Reclames

Het is tien voor half vier ’s nachts, er ligt er eentje tevreden te drinken, ik heb al weken niet meer normaal geslapen of rustig gedoucht en het enige waar ik aan kan denken is een big mac. Specifieker: hoe vies de ‘oude’ big mac wel niet moet zijn geweest als de nieuwe big mac ‘véél lekkerder’ is dan de oude.

Want ergens ligt er een marketingmeneer of – mevrouw heel tevreden met zichzelf en zijn of haar werk te slapen. De reclame over ‘de nieuwe big mac, véél lekkerder dan de big mac’ is een doorslaand succes. Tenminste, ik denk dat deze meneer of mevrouw dat denkt. Zelf denk ik dus alleen maar aan hoe iemand in hemelsnaam heeft kunnen denken dat deze slogan een goed idee was. Want als je zegt dat de nieuwe véél lekkerder is, noem je de oude dan niet indirect smerig? Althans, dat is míjn gedachte altijd bij het horen (ik hoor hem regelmatig op de radio) van deze reclame. Het lijkt me veel logischer om ‘nóg’ – de nieuwe big mac, nóg lekkerder dan de big mac – of desnoods ‘net zo lekker’ te gebruiken, als je dan per se wilt vergelijken.

Volgens mij was het Theo Maassen die het ooit had over schoenenwinkel ‘Massaschoen’. Want over die naam is óók ooit nagedacht. En als mensen hierover hebben nagedacht, wat is er dan in hemelsnaam afgevallen? Dat vraag ik me dus ook regelmatig af bij het zien of horen van reclames. Zo stel ik me voor dat er een heel team van media-experts met zijn allen rondom een grote ovale tafel zit te brainstormen over een slogan voor, bijvoorbeeld, de vernieuwde big mac. Dat dít het dan geworden is… treurig.

Dat denk ik ook bij autoreclames: een super stille, gestroomlijnde wagen die op een verder uitgestorven slingerweg tussen de bergen rijdt of een leuke gezinsauto van een gezin dat zonder ruzie of gehaast gedoe vrolijk de laatste koffers in de zeer ruime achterbak legt alvorens volledig ontspannen op vakantie te gaan. Of wasmiddelreclames waarin de was altijd gedaan wordt door mensen met stralend schone kinderen die om de één of andere magische reden altijd precies één grote, gore vlek op hun kleding hebben. Deze magische mensen vinden het ook altijd ontzettend leuk om de was te doen en hebben ook nooit een wankel wasrek vol kleding die nog gevouwen en opgeruimd moet worden omdat er alweer een nieuwe, niet te stoppen stapel met was klaarligt. Dat zijn vast ook de mensen die salades eten: niemand die zo gelukkig is als de frisse, jonge, slanke vrouw die een salade eet. Altijd met een gelukzalige blik lachend naar iets of iemand nét buiten beeld.
Dan is het in al deze voorbeelden in elk geval nog duidelijk waarvoor er precies reclame gemaakt wordt. Ook dat ontgaat me namelijk volkomen als er weer eens een horloge wordt aangeprijsd door een snelle zakenman op een sjiek feestje. Nee, de meeste reclames vind ik ronduit irritant.

Nu zou je kunnen denken dat de big mac-reclame desalniettemin een succes genoemd kan worden: ik denk immers om half vier ’s nachts aan een big mac. Maar om dit nu een succes te noemen? Nee… Het
voorbeeld waarin een vierjarig jongetje graag tampons voor zijn verjaardag wilde, dát is pas het resultaat van een succesvolle reclame; zwemmen, paardrijden en zelfs fietsen: met die tampons kon hij volgens de televisie echt alles!

Saartje

Foto's:


0