Gemert, bedankt

GEMERT – Rob Haas bedankt Gemert namens de Indische gemeenschap. Dit jaar is het zeventig jaar geleden dat de eerste gezinnen van KNIL-militairen een woning in Gemert kregen.

Op 17 augustus 1945, een paar dagen na de capitulatie van Japan, verklaren vrijheidsstrijders Sukarno en Hatta Indonesië onafhankelijk. Dat hun ‘proklamasi’ met enige vertraging ons rustige Gemert zal treffen, heeft niemand kunnen voorzien. Maar dat is wel wat er gebeurt in 1951-1952 nu zeventig jaar geleden. Nadat Nederland met vier jaar oorlog heeft geprobeerd het verlies van de kolonie te voorkomen, dwingen de VN en de VS Nederland op de knieën. Zo’n driehonderdduizend Nederlanders en Indische Nederlanders ontvluchten hun geboorteland met achterlating van al hun bezittingen. Wie vangt hen op? Gemert dus. Nee, natuurlijk niet allemaal, maar in verhouding wel een ongelooflijk aantal en dat is echt geweldig. Aanvankelijk krijgen honderdtwintig gezinnen van KNIL-militairen een woning in de wijken Molenakker en Berglaren. Maar daar bleef het niet bij, want in de periode tot aan 1965 zijn nog vele Indischen gevolgd al dan niet na eerste opvang in hotel Handelia in Handel. Wij horen bij de eerste tien gezinnen in februari 1951, mijn ouders Jan en Fido met hun drie kleine kinderen. Een splinternieuw huis in de Wassenaarstraat op nummer 7 te midden van andere Indische en Gemertse gezinnen. Om de integratie te bevorderen krijgen de repatrianten zowel Indische als Gemertse buren en dat is een goede zet geweest. Nu nog bestaan vriendschappen tussen oude buren van vroeger. Voor het gemeentebestuur is het een behoorlijke gok om zoveel mensen met een andere huidskleur en culturele achtergrond te huisvesten, maar Gemert krijgt er wel wat voor terug. Extra huizen voor de eigen burgers en nieuwe klanten voor de Gemertse middenstand. Onze ouders hebben immers allemaal een lening moeten afsluiten om de inrichting, kleding en andere benodigdheden aan te kunnen schaffen.

Koekeloeren

Je kunt je het nu bijna niet meer voorstellen, maar de meeste Gemertenaren van die tijd hebben nog nooit bruine mensen gezien. Een enkele durfal, ik verzin het niet, waagt het aan mijn vaders huid te voelen of die niet afgaf. Ook verleggen Gemertse gezinnen hun zondagse wandeling naar de nieuwe wijken om die kleurlingen eens met eigen ogen te bekijken. Daarbij schuwen sommigen niet om door de ramen naar binnen te koekeloeren. Ach, we kunnen er nu wel om lachen.
Terugkijkend mogen we vaststellen dat onze inburgering in Gemert soepel is verlopen. Natuurlijk zijn er wel wat incidentjes geweest en is er over en weer wel eens gescholden ‘poepchinees’ versus ‘kaaskop’, maar in grote lijnen hebben beide bevolkingsgroepen goed met elkaar samengeleefd. Dat bewijzen wel al die gemengde huwelijken.

Integratie

Integratie is in Gemert van beide kanten een proces van geven en nemen geweest en is vooral bij de jeugd op vanzelfsprekende manier verlopen. Wij eten Hollandse pot en de Gemertenaren Indisch. Wij verstaan en spreken (soms) ‘Gímmers’ en in Gemert is men algemeen Nederlands gaan spreken. We hebben elkaars omgangsvormen overgenomen en muziek, sport en spel. De vele protestanten onder ons hebben ertoe geleid dat de protestantse school van Elsendorp naar Gemert is verplaatst en ook de stichting van de Gerardusparochie en de bouw van de Bernadetteschool en de Pius X-school zijn mede een gevolg van onze komst.

Pijn

Toch zijn er zaken die onze ouders pijn hebben gedaan. Die vallen Gemert echter niet te verwijten. Onze militaire vaders hebben drie-en-een-half jaar in krijgsgevangenschap doorgebracht en hebben over die periode geen salaris ontvangen. Voor de oorlogservaringen van onze ouders is nooit echt belangstelling geweest en het feit dat de noodgedwongen leningen tot op de laatste cent terugbetaald zijn, heeft hen altijd gestoken. Het is toch niet hun schuld geweest, dat ze alles zijn kwijtgeraakt.

Geslaagd

Maar wat Gemert betreft zijn we dankbaar dat we hier en masse zijn opgevangen. Nog steeds telt Gemert-Bakel veel inwoners met Indische roots. Als Indo durf ik na zeventig jaar, waarvan veertig jaar werkzaam in het Gemerts onderwijs, wel te concluderen dat onze inburgering geslaagd is. Bij deze mijlpaal wil ik graag even stilstaan, zoals het Gemerts Nieuwsblad twee weken geleden al deed in een ‘skon’ stuk van Simon van Wetten.
Wij vinden het ook mooi dat de Gemertse ondernemers Pieter Staadegaard en Maikel Arts op idealistische basis Indonesische koffie uit Sulawesi afnemen van lokale koffietelers. Helemaal prachtig vinden wij het, dat zij met een deel van de opbrengst de Indische gemeenschap van Gemert willen ondersteunen met een bijdrage aan de organisatie van Pasar Gemert. Door corona kan de pasar dit jaar helaas niet doorgaan, maar 2022 moet toch lukken. Dat wordt een reünie van jewelste.
Terima kasih!

Foto: Berglaren 1961, JHL de Haas.

Foto's:


0

Geef een reactie op dit bericht...

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.