02 september 2022

Geweren begraven in Gemertse grond?

GEMERT – Een verhaal uit de Tweede Wereldoorlog dat we nog niet kenden. Nee, er hoeft niets van het standaardwerk van dr. L. de Jong over die donkere bezettingsjaren in Nederland herschreven te worden. Het is een uiterst bescheiden toevoeging aan onze kennis over de oorlogsjaren.

Door Simon van Wetten

Het verhaal wordt verteld door Wim van der Aa, die in zijn werkzaam leven automonteur was en daarom zichzelf omschrijft als “van bouwjaar 1937”. Hij is in het Weverstraatje geboren, verhuisde als baby met zijn ouders naar een huis ergens op de Bloemerd en was zeven jaar toen zijn vader met een stel geweren thuis kwam. Wim: “Het was in de dagen rond de bevrijding van Gemert, in september 1944. Her en der lieten soldaten wapentuig achter en dat werd dankbaar verzameld door de Gemertse jeugd. Nee, niet door mij, daar was ik te jong voor, maar de wat oudere jongens struinden de velden af en vonden vaak allerlei dingen die eigenlijk veel te gevaarlijk waren. Mijn vader zag een stel van die opgeschoten avonturiers met geweren lopen en heeft ze afgenomen, voordat er ongelukken zouden gebeuren. Maar ja, waar laat je dat spul dan? Ons pa besloot ze te begraven, ergens in een hoek van d’n hof achter ons huis, onder de vloer van het maïshok. Nu, achtenzeventig jaar later, wonen er andere mensen, maar bij mijn weten zitten die geweren daar nog steeds in de grond.”
Je ziet, beste lezer, héél schokkend is de mededeling van Wim niet, maar mensen die het vak geschiedenis hebben omarmd willen dan het naadje van de kous weten. Waren het Duitse of Engelse geweren, Wim? “Geen idee, ik mocht van ons vader er niet al te dichtbij komen.”

Goed, de eerste stap in deze kleine ontdekkingsreis was het scoren van een metaaldetector. Michiel van Veen, die we kennen als burgemeester maar die in zijn vrije tijd óók graag met zo’n typisch zwaaiende beweging over de velden struint, was bereid met detector en al naar het nog steeds bestaande huis te komen waar Wim is opgegroeid. De huidige bewoners vonden het een prima idee en waren ook best nieuwsgierig. En zo verzamelde zich vorige week woensdag, een dag waarop het kwik weer eens met gemak de 30 graden passeerde, een klein gezelschap speurneuzen op de plaats waar pa Van der Aa ruim driekwart eeuw geleden de strijdmiddelen van weleer begroef. Het Gemerts Nieuwsblad en Omroep Centraal TV waren erbij voor als er iets spectaculairs gebeurde en Wim paste nog eens precies uit waar dat maïshokje ooit heeft gestaan, rond een kersenboom die weliswaar pas na de oorlog is geplant, maar toch heel knoestig overkomt en het vermoeden rechtvaardigde dat onder het oppervlak dikke wortels in de weg zouden zitten.

Onze detectorist van dienst begon met een eerste verkenning en de vrees dat ‘bliepjes’ uit zouden blijven, bleek ongegrond. Integendeel, de piepgeluidjes volgenden elkaar in rap tempo op. Heel vaak bleek een luttel metalen voorwerp de veroorzaker van het geluid, maar op één plek, een wat dieper uitgegraven kuil, kwam niets meer naar boven en tóch bleef de detector bliepen. Nog dieper graven was vanwege de tropische temperatuur en vooral vanwege de nog geheel intact zijnde siertuin en belendende tomatenplanten nu nog geen optie, maar de bewoners hebben zich bereid verklaard om eind september eens een paar stevige spaden in de grond te steken. Een aloude zin van slechts twee woorden is derhalve van toepassing en sluit het eerste deel van dit oorlogsverhaaltje af: wordt vervolgd.

Wim van der Aa en burgemeester Michiel van Veen (Foto: Huub Schatorjé).

Foto's:


0