Stuurman: Legt waterstof het af?

Jaren geleden zette ik in deze column al mijn kaarten op waterstof als ‘voedsel’ voor toekomstige mobiliteit. Elektrisch rijden leek me maar een tijdelijk fenomeen, een tussenstap, want het schoot voor geen meter op als je je auto de hele nacht aan het infuus moest leggen om overdags met pijn en moeite 250 kilometer te kunnen rijden. Kansloos voor veel begroepsgroepen, bedrijven en het maken van internationale reizen. Waterstof bood mijns inziens veel meer potentie, met een actieradius van zomaar 600, 700 kilometer na een minuut of drie tanken. Dat bijvullen was op bitter weinig locaties mogelijk, maar het aantal zou flink groeien, net als het aanbod personen- en bedrijfswagens met die techniek.

Anno 2020 tekent zich nauwelijks progressie af op dit gebied. Ja, we kunnen een Hyundai Nexo kopen en in het voorjaar verschijnt een nieuwe Toyota Mirai ten tonele, die een stuk goedkoper uitvalt dan zijn voorganger. Een schrale keuze en zelfs al past één van de twee perfect in het plaatje, waar ga je dan waterstof bijvullen? Volgens eerdere beloften op twintig locaties in Nederland tegen het einde van dit jaar. Helaas vertelt de werkelijkheid een ander verhaal. In het voorjaar stond de teller op vijf tankstations: Delfzijl, Arnhem, Rhoon, Helmond en, in maart toegevoegd, Den Haag. Amsterdam, Emmen, Pesse en Groningen zouden in 2020 volgen, maar dat blijkt in geen van de gevallen gelukt en we zitten toch al ver in december. Cijfers van 2019 leren dat je wereldwijd op 330 publiekelijk toegankelijke plaatsen waterstof kon tanken. Om dat even in perspectief te zetten: alleen al in Nederland verwelkomen 4200 pompstations je als je benzine of diesel wilt tappen.

Ondertussen sijpelen er steeds meer berichten door over accu’s in elektrische auto’s die een rijbereik van duizend kilometer of zelfs een veelvoud daarvan mogelijk maken. Die technologie ontwikkelt zich met sprongen en als we de betrokken ingenieurs mogen geloven, is de rek er nog lang niet uit. Sterker nog, parallel hieraan melden zij vorderingen in het verkorten van de oplaadtijd. Die zal op termijn misschien nog enkele uren bedragen, los van de rol die superchargers spelen om de automobilist binnen dertig à veertig minuten weer een heel eind verder te helpen. Daarvan stonden er op 31 oktober 1675 in Nederland, aangevuld met 37.211 openbaar toegankelijke, 21.168 publieke en circa 145.000 private laadpunten. Dat zijn wel even heel andere cijfers en de aantallen blijven hard groeien, aansluitend bij de behoefte. Dezelfde peildatum meldt 144.876 geregistreerde elektrische personenwagens in Nederland, tegenover een schamele 321 met waterstofaandrijving. Vergeet mijn voorspellingen van een aantal jaren terug dus maar…

Aart van der Haagen

Foto's:


0