Middelvingers en opgestoken duimen voor gladheidsbestrijders Gemert-Bakel

GEMERT-BAKEL – De plotseling zo strenge winterse dagen leverden zowel sneeuwpret als sneeuwellende op. Het is maar net hoe je er tegenaan kijkt. Dat ervaren met name ook de harde werkers die de gladheid in de gemeente moeten bestrijden.

Door Simon van Wetten

“Toen die langdurige sneeuwbui begon, zijn we eerst op de hoofd- en verbindingsroutes de sneeuw gaan ruimen. Gestrooid hadden we toen al. Daarna waren de vaak gebruikte wegen in het buitengebied aan de beurt.” Aan het woord is Marco Tielemans. We bekijken op de gemeentewerf het materieel en de zoutvoorraad en praten over het onderwerp dat door de barre weersomstandigheden het tijdelijk wint van het coronathema. “Nee, de wijken in de dorpen doen we niet. Daar hebben we de mankracht niet voor. De winkelstraat, de verbindingen ernaartoe, die wel. Maar dit keer zat de sneeuw al snel te vast. Bij extreme kou werkt ’t zout nu eenmaal niet zo goed, en je hebt ook veel verkeer nodig.”

Provincie

Het publiek vergelijkt de resultaten vaak met de manier waarop de gladheid op de provinciale wegen wordt aangepakt. “Tja,” zegt Marco, “de provincie heeft een ander strooibeleid, zij strooien en schuiven vaker, om het uur zelfs. Dat kan de gemeente niet bekostigen. De provincie heeft alleen maar asfalt, dat is makkelijker. Geen klinkers, stoepjes, stootranden, wegversmallingen, drempels en kort draaiende rotondes. Geen T-splitsingen die de vraag oproepen waar je de sneeuw neerlegt.”

Klacht

In de kantine vertellen de gemeentewerkers over hun ervaringen. “We hebben vaste routes, zijn dan bijvoorbeeld net ergens geweest, zeker weten, en toch wordt er dan een klacht doorgebeld dat we daar de boel níet hebben aangepakt. Er zijn nu eenmaal allerlei factoren die een rol spelen. Staan er bomen langs de weg waar de sneeuw uit kan vallen? Kan de zon erbij of is er juist altijd schaduw? Komt er amper een auto voorbij of is het er druk? Waait het hard, sneeuwduinen, stuifsneeuw?”

Op pad

Ik mag mee met Jorno van den Elsen. Ik klim de cabine in en heb een wijds uitzicht, over de sneeuwschuiver heen. Jornowijst op de strooicomputer; hoeveel wordt er links van de wagen, hoeveel rechts gestrooid. Ook het aantal grammen zout per meter wordt ingesteld. Jorno legt uit: “We hebben de afgelopen week constant gereden, op wat gesleutel aan het materieel na, want dat heeft nu veel te lijden. Bij de vastgevroren sneeuw van dit moment heeft het weinig zin om de schuif in te zetten, die butst er gewoon overheen. Kijk, als de zon stevig schijnt, dan heeft het in de middag wél effect.” En hoe reageren de mensen, als jij voorbij komt? “Ach, iedereen heeft zijn eigen belang. Zondags moet alles mooi wit zijn, ook de straten, dan kunnen de sleetjes overal doorheen, maar maandags wordt daar heel anders tegenaan gekeken. Dus soms krijg je een middelvinger, maar gelukkig ook vaak de duim die opgestoken wordt.”

 

Ambulance

En terwijl Jorno even een insteek bij een bushalte maakt – daar is de berijdbaarheid extra belangrijk – verhaalt hij van een discussie met een inwoner die net zijn stoep had geveegd en boos was over de door de schuiver nieuw neergelegde hoop sneeuw. “Ik heb ‘m gevraagd hoe hij het zou vinden als de ambulance niet bij zijn huis zou kunnen komen, mocht dat onverhoopt nodig zijn. Want we letten natuurlijk ook op de aanrijroutesvoor de hulpdiensten.”

 

Mensen

We passeren op de Walgraafseweg ter hoogte van de Snelle Loop de gemeentegrens. Iets verderop kan bij een zandweg gekeerd worden. De verschillen in strooibeleid zijn hier enigszins zichtbaar. Dezelfde verschillen die naar voren komen in het spreekwoord over het schoonvegen van de eigen stoep. De één doet dat wel, de ander niet. “Maar,” zegt Jorno, “alle hulp is hoe dan ook welkom. En bovendien, wij zijn ook maar mensen, we doen oprecht ons best.”

Foto: Simon van Wetten ging mee met de gladheidsbestrijding.

Foto's:


0