
Woningbouw Dribbelei-Oudestraat Gemert afgeblazen
GEMERT – De bouw van ruim 100 woningen in Gemert gaat niet door. De ontwikkeling in het plangebied Dribbelei-Oudestraat is niet langer haalbaar, omdat een van de beoogde ontwikkelaars zich heeft teruggetrokken. Dat bekent tevens een schadepost van ruim vier ton voor de gemeente.
De gronden in het gebied zijn in handen van meerdere bezitters. De eigenaar van het zuidelijk deel heeft juni vorig jaar aangegeven niet verder te gaan met ontwikkeling. “In de periode november tot en met maart is met de twee eigenaren van de meest noordelijk gelegen percelen verkend of een doorstart in afgeslankte vorm haalbaar is”, schrijven burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad. “Beide eigenaren hebben aangegeven op dit moment geen haalbaarheid te zien in de voorziene ontwikkeling van het plan onder de door de gemeente gestelde eisen en voorwaarden ten aanzien van de woningbouwsegmentering, ontsluiting en de verschillende beleidsnormen. Daarnaast spelen de huidige (prijs)ontwikkelingen in de nieuwbouw, de gestegen bouwkosten en hoge rentepercentages een belangrijke rol. De eigenaars hebben zich dan ook niet bereid verklaard om een intentieovereenkomst met de gemeente aan te gaan voor de ontwikkeling van het plangebied. Helaas zijn de betrokken partijen hiermee tot de conclusie gekomen dat een doorstart van het project Oudestraat-Dribbelei, in aangepaste vorm, niet haalbaar is. Hiermee komt het project Oudestraat-Dribbelei ten einde.”
Indien er in het vervolg nieuwe initiatieven zijn voor het plangebied Dribbelei, zullen deze volgens de gebruikelijke procedure meegenomen worden in een nieuwe prioriteringsronde, zo geeft het college aan.
Het afblazen van het project is een dure les voor Gemert-Bakel: “De gemeentelijke kosten voor het project bedragen ongeveer €190.000,- aan onderzoeks- en advieskosten en €231.000,- aan inhuur personeel en kosten bouwgrond exploitatie. Deze kosten zijn verdeeld over de afgelopen vier jaar (2020 t/m 2023). Indien er tot een ontwikkeling was gekomen met de resterende twee grondeigenaren, hadden de kosten nog gedeeltelijk verhaald kunnen worden bij deze ontwikkelaars. Omdat er nu geen sprake meer is van een ontwikkeling, dienen de kosten te worden afgeboekt ten laste van de jaarrekening 2023.Om een dergelijke situatie in de toekomst te voorkomen, waarbij er verlies geleden wordt omdat er niet tot een ontwikkeling is gekomen, wordt voortaan gewerkt met een intentieovereenkomst. In de intentieovereenkomst wordt een afspraak gemaakt met de ontwikkelaar(s) om vooraf een bedrag te betalen voor de inzet van onder andere ambtelijke uren. Dit bedrag wordt uiteindelijk in mindering gebracht op de exploitatiebijdrage. Op deze manier kan de gemeente (een deel van) de kosten aan de voorkant dekken, waardoor het risico op het niet kunnen verhalen van de gemaakte kosten ingeperkt wordt.”