Afbeelding

'Waar is mijn mamake?'

GEMERT-BAKEL - Op 8 april 1914 kwam eerste luitenant Grijsen vanuit Venlo naar Bakel voor een lezing en oprichten van een burgerwacht, om de veiligheid zo optimaal te houden in verband met de dreiging uit het oosten. Slechts 6 personen hadden zich aangemeld. Ook in Gemert en Boekel en vele andere plaatsen kwamen burgerwachten. Op 31 juli 1914 kwamen op openbare gebouwen groene pamfletten te hangen met de mededeling, dat alle militairen op 1 augustus met de eerste de beste reisgelegenheid moesten afreizen om zich te melden bij hun legeronderdeel.

Door Wil van Lierop

Tijdens de mobilisatie van juli 1914, (110 jaar geleden) waren 131 Gemertse jongens onder de wapenen en 61 in Bakel. Een kleine 200 soldaten verbleven in Bakel en Milheeze en in Gemert waren ook velen ingekwartierd. Vele boeren verstopten hun beste karren, want die werden met paarden en soms fietsen ingevorderd.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog viel Duitsland op 4 augustus 1914 België binnen. Vanaf dat moment sloegen tienduizenden Belgen op de vlucht. Tijdens het hoeden van zijn schapen op de stille heide dacht Grardje Peters uit Boekel dat het op verre afstand bliksemde en donderde, maar het bleek het kanonvuur van de Dikke Bertas te zijn die de Duitsers op Luik schoten. In Leuven bleef door beschietingen bijna niets meer heel. De abdij van de Congregatie van de H. Geest ging door granaatvuur voor een groot deel in puin. Overste Sebire logeerde bij de paters Jesuiten op het kasteel in Gemert, daardoor zorgde hij dat een twintigtal paters half september 1914 een vlucht nam naar het neutrale Nederland richting Gemert. Door bemiddeling van pastoor Poell kregen zij onderdak op de zolder van het patronaat en in een gebouw aan de Bonengang. Het grootste aantal vluchtelingen werd bereikt na beschietingen en de val van Antwerpen op 10 oktober. Bijna een miljoen Belgen kwamen via Zeeland en West Brabant naar ons land, uitlopend naar onze streek de Peel. Velen werden overgedragen aan de zorg van Vluchtelingen Comités. Doch door de chaos waren vele kinderen hun ouders zoek geraakt. Vondelingen werden zoveel mogelijk gefotografeerd om via deze methode op zoek te gaan naar hun familie. Op 11 en 12 oktober waren er zoveel vluchtelingen richting Helmond gestuurd, dat daarna in die plaats geen onderdak meer was. De overigen namen de tram richting Gemert en Veghel. De zusters Franciscanessen in Gemert en Bakel begonnen direct met het inzamelen van kleding en dekens. Op het tramstation van Gemert werden de eerste vluchtelingen door de zusters met brood en koffie ontvangen. Gemert nam een kleine zestigtal Belgen op en Veghel 41. Wie een vluchteling in huis nam kreeg voor een armlastige Belg 35 guldencent per dag. Voor welgestelde Belgen 60 à 65 cent en voor een kind 20 cent. De meesten kregen onderdak in klooster Nazareth.

Op alle gemeentehuizen werden lijsten opgehangen van vermiste kinderen. Op het gemeentehuis in Bakel stonden 13 kinderen ingeschreven die hun ouders kwijt waren geraakt. Eén daarvan was het vijfjarige meisje Saartje (Sara) Verminnen uit Brasschaat. Zij was in Roosendaal op het station haar ouders kwijtgeraakt en hier verzeild geraakt. Enkele dagen later kwamen nog eens duizenden vluchtelingen in Eindhoven aan, waaronder de ouders van Saartje. In Mierlo werd het gezin Verminnen herenigd. Op een boerderij aan de Overakker, bij opa en oma Hannes en Kee van Lierop, heeft het gezin bijna een jaar gewoond. 

Ook al was Nederland neutraal, doch de bevolking had het zwaar. Er was overal een tekort aan, zoals vlees en stookolie. Een ramp was dat de rivier de Aa overstroomde, en de oogst aan de oostkant van Gemert voor een groot deel mislukte. Vele Belgen werden te werk gesteld in de Peel voor de ontginning (de Belgenhoek) en de Bakelse Peel. Aan de Kruisberg in Milheeze, stond een klein Belgisch vluchtelingenkamp bewoond vooral door Walen. Na afbraak zijn verschillende barakken naar Frankrijk verstuurd. Op het Vluchtoord in Uden verbleven tijdens de oorlog duizenden Belgen. 

Het laatste jaar van de oorlog (1918), werd van het vlees dat nog over was worst gemaakt, vandaar de benaming eenheidsworst. Na de oorlog heeft mijn opa nog verschillende brieven ontvangen van die fam. Verminnen waarin vermeld stond dat ze in Engeland een nieuw tehuis hebben gevonden, maar dat helaas vader Verminnen als soldaat in de Westhoek (B.) gesneuveld was. Tijdens een boerderijbrand in 1955 is alles verloren gegaan, doch mijn vader heeft de herinnering voor mij levend gehouden.

Bron: H.K.K, de Kommanderij Gemert, M. v. Lierop 1966, B.H.i.C. Gemeentearchief Roosendaal.