen en energie duurzaam kunnen opwekken. Regio’s stellen hiervoor een Regionale Energiestrategie (RES) op. In Metropoolregio Eindhoven doen 21 gemeenten dat, samen met de provincie en de twee waterschappen. Zij willen in 2030 gezamenlijk 2TWh aan duurzame zonne- en windenergie produceren. Iedere gemeente in Zuidoost-Brabant moet daar individueel een bijdrage aan leveren.

Gemert-Bakel heeft in dat kader onder andere de zoekgebieden voor grootschalige zonneparken in kaart gebracht (zie afbeelding). Daarvoor is de gemeente in vier kleurzones opgedeeld: groen, oranje, rood en grijs. Groen is technisch het meest geschikt voor de realisatie van zonneparken. Dat is met name het agrarisch gebied rondom De Rips en Elsendorp. De voormalige Landbouwontwikkelingsgebieden (log’s) vallen binnen deze zone. Voor oranje – vooral landbouwgronden in het buitengebied van Gemert, Handel, Bakel en Milheeze die grenzen aan de groene zone en/of bosgebied- geldt: ontwikkeling ‘ja mits’. Voor rood ‘nee tenzij’. Rood zijn de meest kwetsbare gebieden met onder andere de beekdalen. Die liggen vooral direct rondom Gemert, De Mortel, Bakel en Milheeze. Daar is van toepassing: zonneparken ‘nee, tenzij’. Grijs is bosgebied, waar geen velden met zonnepanelen aangelegd kunnen worden.

In groen is maximaal zes hectare aan zonneparken wenselijk en maximaal tien hectare toegestaan, voor oranje en rood is per zone vier hectare wenselijk en mogelijk.

De mogelijkheden om lokaal zonne-energie op te wekken zijn op volgorde van voorkeur gerangschikt in een zogenaamde zonneladder. Op de hoogste trede staan zonnepanelen op daken van woningen en bedrijven, op bebouwde locaties die niet in gebruik zijn en op infrastructurele werken, zoals bruggen. Op twee staan zonnepanelen langs infrastructurele werken – bijvoorbeeld in de berm -, op industriëleplassen en op braakliggende terreinen die eerder door de gemeente zijn aangekocht voor de bouw van woningen of bedrijven maar nog niet in ontwikkeling zijn gebracht. Op drie komen zonnepanelen langs de dorps- of bosrand, op minder efficiënte landbouwgrond, niet-industriële plassen, buffers rondom natuurgebieden en recreatiegebieden. Pas op de vierde laagste trede staan grootschalige zonneparken op productieve landbouwgrond.

“Alle beschikbare en geschikte daken met zonnepanelen is niet voldoende om aan de opgave te voldoen”, zegt gemeentelijk projectleider Arthur Rijken. “We ontkomen er waarschijnlijk niet aan om ook zonnepanelen op andere locaties te plaatsen, waaronder productieve landbouwgronden. Omdat er in een in relatief korte tijd veel moet gebeuren op de ambities waar te kunnen maken, valt niet uit te sluiten dat meerdere initiatieven straks gelijktijdig in procedure zijn.”

Aan de ontwikkeling van zonnevelden zijn wel voorwaarden verbonden. Initiatieven die hoog scoren op locatie en maatschappelijke meerwaarde maken meer kans. De positie op de zonneladder (hoe hoger, hoe beter) kan ook pluspunten opleveren.
Een ander criterium is dubbelgebruik: een zonnepark kan bijvoorbeeld tegelijkertijd gebruikt worden als waterberging of om er schapen te laten grazen. Eis is ook dat minimaal de helft van het zonneveld in lokale handen is. “Die investeerders kunnen plaatselijke particulieren of bedrijven zijn. Het kan dus niet zo zijn dat een ontwikkelaar uit Zweden er met de winst vandoor gaat.”

Waar en wanneer zonnevelden gerealiseerd kunnen worden hangt ook af van de beschikbare capaciteit voor opslag en transport. Die kan per deelgebied verschillen. De huidige transport- en opslagcapaciteit is niet berekend op grootschalige lokale productie van groene stroom in Gemert-Bakel. “Uitbreiding is dus nodig, maar niet van vandaag op morgen gerealiseerd. Met de huidige, beperkte capaciteit mag het ook niet zo zijn dat een ontwikkelaar van buitenaf, die op gepachte landbouwgrond een zonnepark wil ontwikkelen, voorrang krijgt op een inwoner of ondernemer die via een lokaal energiecollectief zonnepanelen op het dak wil leggen. Daarover zijn met netbeheerder Enexis in gesprek.”

Voor 2025 moet duidelijk zijn welke initiatieven voor zonne- of windenergie een vergunning krijgen in Gemert-Bakel. De gemeenteraad heeft daarbij het laatste woord.

Kleurenkaart grootschalige zonneparken.

Foto's:


0