In de Biechtstoel: Jos de Groot

BAKEL – De voorzitter en kapitein – hoofdman mag ook – van het St.-Willibrordusgilde zou jongstleden november aftreden. Maar ja, de corona… Jos de Groot is geen Bakelnaar van geboorte. Opgegroeid onder de rook en moutlucht van Bavaria kwam hij vanuit Lieshout naar Bakel, om er te trouwen, te wonen en uiteindelijk ook te werken, bij Koppens.

Geloof je?

Vroeger was het normaal om naar de kerk te gaan. We moesten. Maar goed, het kaartje leggen na de mis was net zo belangrijk. En nu? Voor mij geldt dat het gilde per traditie de verdediger van kerk en geloof is. Dat zou toch eigenlijk wel in stand moeten blijven.

Wat is je grootste deugd?

Mijn vrijwilligerswerk. Dat is niet alleen voor het Willibrordusgilde, maar ook de verbindingen leggen met andere verenigingen, zoals Musis Sacrum, het Kermiscomité, op- of aantreden bij belangwekkende gebeurtenissen en natuurlijk de traditie van de haan schieten in ere houden. Inderdaad, het afgelopen jaar dus even niet. Verder begeleid ik elke donderdag, samen met mijn vrouw, een verstandelijk en lichamelijk gehandicapte man bij het zwemmen. Hij is halfzijdig verlamd, dus er is wat hulp en controle nodig.

Wat is je grootste zonde?

Het blijven hangen met een pilsje na een vergadering. Te laat naar huis gaan. En wederom kan ik zeggen: Inderdaad, het afgelopen jaar dus even niet.

Wat koester je het meest?

Mijn vrouw, kinderen en kleinkinderen, en de poes! Zij gaan vóór alles. De rest komt weliswaar op de tweede plaats, maar zij zijn toch ook superbelangrijk. Ik denk daarbij aan het gilde, maar bijvoorbeeld ook aan de kameraadschap bij het oud papier ophalen, elke maand.

Wat stuit je het meest tegen de borst?

Oneerlijkheid, en praten achter iemands rug om. Als mensen niet openlijk zijn, kun je ook niet op de juiste manier reageren. Zeg het maar recht in mijn gezicht, dan weet ik wat ik aan je heb.

Waar kun je heimelijk van genieten?

Van de opening van de kermis, van het vendelgroeten, het vrijwaren van de boom, van activiteiten zoals op Koningsdag, de aanwezigheid bij het opspelden van koninklijke onderscheidingen, van het plezier toen we Bakkeleien 2019 wonnen. En mijn functie als voorlees-opa doet mij veel deugd. Verder noem ik ons gilde-aantreden bij de hospice en te mogen zien dat mensen daar in hun laatste levensfase echt van genieten. Ja, dan geniet ik ook.

Van wie kun je nog wat leren?

Van iedereen. Zoals ik van huis uit geleerd heb anderen altijd in hun waarde laten. Als iedereen dat nou eens deed…

Achter welke deur in Gemert-Bakel zou je wel eens een kijkje willen nemen?

Bij mensen met een grote, aparte verzameling. Vind ik mooi. Ik verzamel zelf speldjes. Ooit was dat een hype, misschien al wel vijftig jaar geleden. Wij, de mennekes van een jaar of 10, hadden dan zo’n schuimrubberen mat om al die speldjes op kwijt te kunnen. Die heb ik nooit weggedaan en op een gegeven moment weer opgenomen. Omroep Centraal heeft mijn speldjes gefilmd. Ik heb ook, puur uit jeugdsentiment, een vitrinekast vol met Bavariaspullen. Beide verzamelingen zijn reden om beurzen, vlooienmarkten en kringloopwinkels te bezoeken. Een aangename hobby!

Met wie zou je wel eens een weesgegroetje willen bidden?

Ruim vier jaar geleden is mijn broer Harrie overleden. Met hem zou ik nog een keer willen buurten. Dat is biechten op een iets minder christelijke manier, maar ook prima. We konden heel goed samen overweg.

Heb je verder nog iets op te biechten?

Ja, over mijn wens dat het gilde kan verjongen, zodat alle tradities ook in de toekomst behouden blijven. En dat er op die manier aan een levendig Bakel wordt bijgedragen. En ik hoop dat we op niet al te lange termijn een grote gildedag kunnen organiseren, met veel gildes en publiek!

Foto's:


0

Geef een reactie op dit bericht...

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.