Twee maal drie is vier

Pippi Langkous was een van mijn jeugdhelden. En daar moet je niet aankomen. Maar dat hebben ze wel gedaan en dat doet pijn. Wekelijks zat ik aan de buis gekluisterd en smulde ik van haar avonturen. Pippi had een klein hartje en kwam op voor de zwaksten. Dat raakte me. Ze was mijn held. Pippi durfde alles en ik niks. Ze was brutaal en ik verlegen. Ze was veel sterker dan ik. En ze was immens rijk. Pippi had duizend keer zoveel goudstukken als ik knikkers. En haar vader was piratenhoofdman en koning van het verre eiland Taka-Tukaland. Mijn vader was vertegenwoordiger.
Juridisch hebben de lui van de Astrid Lindgren Company waarschijnlijk gelijk. Ze maken al jaren ruzie met een Duits bedrijf, omdat dat de originele teksten verkeerd vertaald zou hebben. En in de nasleep daarvan vond de rechter ook het Nederlandse introlied fout. Daarom moest er een nieuw komen. De nieuwe tekst is, voor zover Google en ik kunnen nagaan, een correctere vertaling van het originele Zweeds. Maar het is geen betere vertaling. De tekst is te braaf. Bovendien is de nieuwe Nederlandse stem te braaf. Pippi is Pippi niet meer. Au!
Nu klinkt er: ‘Hier komt Pippi Langkous, dat is namelijk mijn naam’. Saai! ‘Zie je ook mijn aapje, mijn lieve leuke mooie aapje, hier is meneer Nilsson, dat is namelijk zijn naam’. Hoe creatief! Dat kan toch van geen kanten concurreren met de oorspronkelijke vertaling: ‘Twee maal drie is vier, wiede wiede wiet en twee is negen, ‘k richt de wereld in, wiede wiede naar mijn eigen zin’. Kijk! Die hebben het begrepen. Dan spreek je kinderen op een speelse manier aan, geheel in de stijl van Astrid Lindgren, die tot haar overlijden in 2002 een stukje kind bleef. De vertalers van toen maakten de tekst sterker dan het origineel. Jeugdhelden zoals mijn Pippi – elke generatie kent zijn eigen jeugdhelden – gaan tegen wetten en regels in. En zo hoort het. Ze stimuleren de jeugdige fantasie. En ze helpen kinderen zelfvertrouwen opbouwen. Wat je wilt durven, kun je gewoon proberen. En als jij vindt dat vier min vijf twee is, dan is dat zo. Dat school het daar niet mee eens is, doet er niet toe. In de fantasiewereld van kinderen mag alles anders dan hoe grote mensen het bedoeld hebben. Dus: drie maal drie is vijf (en soms zes). O zo!

Maarten

Foto's:


0