14 januari 2021

‘SRV-man’ Clem van Dongen met pensioen: ‘Ik geniet van de vrijheid’

HANDEL – Toen Clem van Dongen zo’n 57 jaar geleden als hulpje begon, verkocht zijn baas Toon van der Putten alleen maar zuivelproducten. “We gingen de melk halen bij de melkfabriek in Gemert. Met een litermaat maten we de melk af, de mensen namen die in een pannetje naar binnen.” Tegenwoordig rijdt Clem rond met een negen met lange supermarkt op wielen. Op 29 januari maakt hij zijn laatste rit, dan gaat hij met pensioen.

Door Wim Poels

Clem was nog maar een mannetje van acht, toen hij al regelmatig bij zijn Handelse overbuurman melkboer Toon van der Putten kwam. Zelf hadden Toon en zijn vrouw geen kinderen, ze vingen Clem graag op. “Na school en in het weekeinde ging ik met Toon mee de klanten langs. Dan was hij niet alleen en ik vond het hartstikke leuk om te doen.”
Dat plezier in zijn werk is gebleven. Op zijn 15e kwam Clem in loondienst. Vanaf 1987 waren Toon en hij samen eigenaar, waarna Clem de zaak in 1993 overnam. Op 1 februari stopt hij. “Ik ben nu 65. Ik dacht in het laatste jaar af te kunnen bouwen, maar het is door het virus alleen maar drukker geworden. Mooi voor de omzet, maar ik merk ook dat het lichaam ouder wordt. Na het werk moet ik echt even gaan liggen. Het bevestigt dat ik er goed aan doe te stoppen.”

Het verhaal van Clem weerspiegelt de ontwikkelingen in de Nederlandse winkelbranche. In het begin was hij nog een echte zuivelhandelaar. “Behalve melk hadden we chocoladevla en vanillevla. Meer keuze was er niet. Later kwam de yoghurt, ineens was er caramelvla. Nu zijn er misschien wel twintig soorten pudding, waardoor de mensen niet meer kunnen kiezen.” En ook voor Clem is het lastig, in zijn winkelwagen heeft hij maar beperkt ruimte.
Al snel werd de melkboer een brede leverancier van levensmiddelen: als SRV-man brachten Toon en Clem de supermarkt aan huis. Vooral in de jaren 70 waren er veel collega’s. “Ieder dorp kende er wel een, in Boekel, Beek en Donk en Gemert reden er zelfs twee rond”, herinnert Clem zich. “Soms kwam je elkaar tegen. Ik had bijvoorbeeld de ene kant van de Logt in Boekel, mijn collega de andere.”

In die tijd kwamen ook de supermarkten op en geleidelijk wonnen zij de slag. Mensen kozen minder vaak voor de winkel aan huis, maar deden liever boodschappen op een tijd die hen uitkwam en waar ze meer keuze hadden. “Tegenwoordig zou je van Handel alleen echt niet meer kunnen leven. Ik had het geluk dat collega’s stopten, waardoor ik hun wijken over kon nemen. Nu bedien ik ook Elsendorp, De Mortel, Boekel, Venhorst, Huize Padua en een stuk van Gemert”, legt hij uit.
Overstappen naar een stenen supermarkt heeft hij nooit overwogen. “Een jaar of tien geleden had ik die in Venhorst over kunnen nemen. Maar het is niks voor mij om te wachten tot er iemand komt. Ik ben een buitenmens, geniet van de vrijheid om bij de mensen langs te gaan.” “Clem is meer een marktkoopman”, denkt zijn vrouw Sjaan. “Hij prijst zijn waren ook aan.”
Dat een mobiele supermarkt ook zijn nadelen heeft, neemt hij daarbij op de koop toe. Op Kerstavond 2010 had het flink gesneeuwd. “Juist dan is het belangrijk dat je doorwerkt, want de mensen kunnen ook niet makkelijk naar een supermarkt”, vindt Clem. “In het buitengebied was de sneeuw aan een kant flink opgestoven. Ik dacht dat ik er met mijn zware wagen wel doorheen kon. Maar ik kwam vast te zitten. Jan Versantvoort heeft met weer losgetrokken, maar de wagen helde zo dat ik ervan overtuigd was dat hij zou kantelen.” Dat gebeurde niet.

In Handel staat Clem bekend als iemand die graag een praatje maakt. “Sommige klanten die veel thuis zijn vinden dat prettig. Zeker in de coronatijd, veel van mijn klanten zijn wat ouder”, weet hij. “Ik denk dat ik ook al lang op had kunnen houden als ik dat niet deed. Maar ik laat ze wel eerst de boodschappen doen, want anders vergeten ze dat nog.”
Gevolg is dat Clem nogal wat dorpsroddels hoort. Tegenover anderen zwijgt hij daarover, ook zijn vrouw. “Het gebeurt vaak genoeg dat ik hem iets vertel wat hij al lang blijkt te weten”, zegt ze. Natuurlijk zwijgt Clem omdat hij dingen doorvertellen niet netjes vindt, maar ook omdat hij gemerkt heeft dat niet alles wat hij hoort waar is. “Het is wel eens gebeurd dat ik hoorde dat iemand was overleden. Later op de dag condoleerde ik zijn vrouw. ‘Hoezo? Daar is ie’, reageerde ze. De ‘dode’ zat gezond en wel in de huiskamer.”
Zoals er destijds geen twijfel over bestond dat Clem de zaak van Toon over zou nemen, zo makkelijk leggen Clem en Sjaan zich er nu bij neer dat de zaak met hun afscheid stopt. “Ik denk dat er best veel mensen zijn die nog boodschappen bij me doen omdat ze me al zo lang kennen. Als er een ander komt, zou dat een moment kunnen zijn om af te zeggen. Dat wil ik een opvolger niet aandoen.”

Clem bij zijn vertrouwde wagen

Foto's:


0