04 september 2021

Peelverhalen: Siberië in de Peel

BAKEL – Peelland is een streek die bij velen bekend staat als ‘De Peel’. Vroeger een dunbevolkt veengebied waar onder barre omstandigheden klot (turf) werd gestoken. Het land dat in streekromans van Antoon Coolen en Toon Kortooms zo beeldend beschreven wordt, lijkt in een eeuw onherkenbaar veranderd.

Door Wil van Lierop

Het meeste veen is verdwenen. Weilanden en akkers met moderne boerderijen zijn ervoor in de plaats gekomen. Het erf van menige boerderij wordt bewaakt door stenen leeuwtjes en varkentjes, op muurtjes naast de oprit. Hier en daar zijn nog kleine stukjes veen, begroeid met heide, gras en berken. Enkele veengebieden zijn nog gespaard gebleven. Maar er is ander schoon voor terug gekomen. Lieflijke peeldorpjes onstonden na de grote ontginningen zoals Venhorst, Landhorst, Elsendorp, De Rips, Griendtsveen en Vredepeel om maar enkele te noemen. Uitgestrekte bossen, lange kanaaltjes met prachtige oude bomen aan weerszijden, lichtglooiende heidevelden en lommerijke lanen.

Peelland heeft vele streeknamen die verwijzen naar verre oorden. Op de Peellandkaart bevindt zich een klein gebied dat men Oostenrijk noemt. Verder staat er vermeld Californie en America (met een c). Een herleiding van de naam America komt waarschijnlijk uit het Duitse Am-Erica, een heidesoort in die vroegere vlakte waar nu het dorpje ligt. Het is dat in meerdere delen van Nederland, waar heideontginningen plaatsvonden, uitheemse land-, plaats- en streeknamen voorkomen die een associatie leggen met de afgelegenheid van het gebied. Zo ben je na enkele kilometers al snel in Siberië op de grens van Brabant en Limburg, achter de dorpjes De Rips en Vredepeel. Het was lang geleden een betwist gebied van en voor wie nu eigenlijk de streek toebehoorde. Voor 1716 behoorde grote delen grondgebied aan de gemeente Bakel toe maar middels het Traktaat van Venlo (29 juni 1716) raakte men kilometersbreed strookgebied kwijt aan de Overgelderse buren.

Bakel was hier niet blij mee. Het Siberië van ruim honderd jaar geleden was voor velen nog onbegaanbaar. Daar lag een slechte kronkelige pad vol met kuilen die voornamelijk werd gebruikt door smokkelaars. In het jaar 1920 kocht de fam. Hofmans in dat godverlaten land aan een zandpad een stuk grond en ging daar in 1921 wonen. Het was in die tijd dat De Rips als dorp ontstond. Volgens mondelinge overlevering is de naam van het gebied Siberië ook afkomstig van Sjeng Hofmans, de oudste zoon van de familie. Hij was student op de Latijnseschool in Gemert en broeder in Maastricht. Toen hij na een hele poos niet thuis was geweest, en wel eens wilde zien hoe zijn familie woonde, vroeg Sjeng aan de kloosteroverste verlof aan voor enkele weken. Het was midden wintertijd. Wat wij nu Siberië noemen, moest hij een groot gedeelte te voet door sneeuw en krakend ijs afleggen om bij het huis van zijn ouders te komen. Sjeng trof thuis primitieve en harde levensomstandigheden aan. Er was geen olie voor de lampen en het water was bevroren. Men kon moeilijk aan stookvoorziening komen. Bibberend van de kou moest hij gezegd hebben “om hier te komen lijkt het wel dat ik in Siberië ben beland”. In de dorpen eromheen kwam het verhaal ten gehore. Het pad werd later een brede zandweg maar bleef slecht. Pas in 1975 werd de zandweg, die de straatnaam Siberië kreeg, van asfalt voorzien dankzij de ruilverkaveling.

Foto's:


0