24 november 2022

Een minuscuul oorlogsverhaal, deel 2

GEMERT – Het verhaal uit de Tweede Wereldoorlog is twee maanden geleden in deze krant verteld. Het zou een uiterst bescheiden toevoeging aan onze kennis over de oorlogsjaren kunnen zijn, maar dan moesten de geweren waarover het toen ging, wél gevonden worden.

Door Simon van Wetten

Wim van der Aa, aan het eind van de oorlog een menneke van 7 jaar, groeide op in een huis achteraan op de Bloemerd. Vader Van der Aa, zo herinnert Wim zich maar al te goed, nam in de dagen vlak na de bevrijding van Gemert, in september 1944, het wapentuig af dat door de opgeschoten jeugd van Gemert verzameld werd. Véél te gevaarlijk! Hij begroef de geweren ergens in een hoek van d’n hof. Nu, achtenzeventig jaar later, wonen daar Piet en Gerda Peters, en Piet bleek bereid te zijn een paar vierkanter meter tuin heel diep om te spitten, mede op de aanwijzingen en het gebliep van de metaaldetector van burgemeester Van Veen, die uit pure interesse meehielp. Er werden wat verkleuringen en roestplekken gevonden, maar géén geweren.
Ben Spierings uit Beek en Donk werkt niet alleen met een detector, maar ook met een wichelroede. Zijn apparatuur gaf aan dat er wel degelijk méér in de grond moest zitten, en Piet Peters nam andermaal de schop ter hand en, gadegeslagen door Wim én door de camera van Omroep Centraal tv, kwamen er steeds meer ijzeren brokstukjes bloot te liggen. Nee, géén hele geweren, maar door de tand des tijds en het grondwater aangetaste ijzeren voorwerpen, soms met wat lood vermengd, dus toch met grote waarschijnlijkheid de restanten van hetgeen dat ooit aan de bodem werd toevertrouwd.
En zo komen we tot een piepkleine voetnoot in de oorlogsgeschiedenis van Gemert. U verwachtte misschien een explosief verhaal, maar een explosie, dat was nu precies wat pa Van der Aa destijds wilde voorkomen.

Eén van de vele brokken die werden aangetroffen.

Foto's:


0