20 januari 2023

In de Biechtstoel: Guido Verachtert

BAKEL – Hij is Helmond geboren en getogen, maar al heel lang Bakelnaar in hart en nieren. Van metaalbewerker en loodgieter tot manager in de gezondheidszorg, van ambachtsschool tot HBO, Guido Verachtert ging en gaat nog steeds geen enkele uitdaging uit de weg.

Geloof je?

Ja, in de christelijke waarden. Twee daarvan, je inzetten voor het ontwikkelen van je talenten en openstaan voor de hulpvraag van anderen, heb ik extra hoog in het vaandel staan. Daarom vond ik de uitkomst van de discussie over de komst van asielzoekers naar hier ook heel erg jammer.

Wat is je grootste deugd?

Motiverend leidinggeven. Dat klink erg chique, maar heeft er bijvoorbeeld wel toe geleid dat we nu in de Bakelse kerk een stiltekapel hebben, in feite door de dorpsgemeenschap betaald. Daar ben ik trots op, omdat anno nu de mensen vaak wél iets hebben met geloof, maar minder met het instituut kerk. Er ligt in de stiltekapel, die dagelijks open is dankzij de vrijwilligers, een intentieboek: ‘Opa en oma wensen jullie een fijne vakantie, maar kom veilig thuis.’ Rust, bezinning, een kaarsje opsteken, ja, er wordt goed gebruik van gemaakt.

Wat is je grootste zonde?

Ik ben allergisch voor gezeur. Zeuren over de gezondheidszorg, of over de brandweer, politie, het onderwijs. Dat lost niets op, voegt niets toe. Voor elk probleem is een oplossing, en als er echt geen oplossing is, zie er dan mee te leven. Mijn moeder, 96 geworden, zei: “Elke dag slik ik een handvol pillen, maar eigenlijk voel ik niks. En ik hoef maar op dit belleke te drukken, dan komt er meteen een zuster.”

Wat koester je het meest?

Ondernemingslust, onafhankelijk zijn in je werk. Mijn zoon Ruud, ik was al gepensioneerd, vroeg: “Zullen we samen een bedrijfje beginnen?” Woonvloeren. Ik help daar nog steeds in mee. Maar ik ben als pensionada ook een tijd koster geweest, speel de bariton, heb bij het kerkkoor gezongen. Altijd 4, 5, 6, 7 momenten in de week dat ik iets ga dóén.

Wat stuit je het meest tegen de borst?

Woningnood onder de jongeren. Wat valt daaraan te doen? Vroeger kon je met één salaris toch goed wonen, zelfs een eigen huis bouwen. Ja, die problematiek, daar zou de politiek echt een prioriteit van moeten maken. Tiny houses, zoals nu in Gemert, dat kan helpen. En de jonge mensen in zo’n huisje kunnen op den duur waarschijnlijk wel doorstromen.

Waar kun je heimelijk van genieten?

De kinderen en kleinkinderen, de oudste 16, de jongste 5 jaar. En van muziek, in luisteren én spelen. Vooral dat eerste, want er zijn duizenden muzikanten die beter zijn dan ik.

Van wie kun je nog wat leren?

Van wie niet? De valkuil bij oudere mensen is vaak ‘hoef ik niet te horen, heb ik al meegemaakt’. Maar de kunst van het luisteren wil ik niet verliezen. Niet dat ik op dat vlak altijd een voldoende haal, maar ik doe m’n best en zo hoor ik telkens toch weer iets nieuws. Bijvoorbeeld bij mijn wandel- en fietsclubje. Buurten, dat gaat heel goed tijdens het wandelen, en als er iets wordt uitgelegd dan staan we even stil. Je wordt er altijd wijzer van.

Achter welke deur zou je wel eens een kijkje willen nemen?

Ik noem twee deuren. Die van mijn lagere school, de St.-Jozefschool in Helmond. Daar werd heel veel aandacht besteed aan muziek en creativiteit. Heel fijn! En een deur die er nog niet is, maar te overwegen valt. Die van een voedselbank hier in Bakel. Zouden mensen daar heen durven gaan?

Met wie zou je wel eens een weesgegroetje willen bidden?

Met mijn schoonvader. Hij is al veertig jaar geleden overleden. Hij was bakker, maar had ook een heel grote boekenkast, veel filosofie, veel naslagwerken. Hij heeft mij gestimuleerd om verder te studeren. Met hem zou ik willen praten over deze tijd. Ik twijfel of hij er gelukkig van zou worden.

Heb je verder nog iets op te biechten?

In de inleiding staat iets van mijn cv. Wat ik maar wil zeggen: je kunt in Nederland van alles worden!

Foto's:


0