06 augustus 2022

In de Biechtstoel: Hans Crooijmans

GEMERT – Een dubbele biecht! Twee van de vier Alpe d’Huzes scooter-reizigers verbinden hun kijk op het leven met hun herinneringen aan die toch wel heel aparte tocht naar het zuidwesten van de Franse Alpen. Vandaag blikt Hans Crooijmans, eigenaar van de Dorpscamping, terug. Over twee weken is de beurt aan Eric Brouwers.

Geloof je?

Ik geloof in het leven. Nadat ik 15 jaar geleden ruim twee maanden in het ziekenhuis heb gelegen met een ontsteking van mijn ruggenmerg, dacht ik: ik moet vlug de dingen doen die ik nog wil. Tja, je ziet op zo’n moment de vluchtigheid van het leven in. Zo heb ik in die periode vier rode scootertjes gekocht. Eric was, toen ik ze op ging halen, de chauffeur.

Wat is je grootste deugd?

Iets voor elkaar krijgen. Ik ben best wel een doorzetter. Als je in het ziekenhuis ligt, half verlamd vanaf je buiknavel en je realiseert je dat de kans groot is dat je de rest van je leven in een rolstoel doorbrengt, dan ontstaat een nieuwe levensfilosofie. Gelukkig is nu alles okee, ik had godzijdank een dokter die meteen door had wat ik mankeerde en de juiste medicatie voorschreef. Maar bijvoorbeeld het huis dat ik in die tijd aan het bouwen was, interesseerde me na mijn genezing niet meer. Andere zaken waren voortaan belangrijker.

Wat is je grootste zonde?

Het totaal gebrek aan richtinggevoel. Navigatie interesseert me helemaal niets. Pascal van den Akker reed altijd voorop, ik altijd achteraan. Nou ja, wel twee aan twee, want in een rijtje van vier, dat is in Frankrijk hetzelfde als spelen met je leven. Dan willen ze je inhalen, die rij scooters is te lang en dan wordt er afgesneden.

Wat koester je het meest?

Dat ik ’s morgens fit langs m’n bed sta. Dan heb ik al een goeie dag. Zeker nu met de camping. Dan maak ik de poort los en maak hier en daar een praatje met een gast. Veel mensen willen iets kwijt. En het streelt uiteraard je ego als ze er dan bij zeggen dat het een skonne, nette camping is.

Wat stuit je het meest tegen de borst?

Mensen die klagen met een gezond been. Vóór ik ziek werd, werkte ik 70 à 80 uur per week. Door die lange periode in het ziekenhuis kom je tot bezinning, zie je plots de waarde van dingen in die daarvoor alleen maar een vanzelfsprekendheid waren. Toen ik uit het ziekenhuis kwam wilde ik de boel anders aanpakken. En dat heb ik gedaan!

Waar kun je heimelijk van genieten?

Die woensdag dat we omhoog reden, de Alpe d’Huez op. Een vrouwke uit Wintelre hield me aan en vertelde haar verhaal: “Als ik twintig jaar geleden deze ziekte had gehad, dan was ik dood geweest.” Kijk, dat goede doel van geld voor onderzoek naar geneeswijzen komt dan overduidelijk in beeld. Mijn zuster Marjon is een paar jaar geleden aan de ziekte overleden, en dat verhaal van die mevrouw emotioneerde me, daar op de flanken van die berg.

Van wie kun je nog wat leren?

Van de mensen op ons eerste logeeradres. Dat was in het overstromingsgebied in de buurt van Luik. Die mensen hadden een jaar na dato overduidelijk nog steeds andere dingen aan hun hoofd. En dan toch die gastvrijheid.

Achter welke deur in Gemert-Bakel zou je wel eens een kijkje willen nemen?

Als het maar een achterdeur is. Ik hou niet van voordeuren. Op onze boerderij kwam vroeger iedereen achterom. Of koffie drinken ‘door het keukenraam heen’. Je begon met z’n tweeën te buurten, en dat aantal dijde dan uit tot soms wel meer dan twintig man. Tegenwoordig zit bij heel veel mensen de deur op slot.

Met wie zou je wel eens een weesgegroetje willen bidden?

Niet speciaal met iemand. Voor mij is iedereen hetzelfde en gelijk. Als je niet naar de wc kunt, krijg je buikpijn, dat geldt voor iedereen.

Heb je verder nog iets op te biechten?

Die scooterrit wordt steeds mooier, telkens als je eraan terugdenkt.

Foto's:


0